Wedloop in ruimte dreigt na laserproef

ROTTERDAM, 3 OKT. De Amerikaanse minister van Defensie, William Cohen, heeft het leger zijn fiat gegeven om met een laser een luchtmacht-satelliet te beschieten. De proef is volgens het Pentagon bedoeld om de kwetsbaarheid van kunstmanen voor laserwapens te testen.

Het experiment is controversieel omdat het als startschot kan worden gezien voor een nieuwe ruimtewapenwedloop. Voorstanders van de proef, die volgens het Pentagon “ergens in de komende dagen” wordt uitgevoerd, wijzen erop dat het slechts een kwestie van tijd is voor andere landen ook over dergelijke lasertechnologie beschikken. Bovendien zou geen enkel verdrag de proef verbieden.

Voor de test wordt de zogeheten MIRACL-laser in gereedheid gebracht, de Mid-Infra-Red Advanced Chemical Laser, die zich bevindt in het militaire testgebied White Sands Missile Range in de Amerikaanse staat New Mexico. Deze krachtige laser is een overblijfsel van oud-president Reagans voormalige 'Star Wars'-programma voor de ontwikkeling van een ruimteschild tegen Sovjet-kernraketten. De satelliet die moet worden beschoten is de MSTI-3 satelliet: Miniature Sensor Technology Integration. Deze kunstmaan is uitgerust met infrarood-camera's waarmee onder meer ballistische raketten tijdens hun vlucht door de atmosfeer werden gevolgd. De MSTI-3 is officieel niet meer in gebruik, maar de apparatuur verkeert nog in goede staat, zodat het effect van de laserstralen kan worden doorgeseind naar een grondstation.

Volgens een woordvoerder van het Pentagon zal de MIRACL twee 'schoten' lossen op de satelliet wanneer deze op een hoogte van meer dan 400 kilometer overvliegt; een van minder dan één seconde, gevolgd door een schot van tien seconden. Het is niet de bedoeling de gevoelige sensoren blijvend te beschadigen.

Of de proef werkelijk alleen maar is bedoeld om de eigen satellieten op kwetsbaarheid voor laserstralen te toetsen, zoals het Pentagon zegt, is twijfelachtig. De test legt immers tevens aan de dag of niet-Amerikaanse kunstmanen met laserstralen zijn te verblinden. Over het militair gebruik van de ruimte bestaan twee overeenkomsten: het Ruimteverdrag van 1967, dat stationering van atoomwapens buiten de dampkring verbiedt, en het ABM-verdrag, dat de bouw van anti-raketsystemen uitsluit. Hoewel hierin niets is vermeld over anti-satelliet-systemen, hebben de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie altijd terughoudendheid betoond ten opzichte van dit type wapens.