Uniform

Eens per jaar moest een nieuw schooluniform gekocht worden, dat gebeurde in Londen, in een winkel die Daniel Neal heette. Een mooie naam, vond ik, andere winkels hadden alleen maar een achternaam. We gingen ook vaak naar een museum, het wetenschapsmuseum of het natuurkundemuseum, die liggen naast elkaar.

Londen was heel vies, zei men toen, en inderdaad herinner ik me één keer een echte Londense smog te hebben meegemaakt, je zag totaal niets. Het kwam ook het huis binnen, een soort gele mist die je kon ruiken. We namen de Ondergrondse, met die lange houten roltrappen in de stations, en ik keek van tijd tot tijd naar mijn handen om te controleren of mijn nagels al zwart werden, want dat was het teken dat je in Londen was geweest: zwarte nagels.

Mijn schooluniform was praktisch en 'verantwoord', speciaal ontworpen voor de school. We deden ook eurythmie, een verantwoorde kruising tussen gymnastiek en dans, bedacht door Isadora Duncan en je had het alleen op de meest progressieve scholen. Ook de winkel van Mr Neal waar we die bijzondere kleren kochten had voor mij iets verantwoords en eerlijks.

Daar, in een hoek, stond een van de meest fantastische dingen uit mijn hele kindertijd: een voeten-röntgenapparaat. Ze verkochten namelijk ook schoenen en dit was de beste manier om te zien of ze pasten: je stak je voet met de schoen in de machine en dan keek je door een soort houten koker naar beneden. En daar zag je een skeletvoet met doorzichtige schoenen aan, je eigen voetenbotjes alsof ze van iemand anders waren, gezien door Superman. De hele tijd dat ik in de winkel was keek ik in dat röntgenapparaat; in het Wetenschapsmuseum kon je op knoppen drukken en aan hendels draaien, maar dat was lang niet zo interessant als dit.

In de ondergrondse trein op weg naar huis controleerde ik mijn nagels: nu waren ze helemaal zwart. Alweer had ik het moment dat ze vies werden gemist.