Mediëvistiek voor kinderen; De duivel is een fijne vent

Peter van Gestel: Mariken. Illustraties door Annemie Heymans, Uitgeverij Fontein, 192 blz.

Vanaf 10 jaar. ƒ 27,90

De vorige keer dat 'Masscheroen' in de Nederlandstalige literatuur opdook, was in 1967 in het gelijknamige toneelstuk waarvoor Hugo Claus vier maanden in het gevang moest. Hij had het wagenspel uit Mariken van Nieumeghen (ca. 1518) en het effect op het meisje dat toekijkt, nadat ze zeven lange jaren met de duivel op pad is geweest, drastisch herschreven. Met een zweep joeg Claus' Mariken de naakte Drievuldigheid op de vlucht om zich te gaan beraden op haar toekomst. Met 'het lachje van Venus' rond haar mond keerde ze daar vervolgens van terug.

Ook Peter van Gestel, bekend auteur van jeugdboeken, liet zich door Masscheroen, de afgezant van de duivel, en Mariken inspireren. Zijn Mariken loopt voor een deel parallel met de 'echte'. Op een ingenieuze manier vervlecht hij gegevens uit de laatmiddeleeuwse rederijkerstekst met zijn uitbundige fantasieverhaal. Ook hier gaat een onschuldig klein meisje alleen op weg naar de jaarmarkt in de stad, om er een geit aan te schaffen. Zij komt een kwade oude vrouw tegen, vlucht en staat vervolgens oog in oog met de duivel. In plaats van zeven jaar gaat ze zeven dagen met hem op pad. In die zeven dagen ontrollen zich de krankzinnigste avonturen, vol zijlijnen die uiteindelijk, aan het eind van Van Gestels Mariken, wonderbaarlijk genoeg toch nog samenhang blijken te vertonen.

De duivel ontfermt zich over Mariken, neemt haar mee naar een herberg, voedt haar en toont haar zijn kunstjes. Alleen is deze duivel een verklede vent: Joachim de minstreel, die met zijn reizende groep toneelspelers op een platte wagen onder andere het wagenspel Masscheroen opvoert. Het verhaal van het meisje Mariken dat wereldvreemd en met een groot vertrouwen in de mensheid uit de bossen is komen stappen, inspireert hem. Voor zijn vrouw Isabella is de komst van het meisje zoiets als het krijgen van een kind. Zij vindt in haar een dochter, terwijl Mariken zelf behalve een nieuwe geit misschien wel een moeder zocht. In die zin is dit kinderboek een klassiek reis- en initiatieverhaal, dat vertelt hoe een tocht leidt naar volwassenheid en verzoening met wie je bent.

Peter van Gestel, een dramaturg van radio en t.v.-programma's, begon op verzoek van Karel Eykman met het schrijven voor kinderen in de kinderrubriek Vrij Nederland De Blauwgeruite Kiel. Hij is sindsdien vooral bekend om zijn boeken over dwarse pubers. Stakerige, dromerige jongens en meisjes die weliswaar het gevoel hebben in een verkeerde tijd geboren te zijn, maar niettemin op zijn twintigste eeuws allerindividueelst over hun eigen identiteit piekeren.

Niet eerder schreef Van Gestel een zo historisch aandoend verhaal als Mariken, al waren zijn enkele eerdere boeken wel sprookjesachtig. Maar het meest bekend zijn de dagboeken van Ko Kruier, een merkwaardige maar levensechte Amsterdamse sukkel met een gedachtenleven vol kronkels en Kees de jongen-achtige fantasieën. In 1985 kreeg Van Gestel een Zilveren Griffel voor Uit het leven van Ko Kruier, in 1987 won hij met Ko Kruier en zijn stadsgenoten de Nienke van Hichtumprijs.

In Mariken merkt Joachim, alias de duivel, op: 'Verhalen, vader (...), moeten niet vertellen hoe het in je eigen huis en je eigen dorp toegaat. Verhalen moeten anders zijn. Een koning gaapt, slikt een boze geest in en doodt zijn eigen kinderen. Het lam vreet de wolf op.' Van Gestel breekt met zijn gewoonte zijn verhalen dichtbij huis te houden en beschrijft een zelfbedacht verleden.

De wereld van zijn Mariken heeft veel weg van de middeleeuwen. De mensen leven in angst voor de zwarte dood, die je blauwe etterbuilen bezorgt, zijn godsvruchtig en bijgelovig, eten brij uit een nap. Tegelijkertijd doet de tijd waarin Mariken rondhuppelt in haar broekje van hazenbont, denken aan de onbestemd verleden tijd van sprookjes. Kinderen communiceren met ratten. Een oude vrouw, genaamd 'de zwarte weeuw', roert dag in dag uit met een lange stok in een kokende teil vol zwart water. Een gravin woont ver verheven boven haar volk eenzaam in een ondoordringbaar slot met dikke muren.

Het is een meeslepende, spannende nieuwe wereld die Van Gestel heeft bedacht, ook als je de verwijzingen naar Mariken van Nieumeghen niet thuis kunt brengen. Mariken is een voorleesboek voor ouders en kinderen die van toverachtige, maar geestige verhalen houden. Want waar de verbeelding van de schrijver te grotesk dreigt te worden, voorkomt zijn nuchtere humor steeds net op tijd dat hij te ver afdrijft en niet meer te volgen is. Zijn originaliteit spreekt, zoals meestal in zijn boeken, vooral uit dialogen en beschrijvingen. Iets is niet zomaar lang geleden, iets is 'lang geleden, toen de mensen zich niet vaak wasten'.

Tot nu toe illustreerde Peter van Straaten de boeken van Van Gestel. Een uitstekende combinatie voor vooral de genoemde puberleed-boeken: tekst en tekening vertoonden een vergelijkbare combinatie van humor en somberte. Mariken is, al even passend, geïllustreerd door Annemie Heymans. In zwart-wit maakte zij voor het begin van elk hoofdstuk een klein, dromerig doch veelzeggend plaatje. Het staat vlak onder de lange hoofdstuktitels die het boek zo'n ouderwets 'voorleeskarakter' geven. 'Hoofdstuk 1. Waarin Archibald uit de stad wordt verjaagd en tussen de bloeiende ganzeriken een klein meisje vindt' staat er bijvoorbeeld. Op de illustratie zien we een geit zijn grote tanden enigszins nijdig (zoals geiten nu eenmaal kijken) in het jakje van een krijsende baby zetten. Aan duidelijkheid laat het niets te wensen over: zo vond de oude man Archibald met geit Sofie zijn kleine vondeling Mariken. Op de prenten groeit Mariken uit tot een aanbiddelijk stout meisje met piekhaartjes.

Kinderboeken, die in een verzonnen verleden of droomwereld spelen en daarom niet als 'historische jeugdliteratuur' gelden, zijn misschien wel de fijnste die er zijn. Zoals Tonke Dragt, Michael Ende, Els Pelgrom en de vele anderen die hem voorgingen, kon Van Gestel in Mariken de wereld precies maken zoals hij wilde dat ze was. Ongehinderd door de claim van historische juistheid, met als enige boodschap: 'de mensheid is een klucht'.

Uit: Peter van Gestel, Mariken.

'De zwarte weeuw lag in bed. Haar bleke voeten staken onder zwarte doeken uit en werden verlicht door de maan. Ze schrok met een kreet wakker uit een nachtmerrie. Bij het zien van haar spierwitte voeten slaakte ze opnieuw een kreet. 'Wat is dat?' gilde ze angstig. Snel ging ze rechtop zitten. Haar voeten verdwenen onder de zwarte lappen. 'Ik heb jullie gezien, loeders,' krijste ze. 'Waarom maken jullie mij aan het schrikken? Wat moet ik wanneer ik mijn eigen voeten niet kan vertrouwen? Ik heb akelig gedroomd. Ik droomde dat ik een witte jurk droeg en dat het sneeuwde, de hele wereld was wit.'