Aardbevingsrisico's in bazel gedetailleerd in kaart gebracht

Hoe gevoelig is een stad voor een aardbeving? De bevingen in bijvoorbeeld Michoacan (Mexico, 1985), Spitak (Armenië, 1988) en Loma Prieta (Californië, 1989) hebben laten zien dat de plaatselijke eigenschappen van de bodem een belangrijke invloed hebben op het patroon van de grondbewegingen en de daaruit voortvloeiende schade.

In kringen van seismologen wordt daarom aangedrongen op het modelmatig bepalen van zulke grondbewegingen, teneinde de lokale effecten van een beving te kunnen inschatten. Een drietal Zwitserse seismologen heeft zo'n onderzoek nu verricht voor het centrum van de stad Bazel.

Hoewel de seismische activiteit in Bazel momenteel gering is, kunnen er krachtige bevingen plaatshebben als gevolg van de ligging van de stad aan het zuidelijke einde van de Rijnslenk: een breuksysteem in de aardkorst. In de afgelopen eeuwen is Bazel meermalen door een aardbeving getroffen. De krachtigste was die in 1356, toen een groot deel van de stad werd verwoest en bijna alle middeleeuwse kastelen binnen een straal van dertig kilometer instortten. Archeologisch onderzoek wijst bovendien op een krachtige beving in het jaar 250, toen de Romeinse stad Augusta Raurica, tien kilometer ten oosten van het huidige Bazel, werd verwoest.

Zwitserse seismologen hebben een gedetailleerde inventarisatie gemaakt van de geologie en de eigenschappen van de bodem onder het centrum van Bazel. Daarbij werd dankbaar gebruik gemaakt van de gegevens van de drieduizend putten die hier ooit zijn geboord ten behoeve van bouwwerkzaamheden en regulering van het grondwater. Al deze gegevens werden, tezamen met die van de huidige seismische activiteit in de bodem, ingevoerd in een rekenmodel. Met dit model werden vervolgens de bodembewegingen en de te verwachten versterkingseffecten in de verschillende bodemsoorten berekend. Het eindresultaat, gepresenteerd in het allereerste nummer van het Journal of Seismology, is een soort 'risicokaart' van het centrum van Bazel.

De onderzoekers merken op dat er “op vele plaatsen een redelijke overeenstemming” bestaat tussen de aldus berekende effecten van een aardbeving en het patroon van de schade tijdens de zware beving van 1356. Gebouwen die toen ernstig werden beschadigd, zoals de Münster, St. Leonhard en St. Ulrich, liggen in gebieden waar een flinke versterking van de bodembewegingen kan worden verwacht. Opmerkelijk is ook dat de grachten van de stad, die in de vorige eeuw werden gedempt, nu op de kaart zijn terug te vinden in de vorm van 'linten' met extra risico: in 1356 bestonden die grachten nog niet. De kaart zou dus door bouwkundigen kunnen worden gebruikt om de schade bij toekomstige bevingen te beperken.