Reagan-doctrine vindt in Clinton fervent aanhanger

James Schlesinger beheerde onder president Nixon het ministerie van Defensie en onder president Carter het ministerie van Energie. Zijn goede connecties met de oliebranche kwamen hem in beide functies van pas. In het herfstnummer van The National Interest hekelt Schlesinger de buitenlandse politiek van regering en volksvertegenwoordiging.

De Amerikaanse buitenlandse politiek is in handen geraakt van etnische pressiegroepen, meent hij. Van het dienen van het nationale belang is geen sprake meer. Daarvoor zijn fragmentatie en hybris in de plaats gekomen. De natie behoeft niet langer, als in de Koude Oorlog, te worden gemobiliseerd voor een alles en allen omvattende worsteling. Als gevolg daarvan heeft het volk zich van de buitenlandse politiek afgewend en hebben pressiegroepen vrij spel gekregen. Het verwijt aan Clinton is dat hij zich daarvan, uit electorale overwegingen, maar al te gemakkelijk een speelbal heeft laten maken.

Schlesinger noemt een aantal voorbeelden: de Armeense lobby bepaalt de Amerikaanse houding in het conflict om de Armeense enclave in Azerbajdzjan, Nagorny-Karabach. De steun aan Israel is een regelrecht gevolg van de invloed van de joodse gemeenschap op het regeringsbeleid. Pools-Amerikaanse kiezers werden voor Clinton gewonnen met het toelaten van Polen tot de NAVO (Bolkestein signaleerde dat eerder). De militaire interventie in Haïti had alles te maken met het winnen van goodwill bij Afro-Amerikanen. De volgehouden boycot van Cuba levert stemmen op bij de ballingen in Florida.

De reeks lijkt een bevestiging van Schlesingers stelling. Maar hij toont nog iets anders: de Amerikanen volgen een politiek van de minste weerstand. Openlijk partij kiezen voor de Azeri's was op een ongewenst en onnodig conflict met Rusland uitgelopen in een gebied waar grote olie- en gasbelangen op het spel staan. Zelfs maar geringe ruimte laten ontstaan tussen Amerika en Israel zou een breuk betekenen met een tientallen jaren lang volgehouden beleid van Amerikaanse regeringen van verschillende signatuur. Afzien van uitbreiding van de NAVO zou een crisis in de Atlantische betrekkingen hebben veroorzaakt. De spanning met Rusland hierover is beheersbaar gebleken. In Haïti stond weinig op het spel. Een doorbraak met Cuba is niet goed voorstelbaar zolang Castro aan de macht is.

Schlesinger is niet tegen alle lobby's. Hij heeft begrip voor het bedrijfsleven dat toegang zoekt tot internationale markten. De lobby tegen de Amerikaanse boycot van Iran heeft zijn goedkeuring, evenals die voor verdere verruiming van de handelsbetrekkingen met China. Deze lobby's hebben een beter begrip van het Amerikaanse nationale belang dan de regering-Clinton, lijkt de voormalige bewindsman te willen suggereren. Weliswaar volgt Washinton de laatste jaren de pro-Chinalobby een eindweegs, maar tot Iran weigeren regering en Congres eensgezind elke toenadering - op gevaar af de Europese bondgenoten van zich te vervreemden en de Iraanse markt en de benutting van Iraanse olievoorraden geheel aan de concurrentie over te laten.

Chinese donaties vorig jaar aan Clintons campagnekas houden in Amerika de publieke aandacht gespannen. Het Amerikaanse bedrijfsleven is er veel aan gelegen de Chinese markt intensief te exploiteren zonder dat de kansen daar worden bedorven door een al te luidruchtig pleidooi voor de mensenrechten of door de nachtmerrie van een nieuw vijandbeeld. Het jongste congres van de Chinese communistische partij heeft met zijn keuze voor de markt de toon gezet voor het aanstaande staatsbezoek van China's president aan Washington.

Er is in de VS een krachtige lobby voor het herstel van de betrekkingen met Iran. Amerika's boycot van dat land treft het eigen bedrijfsleven, terwijl Iran zich staande houdt dankzij zijn internationale handel, ondermeer met Amerika's bondgenoten. Een grote transactie van het Franse Total met de Iraanse regering ontlokte minister Albright een paar dagen geleden een woedende uitval.

Albright zei niet te begrijpen wat de Fransen bezielt om zo mee te werken aan het voortbestaan van een regime dat verantwoordelijk is voor grensoverschrijdende terreur. De Atlantische eensgezindheid en solidariteit die zo veel jaren het front tegenover de Sovjet-Unie hebben overeind gehouden, zijn verdwenen. Maar een politiek van de minste weerstand zou wel eens tot beëindiging van de Amerikaanse boycot van Iran kunnen leiden.

In Bosnië moeten de Europese landen zeker rekening houden met een Amerikaanse politiek van de minste weerstand. Europa probeert de Amerikanen in Bosnië te houden door hen te dreigen met een gelijktijdig vertrek: jullie weg, wij ook weg. De regering-Clinton is daarvoor gevoelig gebleken en heeft tegen haar zin de aanwezigheid van de NAVO onder een nieuwe naam met een jaar verlengd.

Midden 1998 komt aan dit verlengde mandaat een einde. Onzeker is welk argument het in Washington zal winnen: het belang van het bondgenootschap (straks misschien het regeringsstandpunt) of de overtuiging dat met de interventie in Bosnië geen enkel Amerikaanse belang is gediend (een belangrijk deel van het Congres). Als Schlesinger gelijk heeft en de Clintons zich uiteindelijk laten leiden door electorale impulsen, wordt 1998 voor Europa een moeilijk jaar. Ten slotte zijn er dan in Amerika weer verkiezingen: voor het Congres.

De clintoniaanse retoriek wijst overigens in een andere richting dan Schlesinger aangeeft. De president zelf geeft hoog op van de doelstellingen van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Die staan onverminderd in het teken van een assertieve bevordering in de wereld van democratie en vrije markt - een doctrine overigens die in 1980 door de Republikein Ronald Reagan werd geïntroduceerd.

De verkapte Amerikaanse steun aan Kroaten en moslims in de Bosnische burgeroorlog, aan Kabila bij de verovering van Zaïre en aan de Talibaan in Afghanistan schijnt daarmee in tegenspraak. Maar in Bosnië moest de Servische falanx tot staan worden gebracht, in Zaïre diende aan het vermolmde regime van Mobutu een einde te worden gemaakt en in Afghanistan dreigt anarchie endemisch te worden. Er moet soms puin worden geruimd alvorens aan nieuwbouw kan worden begonnen.

De Amerikaanse buitenlandse politiek is samengesteld uit verschillende ingrediënten: opportunisme, idealisme en pragmatisme. Een belofte van samengaan van vrije handel en democratie heeft de verdienste dat geen van die drie elementen bij voorbaat behoeft te worden uitgesloten. Vermoedelijk heeft Schlesinger dan ook slechts een deel van het gelijk.