Wetenschappers in het wild

Zondag 5 oktober bieden universiteiten, bibliotheken, musea, onderzoeksinstituten, sterrenwachten en bedrijven van 12-17 uur speurtochten, demonstraties, lezingen, rondleidingen, proeven en demonstraties. Voor inlichtingen: zie de speciale krant, gratis verkrijgbaar op postkantoor, bibliotheek en bij de VVV.

Ken jij een wetenschapper? Vast en zeker heb je er weleens een op tv gezien, in een James Bondfilm, bij Indiana Jones of in een science fiction-serie. Als je goed hebt opgelet, weet je dat het een al wat oudere man is, òf kaal òf met heel wild haar, een beetje een leipketel die in zijn eentje in een eng laboratorium hartstikke gevaarlijke proeven aan het uitdokteren is zonder dat het hem kan schelen of er ongelukken van komen.

Net zoals eenden in het echt anders zijn dan bij Donald Duck, zijn wetenschappers in werkelijkheid aardiger dan de griezels in de film. Wie de proef op de som wil nemen moet zondag 5 oktober gaan kijken. Dan is het wetenschapsdag en zijn er overal in het land laboratoria en sterrenwachten open waar je wetenschappers in het wild bezig kan zien. Je zult merken dat er vrouwen tussen zitten, dat ze ook kunnen lachen en dat ze enthousiast weten te vertellen over wat ze aan het onderzoeken zijn.

Een echte wetenschapper herken je aan twee dingen: hij/zij is nieuwsgierig en hij/zij heeft weleens een idee. Dat eerste is niet moeilijk, dat gaat vanzelf. Maar terwijl jij gewend bent wat je niet snapt aan je vader of moeder te vragen, of het op te zoeken in een boek, moet de wetenschapper er op eigen kracht achter zien te komen. Wat hij zoekt ligt achter de horizon. Zo'n speurtocht naar het onbekende is natuurlijk spannend, maar ook frustrerend als het doel maar niet in zicht komt.

Een idee krijgen valt niet mee, probeer het maar eens. Zodra de wetenschapper - laten we haar Jet noemen - er één heeft, gaat zij aan de slag. Dat kan op twee manieren. Allereerst kan Jet om haar idee te testen proeven doen in haar laboratorium. Stel dat Jet wil weten of een loden bal harder valt dan een van hout. Dan bouwt ze een opstelling waarin die twee ballen precies gelijk vallen. Hoort Jet twee tikken, dan is de loden (of houten) bal er eerder, bij één tik zijn ze tegelijk op de grond.

Prima bedacht, maar het kan ook anders: met een proef in je hoofd. In zo'n gedachtenexperiment (Einstein was er heel goed in) los je een probleem op door diep na te denken. Nemen we opnieuw de loden en de houten bal. Wat Jet ook had kunnen doen is het experiment het experiment laten en de volgende redenering opbouwen. Stel we maken de twee ballen aan elkaar vast, met een superlicht lollystokje. Nu laten we de zaak los. Als de houten bal trager valt dan de loden, en hij zit eraan vast, dan remt hij de combinatie als geheel af. Maar tegelijk zorgt diezelfde houten bal, zodra hij aan de loden is vastgemaakt, voor extra gewicht zodat het geheel juist sneller zou moeten vallen. Zullen we het er dan maar op houden dat ze even hard gaan?

Wetenschap doen, zo heeft een knappe kop opgemerkt, is als het tasten in een stikdonker huis waar je nooit eerder bent geweest. Je stommelt en struikelt en op het moment dat je er genoeg van krijgt vind je de schakelaar - en plotseling baadt alles in het licht.