Kikkerdrab en wortelkots

Nanda Roep: Heksenliefde. Illustraties Georgien Overwater. Negen jaar en ouder. Leopold, 88 blz. ƒ 24,90

Zonder slijm van klierige tieners geen liefde. Dat is een van de belangrijke lessen die te trekken is uit het nieuwste kinderboek van de 26-jarige free-lance journaliste en hoofdredacteur van het tijdschrift Schrijven Nanda Roep.

Haar eerste boek, Mevrouw Triktrak in de wolken, verscheen vorig jaar bij uitgeverij Leopold en werd warm ontvangen. Het boek over een dikke bescheiden oude werkster en een keurige heer die verliefd op elkaar zijn en tijdens de liefdesverklaring in merkwaardige avonturen verzeild raken, was volgens verschillende recensenten te plaatsen in de humoristische traditie van Annie M.G. Schmidt en Roald Dahl. In het dagblad Trouw werd zelfs meteen gesteld dat Roeps debuut 'iets (modern)-klassieks' heeft. Dat lijken me stimulerende kwalificaties voor een beginnend kinderboekenschrijfster.

Het is dan ook niet verbazend dat nu haar jeugdboek verschenen is. Ook dit keer betreft het een bizarre, nonsensicale liefdesgeschiedenis, maar niet tussen twee 'gewone' mensen, maar tussen een heks (Klittenkop) en een tovenaar (Kloterik). Alleen al om die laatste naam zal uitgever Leopold op de rug van het boek aangeduid hebben dat het bestemd is voor negen-jarigen en ouder. Bij Roeps eerste boek ontbrak die waarschuwing. Maar misschien komt het ook omdat Roep zich, zoals zoveel jeugdboekenschrijvers, begeeft in het onder kinderen zeer populaire griezel- en horror-genre. Daarin komen noodzakelijkerwijs geraamtes, doodskisten en stukjes hersenen voor, die opeens drillerig in je hand liggen. Daar moet je kinderen van onder de negen nog niet mee lastig vallen, zal de uitgever gedacht hebben.

Heksenliefde heet Roeps tweede boek, waarmee ze in de titel al de allerengste kant van haar griezeluitstap neemt: uiteindelijk is dit net als haar eerste, een boek over de liefde.

Het moeilijke van het griezelgenre voor kinderen is, dat je de horror- en griezelwereld op een natuurlijke wijze in de kinderwereld moet brengen, omdat je anders geen helden in je boek hebt met wie de lezende kinderen zich kunnen identificeren. Roep lost dat kordaat op. Naast de hoofdfiguur in haar boek, het jongetje Tom die alleen met haar gescheiden moeder in een rijtjeshuis woont, komt gewoon een heks wonen, en de dag daarop komt tegenover hem een tovenaar wonen. Dit alles wekt grote beroering in de wijk, en ook in Toms klas natuurlijk. Hij haalt zijn meester Hans er bij, die overigens verliefd is op Toms moeder, om het probleem van een getikte buurvrouw-heks en een gevaarlijke overbuurman-tovenaar op te lossen. Want de twee bestoken elkaar met 'kikkerdrab' en 'wortelkots' en delen af en toe harde klappen uit.

Misschien vinden kinderen het allemaal grappig wat er met Klittenkop, Kloterik en Tom gebeurd, maar mij overtuigt het verhaal niet. Ik geloof best dat je liefdesdrank kunt maken waarin slijm van klierderige tieners en babypies verwerkt zit, en ook nog wel dat je een heks en tovenaar als buren kunt krijgen. Maar dat je gescheiden moeder verliefd wordt op een meester die steeds 'Geweldig, super, knoepertgoed!' of 'Fantastisch! Knoepert! Grandioos!' zegt, dat geloof ik niet. Wat ook de geloofwaardigheid van het verhaal aantast is Roeps uitbundige, bloemrijke, niet-ingehouden stijl. Neem de beschrijving van de heks: 'Voor mij staat een vrouw, een wezen, een figuur... Haar zwarte haren zijn dik als touwen. Zo stug en dik als de touwen waar we met gym in moeten klimmen. In geen jaren heeft ze er een kam doorheen gehaald, anders kon ze onmogelijk klitten krijgen in zulke touwen. Vliegjes zwermen om haar hoofd. Torren kruipen door haar haren en kleine spinnetjes maken er een web.' Ooit een kam door polsdikke gymklimtouwen gehaald?

Het lijkt er op dat Roep, over de hoofden van de kinderen heen, een parodie op het kindergriezelgenre heeft willen maken, met een knipoog (Klit en Kloot) naar ouders die van softe griezelporno houden.