Veel familiebedrijven kampen met opvolgingsproblemen

SCHEVENINGEN, 3 OKT. Temidden van alle beursgangen en megafusies wordt bijna vergeten dat ze nog bestaan. De familiebedrijven die bijna 80 procent van het Nederlandse bedrijfsleven vormen. Wat bestuursvoorzitter P. Swinkels van familiebedrijf Bavaria betreft hebben de ondernemingen met de oprichter of diens nazaat aan het roer zelfs een gouden toekomst.

“De volgende eeuw wordt de eeuw van het familiebedrijf. Kijk eens naar die gloeilampenfabriek uit het zuiden. Philips wordt opgesplitst in honderd units, waarvan ongetwijfeld een deel zelfstandig verder zal gaan. Op die manier komen de aandelen weer in beperkte kring”, zo verklaarde de bierbrouwer gisteren, aan de vooravond van de achtste wereldconferentie van het Family Business Network in Scheveningen. Ook de veelbesproken optieregelingen werken volgens Swinkels een nieuwe succesperiode voor het pappa-mammabedrijf in de hand. “Op die manier komen de aandelen immers weer in handen van het management.”

Een recent onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam geeft voeding aan Swinkels' optimisme over familiebedrijven. In de afgelopen drie jaar zijn deze ondernemingen sneller gegroeid dan het bedrijfsleven als geheel, maar in welke mate wordt uit het onderzoek niet duidelijk.

Het rapport laat ook zien dat familiebedrijven een moeizame tijd tegemoet kunnen gaan. De overgrote meerderheid wil alle aandelen in handen van de familie houden, maar niet meer dan een kwart van de geënquêteerde ondernemers heeft zijn opvolging geregeld. “Dat deze bedrijven gemiddeld slechts twee jaar reserveren voor het aanwijzen en inwerken van een opvolger baart mij zorgen”, aldus voorzitter J.C. Blankert van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Juist de keuze van de bestuurder in een gemiddeld familiebedrijf kan tot grote scheuringen leiden. De Nederlandse Participatie Maatschappij (NPM) ziet in de praktijk een dubbel probleem onstaan. “Steeds meer kinderen kiezen bewust voor een carriere buiten het familiebedrijf. Daar komt nog bij dat mensen later kinderen en krijgen en wanneer de 55-jarige ondernemer eruit wil stappen, zijn zijn kinderen nog veel te jong”, aldus een vertegenwoordiger van de participatiemaatschappij. Volgens de enquete verwacht twintig procent van de familiebedrijven binnen drie jaar met opvolging te maken te krijgen.

Swinkels vindt het belachelijk om alleen binnen de familie te kijken. “Als het leidinggevende vermogen niet in de bloedband zit, is dat jammer. Dan maar op de heftruck. Wat goed is voor het bedrijf is goed voor de familie, maar nooit andersom.”

Volgens staatssecretaris W. Vermeend van Financiën wordt het overdragen van de leiding door een fiscale verlichting in de toekomst gemakkelijker. Mede door aanpassingen in het successierecht (bij erfenissen) zal de belastingdruk rond de opvolging met een kwart dalen. “Meer kan ik er nog niet over zeggen want het wetsvoorstel moet nog naar de Tweede Kamer”, verklaarde Vermeend. Toen de bewindsman vertrokken was, sprak een belastingadviseur de hoop uit dat de verlichting van de druk ook het schenkingsrecht betreft. “Anders heeft u er zelf niet zoveel aan.”