OCW laat NK-collectie onderzoeken

DEN HAAG, 3 OKT. Staatssecretaris Nuis van OCW laat een onderzoek instellen naar de herkomst van een aantal kunstwerken in rijksbezit die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland terecht zijn gekomen en die later zijn opgespoord en teruggevoerd naar Nederland.

Het gaat om kunstwerken uit de zogeheten 'NK-collectie', genoemd naar de Stichting Nederlands Kunstbezit die na de oorlog belast was met de recuperatie van kunst uit Duitsland en met de teruggave aan de rechtmatige eigenaren. Als zich geen eigenaren meldden, of als hun aanspraken niet bewezen werden geacht, vervielen de kunstwerken aan de Nederlandse staat. Dat gold ook voor alle kunst die tijdens de oorlog vrijwillig aan de Duitsers was verkocht.

De NK-collectie omvat 3.587 kunstwerken, waarvan niet altijd duidelijk is wie de laatste eigenaar was voor de oorlog. Ook is niet altijd bekend waarom een bepaald kunstwerk in de NK-collectie terecht is gekomen. De inspectie Cultuurbezit en het Instituut Collectie Nederland (ICN) zullen allereerst onderzoeken van welke kunstwerken de herkomst onbekend of onduidelijk is. Uit dit 'onduidelijke' deel zal een 'onderbouwde en representatieve steekproef' worden genomen. Van de kunstwerken uit deze steekproef wordt de herkomst 'grondig onderzocht', aldus OCenW. Op basis daarvan wordt besloten over een definitieve onderzoeksopdracht.

Voorzitter van de begeleidingscommissie is R. Ekkart, directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. Mevrouw J. Leistra, inspecteur Cultuurbezit, coördineert het onderzoek. De commissieleden zijn mevrouw J. Belinfante, directrice van het Joods Historisch Museum, R. Naftaniël van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël, R. Vos, directeur van het ICN, mevrouw C. van Rappard-Boon, hoofd Inspectie Cultuurbezit, en V. Bina en W. Bloemberg van OCenW.