Rusland verdient geen Marshallplan

Een Marshallplan voor Rusland is zinloos en ongewenst, aldus Frits Bolkestein. Omdat Rusland geen democratie is en geen markteconomie kent, ontbreekt een vruchtbare basis voor een westers hulpplan. Bovendien is het land niet kapitaalarm. De VVD-leider distantieert zich van het pleidooi dat premier Kok eind mei hield voor een transatlantisch hulpplan voor Oost-Europa.

Op 5 juni 1947 ging het Marshallplan voor West-Europa van start. De Amerikanen wilden met behulp van een injectie het Europese kapitaaltekort aanzuiveren dat door de Tweede Wereldoorlog was ontstaan. Deze economische ingreep diende een politiek doel: de opbouw van een stabiel en democratisch Europa gestoeld op basis van een markteconomie.

De laatste jaren is de vraag actueel of een nieuw Marshallplan nodig is om hetzelfde in Rusland te bereiken. Maar een nieuw Marshallplan zou alleen zinvol zijn wanneer democratie en een markteconomie in Rusland wortel kunnen schieten. Als dit niet zo is, schiet elke vorm van hulp tekort. Is dit wel zo, dan nog is een Marshallplan II alleen gewenst indien Rusland kampt met een kapitaaltekort.

Volgens velen is Rusland een bijzonder land waar markteconomie en democratie gedoemd zijn te falen. De gedachte dat Rusland een bijzonder land is, rust op drie veronderstellingen (zie The Economist van 15 juni 1996). Allereerst beweren de aanhangers van dit idee, dat Rusland van nature collectivistisch is; een markteconomie zou daarom onhaalbaar zijn.

Deze bewering berust grotendeels op de geschiedenis van het land: lijfeigenschap, gevolgd door collectieve landbouw, gevolgd door communisme. Maar zoals de Franse schrijver Paul Valéry schreef: geschiedenis is de wetenschap van alles wat nooit tweemaal gebeurt. Het is dan ook twijfelachtig of Ruslands collectivistische verleden een voorbode van zijn toekomst vormt.

Meer in het algemeen dient de bewering dat de vrije markt nergens anders dan in het Westen tot bloei kan komen met scepsis te worden bezien. Culturele factoren vormen een onzekere leidraad voor het voorspellen van economisch gedrag, omdat deze factoren zó verschillend en complex zijn, dat ze zowel groeibevorderend als remmend kunnen werken. Uit onderzoek blijkt dat Russen niet vijandig staan tegenover ondernemen.

Ten tweede beweren zij dat Rusland inherent autocratisch is; democratie zou daarom een illusie zijn. Ook deze bewering is voornamelijk gebaseerd op de geschiedenis. Maar Duitsland, Spanje, Oostenrijk en Italië hebben alle hun recente verleden van zich afgeschud. Bovendien logenstraffen de jongste veranderingen in Rusland deze bewering. Zowel president als parlement worden verkozen. Er is vrijheid van vergadering en een min of meer vrije pers. De meest gecentraliseerde staat van Europa is veranderd in een gedecentraliseerde federatie.

Ten derde zou Rusland van nature anti-westers zijn. Dit laatste betekent dat Rusland genoodzaakt is òf een ant-westerse koers te varen òf in het isolement van zijn eigenaardigheden verstrikt te raken. Deze bewering kent twee aspecten. Allereerst de geografie. Rusland zou te groot zijn om democratisch te worden bestuurd. Het democratische karakter van Amerika, Canada en Australië verwijzen deze gedachte naar de prullenbak.

Anderen verbinden deze bewering met het bestaan van de Russische ziel. Het westerse karakter, gekenmerkt door rationaliteit, wetenschappelijke speurzin en het nastreven van eigenbelang zou vijandig staan jegens deze ziel. De Russische ziel kenmerkt zich volgens schrijvers als Dostojevski en Tolstoj door een hang naar irrationaliteit, dus naar niet-westers gedrag.

Deze gedachtengang heeft een lange traditie in Rusland. Maar zij is, evenals het slavisme, vooral een kenmerk van de literair-filosofische elite en niet noodzakelijk van de bevolking als geheel. Bovendien wordt de Russische ziel ook beïnvloed door andere culturele normen. De artistieke tradities: opera, roman, drama en ballet zijn Europees. De religieuze traditie is joods-christelijk, zij het van de orthodoxe variant.

Noch het collectivistische en autoritaire verleden, noch de geografie en de ziel van Rusland vormen een permanent obstakel op weg naar de democratie en een vrije markt. Nee, die obstakels zijn van een meer wereldse aard. Eigendomsrechten liggen niet vast verankerd in de wet. Het primaat van het recht is zwak. Corruptie en de maffia zijn overal; tachtig procent van alle Russische ondernemingen betalen gemiddeld tien tot twintig procent van hun winst aan beschermingsgelden. Een krachtige middenklasse en daarmee een veerkrachtig middenveld, ontbreken. Het privatseringsprogramma is onvolledig en onzorgvuldig uitgevoerd.

Deze factoren hebben bijgedragen tot het feit dat de Russische politiek zich kenmerkt door een hoge mate van etatisme. Dat komt onder meer tot uiting in een gebrek aan openheid en verantwoording van de regering aan de volkvertegenwoordiging.

In deze schimmige wereld gedijen enkele krachtige persoonsgebonden belangengroepen, beter bekend als clans. Deze groepen strijden in wisselende coalities tegen elkaar om de controle over het staatsapparaat. De clans vinden hun oorsprong in de hervormingspolitiek van de jaren negentig. De meeste clan-leiders hebben hun fortuin vergaard met de privatisering van staatsondernemingen. In het ongereguleerde privatiseringsprogramma speelden bomaanslagen, mitrailleurs en zelfs gifbekers een rol. Slechts elf procent van de geprivatiseerde ondernemingen kwam in handen van buitenstaanders. Door deze ontwikkeling is de politiek Ruslands meest winstgevende bedrijfstak geworden.

De grote invloed van deze robberbarons ondermijnt de Russische hervormingspolitiek. Paradoxaal genoeg biedt dit kortzichtige en inhalige gedrag zicht op verbetering. Doordat de verschillende clans elkaar het licht in de ogen niet gunnen, wordt het steeds moeilijker afspraken te maken over het verdelen van de buit. Onlangs werd bij de veiling van een groot nieuw telecombedrijf, Svjazinvest, zowaar een marktconforme prijs bedongen. Het einde van het tijdperk van de doorgestoken kaart lijkt mogelijk. Alleen door verdergaande privatisering en liberalisering is het mogelijk de fouten van de afgelopen jaren te herstellen en de macht van de clans te breken.

Eén van de eerste prioriteiten bij verdergaande privatisering is de invoering van het concurrentiebeginsel. Ruslands economie kan nu het best worden omschreven als kapitalisme zonder concurrentie. Tot nu toe zijn veel staatsmolochen in hun geheel geprivatiseerd. Het gevolg is: private- in plaats van staatsmonopolies. Voor de toekomst is het van belang staatsbedrijven op te splitsen voordat zij worden geveild.

Verder is van groot belang dat het aantal sectoren dat in aanmerking voor marktprikkels komt, wordt uitgebreid. Dit geldt vooral de energie- en huisvestingssector. Beide sectoren remmen Ruslands groei. De energiesector wordt gedomineerd door Gazprom. Dit bedrijf is goed voor acht procent van Ruslands Bruto Binnenlands Product en levert 25 procent van de aardgasbehoefte van Europa. Door zijn economische en politieke macht kan Gazprom zich de weigering veroorloven belasting te betalen en pensioenen uit te keren. Op deze wijze constipeert Gazprom de Russische economie. Dit geldt ook voor de huisvestingsector waarin subsidies elk jaar vier tot zeven procent van het BBP opslokken.

Maar verdergaande privatisering en marktprikkels alleen zijn onvoldoende. Voor het genereren van economische groei is een aantal andere zaken ook van belang. Allereerst belastinghervorming en het verbeteren van de belastinginning. Ieder die zich nu aan de letter van de wet houdt, zou binnen de kortste keer failliet gaan. Door de byzantijnse opzet van het belastingstelsel loopt de staat veel inkomsten mis. Vorig jaar werd slechts vijftig tot zestig procent van de verschuldigde belastingen daadwerkelijk geïnd.

De tweede prioriteit is herstructurering van Russische bedrijven. In tachtig procent van de geprivatiseerde bedrijven bezitten de managers het merendeel van de aandelen. De hieruit voortvloeiende macht maakt dat managers zich eerder gedragen als mandarijnen gericht op het financieel uitkleden van hun onderneming, dan als bedrijfsleiders gericht op goede resultaten. Verschillende boekhoudingen zijn eerder regel dan uitzondering.

Slechts in elf procent van de bedrijven kunnen buitenstaanders door middel van hun aandelenbezit enige invloed uitoefenen op de manier waarop deze bedrijven worden geleid en geherstructureerd. De druk om alles bij het oude te houden, is overweldigend. Zelfs de overheid draagt daarin bij. Om de werkloosheidsuitkeringen en andere overheidsuitgaven te beperken, voert de staat een ontmoedigingsbeleid waar het gaat om het aanvragen van faillissementen.

De derde prioriteit is versterking van de rechtsstaat. De Russische economie is vooral gebaat bij een duidelijke vaststelling van het eigendomsrecht, een betere toepassing van het ondernemingsrecht, bestrijding van de corruptie binnen het juridische apparaat en een harde aanpak van de georganiseerde misdaad.

Weloverwogen liberalisering en marktprikkels, belastinghervorming, bedrijfsherstructurering en versterking van de rechtsstaat zijn alle zaken die de Russen zelf moeten oppakken. Een nieuw Marshallplan brengt hier geen verandering in. Met andere woorden: een vruchtbare basis voor een kapitaalinjectie ontbreekt.

Maar zelfs indien een dergelijke basis zou bestaan dan nog zou ik geen voorstander van een Marshallplan II zijn. Het naoorlogse Marshallplan was in essentie een kapitaalinjectie in een kapitaalarm Europa. Rusland is niet kapitaalarm. Er zijn te weinig investeringen, maar er is geen tekort aan kapitaal. Ondanks de grote armoede wordt in Rusland 22,7 procent van het inkomen gespaard, voor tachtig procent in dollars. De oude sok is dus goed gevuld. Bovendien investeren Russen aanzienlijke bedragen in het buitenland. De totale geschatte netto-kapitaalvlucht tussen 1994 en 1996 bedroeg een kleine tachtig miljard dollar.

Het land kent wel een gebrek aan politieke, economische en justitiële waarborgen die er voor zorgdragen dat Russisch kapitaal met vertrouwen in eigen land kan worden geïnvesteerd. Wil hier verandering in komen, dan moet de macht van de clans worden gebroken. Alleen wanneer hun macht ondergeschikt aan het recht en de democratie wordt gemaakt, kunnen de woorden van Nicolaj Gogol uit zijn boek Dode zielen, werkelijkheid worden: “Bent u, Rusland, als een bezielde trojka op volle snelheid niet in te halen? Alles op aarde vliegt aan u voorbij, en schuin naast zich kijkend, stappen andere landen en staten terzij en maken zij plaats”.