Van hak op tak naar de pool

Louis Beyens: Het masker van de raaf. Leven in het Noordpoolgebied. Atlas, 316 blz. ƒ 24,90

Louis Beyens is een Belgische hoogleraar biologie die gegrepen is door het Noordpoolgebied. Hij is een verwoed bergbeklimmer die niet alleen veel weet van arctische dieren en planten - die hij beroepshalve verzamelt voor musea en herbaria - maar die zich ook verdiept in gebruiken van de Eskimo's, in de toeristische ontsluiting en in oude, vergeten poolexpedities.

Beyens weet niet alleen veel, hij is vooral een gedreven verteller. Alles wat hij weet wil hij onmiddellijk kwijt. Dit heeft geresulteerd in een van de merkwaardigste poolboeken die ik ooit onder ogen heb gehad, een boek dat op iedere pagina van de hak op de tak springt, maar dat zich in één ruk laat lezen. Zoals Herman Melville zijn vertelling van Moby Dick voortdurend onderbreekt met toelichtingen over de walvisvaart, zo bedelft Beyens de lezer van zijn expeditieverslagen met biologische en geologische feiten en historische uitweidingen. Het geeft niet of je de rode draad van zijn expedities verliest, de waarde van het boek ligt in Beyens geweldige feitenkennis.

De eerste expeditie, een prestatietocht met zes andere bergbeklimmers in Oost-Groenland, eindigt in een drama. Drie tochtgenoten vallen in een ravijn en komen om, een andere is gewond. Aan Beyens de taak om voor de drie achterblijvers hulp te halen in Kuummiit, een dorpje dat zich op enkele dagmarsen afstand bevindt. Typerend voor Beyens is dat we niet te horen krijgen hoe het met de expeditie en zijn dode tochtgenoten afloopt, maar wel wat er gebeurt met zijn kapotgelopen voeten. In één adem gaat hij door met de status van schimmels in het dieren- en plantenrijk. 'Mijn voeten worden letterlijk onder handen genomen door een Groenlandse verpleegster met erg vuile vingernagels. Toevallig of niet, maar sindsdien heb ik bijna continue schimmelinfecties. Schimmels zijn zulke afwijkende organismen dat ze een eigen groep, een rijk, toebedeeld kregen bij de hedendaagse opdeling van de levende wereld. Samen met een aantal bacteriën zijn ze de belangrijkste ontbinders in de natuur: ze breken organische bestanddelen af tot CO2 en ...' Via de medische betekenis van schimmels als leverancier van antibiotica, via ruilorgaanpatiënten, schimmelmonsters genomen op de Hardangervidda waar Scott oefende voor zijn Zuidpooltocht en via de geologische geschiedenis van schimmels - bekend uit het Siluur - komen we weer terug in Kuummiit. Hij vertelt nog hoe ze de rugzakken ophalen en dat ze wat dronken Groenlanders ontmoeten en dat is het dan.

Honderd pagina's verder, in een vertelling over een historische expeditie, vertelt Beyens in een bijzin dat hij wel degelijk met een politiehelicopter over het ravijn is gevlogen om de lijken aan te wijzen, maar hij vindt het niet de moeite waard te vermelden of die ooit zijn opgehaald of naar goed bergbeklimmersgebruik zijn blijven liggen.

In de kralenketting van historische anecdotes zijn de schermutselingen tussen de Duitsers en de Denen op Oost-Groenland tijdens de Tweede Wereldoorlog het meest interessant. De Duitsers hadden daar geheime weerstations ten dienste van hun maritieme operaties in de Noord-Atlantische oceaan. Aan Deens-Groenlandse skiteams de taak die stations uit te schakelen. Het wordt een spannende strijd waarbij de hoofdwet van de Arctis geschonden moet worden: gij zult elkaar altijd helpen. Beide partijen worden beurtelings elkaars gevangenen in barre tochten waarop Denen en Duitsers toch op elkaar zijn aangewezen.

Een ander Duits weerstation op de noordkust van Nordaustland (Spitsbergen) werd na de capitulatie van de Duitsers vergeten. Via de radio hoort de twaalfkoppige bemanning van het station hoe na 7 mei de geallieerden het gezag in hun vaderland overnemen, waarna zij besluiten hun meteorologische waarnemingen verder ongecodeerd te verzenden. Ze nemen aan dat er binnenkort wel een boot zal komen om ze op te halen, maar ze bereiden zich, om wat te doen te hebben, voor op een overwintering. Voor de verwarming van de hut wordt in de wijde omgeving drijfhout verzameld; na de eerste overwintering was er in de nabijheid van de hut niet veel hout meer te vinden.

De ontvangst van hun radio is uitstekend, ze horen berichten over de chaos in Duitsland en ze maken zich ernstige zorgen over hun familie en ook over de vraag of er nog iemand in Duitsland is die weet dat zij hier zitten. Wanneer de BBC meldt dat de Duitsers geen weerstations in het Poolgebied hadden, slaat de schrik hen om het hart en als in augustus het eerste drijfijs komt opzetten, zijn ze de wanhoop nabij.

Het verhaal eindigt, zoals vaker in dit boek, met een anticlimax. Op 3 september stoomt de Blaasel, een Noorse robbenjager, de Rijpfjord in. Of dat in opdracht van de geallieerden was om het station over te nemen of dat het schip er toevallig langskwam, laat Beyens in het midden.

Het masker van de raaf heeft een plaatsnamenregister en een literatuurlijst. Om in dit arctische pak van Sjaalman de weg te vinden, is dit beslist onvoldoende - als naslagwerk heb je er niet veel aan. Dat is jammer, want veel feiten ben ik nergens anders tegengekomen. Maar als het van Louis Beyens de bedoeling was de lezer enthousiast te maken voor het poolgebied, dan is het dat uitstekend gelukt.