Serieus gehuil

Stella Braam en Mehmet Ülger: Grijze Wolven. Een zoektocht naar Turks extreem-rechts.

Nijgh & Van Ditmar, 176 blz. ƒ 29,90

Comité 'Stop de Grijze Wolven': Turks Extreem-rechts. FOK, 146 blz. ƒ 14,- (giro 4553587 t.n.v. FOK/Amsterdam en o.v.v. Grijze Wolven).

Saillant is dat Braam en Ülger ook het zogeheten Exodusdossier lazen. Dit dossier is vernoemd naar het onderzoek dat de Amsterdamse politie verrichtte naar een groep Turkse heroïnehandelaren. De Turkse georganiseerde criminaliteit, daarover zijn alle crime-watchers het eens, kenmerkt zich door een grote mate van gewelddadigheid, niet alleen in Turkije maar ook in Europa. Het politie-onderzoek noopte in 1993 de toenmalige hoofdcommissaris Nordholt aan de bel te trekken over infiltratie door criminelen in de politiek. De bewuste infiltrant (Servet Y.) leidde volgens de politie de 'divisie geweld' van de heroïne-organisatie. Ook Servet Y. - die wegens gebrek aan bewijs nooit is vervolgd - werd door Braam en Ülger geïnterviewd. Hij zou een sleutelpositie innemen binnen de Grijze Wolven in Nederland en één van de Turken zijn die Braam en Ülger met de dood bedreigden wanneer hun boek zou worden gepubliceerd.

Het extreem-nationalisme in Europa wordt volgens Braam en Ülger vanuit de moederpartij van de Grijze Wolven in Turkije, de MHP, aangewakkerd. Migranten zouden worden opgeroepen deel te nemen aan het politieke leven van de landen waarin zij wonen en te lobbyen voor Turkije. Het comité 'Stop de Grijze Wolven' alsmede Braam en Ülger noemen het van het grootste belang dat de Turkse gemeenschap in de Nederlandse samenleving wordt geïntegreerd. Volgens hen staat extreem-nationalisme deze integratie in de weg. Braam vertelt met verbazing over een ogenschijnlijk volledig vernederlandst meisje dat met hartstocht beweert te willen sterven voor Turkije. Turkse jongeren in Europa oriënteren zich steeds sterker op Turkije, aldus de auteurs. Volgens Braam en Ülger moeten Turkse migranten in staat worden gesteld hun identiteit te behouden en te beleven, zij het zonder 'heilloos nationalisme'. Hoe migranten zonder het benadrukken van enig nationalisme, de 'eigen culturele identiteit' - wat dat ook moge zijn - kunnen behouden, maken zij echter niet duidelijk. Onduidelijk ook eveneens hoeveel Grijze Wolven er nu precies zijn. Natuurlijk, het boek is geen wetenschappelijke studie. Wanneer echter wordt gesuggereerd dat de aanhang van de Grijze Wolven is toegenomen, zou je wel enige cijfers willen zien. En die zijn er niet.

Waar de auteurs wel duidelijk over zijn, zijn de vele mantelorganisaties van de extreem-nationalisten. Beide boeken bevatten lijsten van verenigingen en organisaties die in handen zouden zijn van aanhangers van de groot-Turkse gedachte. Als die lijsten kloppen, zal de overheid zich binnenkort voor de vraag gesteld zien hoe zij paal en perk kan stellen aan deelname in overheidsinstellingen van anti-westerse en extremistische nationalisten. De overzichten in beide boeken kunnen daartoe als leidraad dienen. Maar het probleem is dat het moeilijk blijft een zo infantiel gedachtengoed als het pan-Turkisme serieus te nemen.