Juridische twijfels bij versnellingswet Jorritsma

Het kabinet bespreekt vandaag een voorstel van minister Jorritsma om met een speciale wet de vijfde baan van Schiphol versneld aan te leggen. Juristen betwijfelen of het kabinet met een zo'n 'lex specialis' zijn doel zal bereiken.

DEN HAAG, 3 OKT. De opvatting van minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) over de 'lex specialis' is binnen enkele maanden 180 graden gedraaid. Collega De Boer (VROM) somde drie maanden geleden in een brief aan de Tweede Kamer “mede namens mijn ambtgenote van Verkeer en Waterstaat” nog de nadelen op van een speciale wet waardoor grote projecten, zoals de vijfde baan van Schiphol of de aanleg van een nieuwe luchthaven, sneller uitgevoerd konden worden. “Aan het fenomeen van een lex specialis per concreet project blijken meer nadelen dan voordelen te zijn verbonden.” Het gaat om twee soorten nadelen: het is de vraag of een dergelijke wet juridisch gezien wel houdbaar is, en het is de vraag of die daadwerkelijk zal leiden tot tijdwinst.

Jorritsma was het toen roerend met haar eens. In september 1996 liet ze al in een brief aan de Kamer weten dat met een speciale wet slechts geringe tijdswinst te behalen zou zijn. En zelfs dat was onzeker, aldus Jorritsma toen. Het had dan ook haar voorkeur om de normale inspraak-, bezwaar- en beroepsprocedures te doorlopen. In de maanden daarna herhaalde zij in debatten met de Tweede Kamer steeds dat een lex specialis niet zou leiden tot versnelde aanleg van de vijfde baan op Schiphol.

De afgelopen maanden werd Schiphol politiek een nog hetere kwestie. De luchthaven groeit zo snel dat die al dit jaar de geluidgrenzen - in 1995 vastgesteld - zal overschrijden. De luchtvaartmaatschappijen, Schiphol en andere bedrijven op de luchthaven begonnen in politiek Den Haag een intensieve lobby om de milieugrenzen voor de luchthaven flexibel te interpreteren.

De VVD heeft dat pleidooi van het bedrijfsleven inmiddels overgenomen. Tijdens de algemene beschouwingen bepleitte VVD-leider Bolkestein te gedogen dat Schiphol wettelijke geluidsnormen overtreedt. Ook VVD-minister Jorritsma neemt de problemen van de luchtvaartsector zeer serieus. In een debat met de Tweede Kamer waarschuwde zij vorige week dat de positie van Schiphol als belangrijke Europese luchthaven op het spel staat. De Amerikanen zouden overwegen het open-skiesverdrag met Nederland op te zeggen. De KLM zou daardoor geen vrije toegang meer hebben tot Amerikaanse luchthavens.

De minister wil tegen deze achtergrond alles uit de kast halen om te voorkomen dat de geplande aanleg van de vijfde baan vertraging oploopt. Ondanks haar eerdere twijfels haalde ze daartoe het plan voor een lex specialis van stal. Die zou minstens een half jaar tijdwinst moeten opleveren, zodat de nieuwe baan in 2002 klaar kan zijn.

Het wetsvoorstel dat het kabinet vandaag bespreekt, bevat een aantal elementen die politiek en juridisch omstreden zijn. Rechters, gemeenten en provincies zouden aan termijnen worden gebonden waarbinnen zij een procedure moeten afwikkelen. Nemen zij niet op tijd besluiten, dan doet de rijksoverheid dat zelf. Burgers kunnen volgens het wetsvoorstel niet keer op keer opnieuw bezwaar maken tegen de baan. Ook worden de verschillende 'bezwaarrondes' zoveel mogelijk gelijktijdig afgewikkeld. Bovendien wil Jorritsma af van de bevoegdheid van de Raad van State om een overheidsbesluit via een voorlopige voorziening te schorsen. Nu wordt het werk aan een project stilgelegd wanneer de Raad van State zo'n voorziening treft.

Jorritsma wil bovendien de hele coördinatie van het project op zich nemen, ten kostte van haar collega van VROM, De Boer. Die voelt daar echter weinig voor. “Bij de besluitvorming (...) acht ik een intensieve betrokkenheid van de minister van VROM op het strategisch niveau van groot belang”, schreef zij in juli aan de Kamer.

Ook juristen reageren afwijzend op de plannen van Jorritsma. “Dit is zware inbreuk op allerlei procedures, waar ik grote vraagtekens bij zet. Als dit moet leiden tot een half jaar tijdwinst zeg ik: het doel heiligt de middelen niet”, zegt hoogleraar bestuursrecht D.A. Lubach (RU Groningen), die in juli het kabinet adviseerde over de lex specialis. “Rechters, gemeenten en provincies kunnen volgens dit voorstel worden overruled en onder druk gezet. Dit is een onnodige beperking van de maatschappelijke acceptatie van een dergelijk project.” Lubach beschouwt het voorstel van Jorritsma vooral als een “politieke move” om de discussie over de toekomst van Schiphol onder druk te zetten. “Dit is een signaal van haar, meer is het niet.”

Lubach verwacht dat de Raad van State veel moeite zal hebben met een speciale wet voor de vijfde baan. De Raad had enkele jaren geleden al de nodige aantekeningen bij een noodwetje dat de versnelde aanleg van dijken rond de grote rivieren moest regelen. “En daarbij wogen maatschappelijke argumenten zwaar, hierbij gaat het louter om economische argumenten.” Lubach vraagt zich ook af of de luchthaven Schiphol zo blij moet zijn met een wet die de maatschappelijke weerstand tegen uitbreiding van de luchtvaart eerder zal aanwakkeren dan temperen.

De lex specialis voor de vijfde baan richt zich op de laatste fase van het project, de onteigening van de grond en de daadwerkelijke bouw van de baan. Lubach en zijn collega-hoogleraar E.F. ten Heuvelhof (TU Delft) adviseerden het kabinet eerder dit jaar dat een speciale wet juist voor die laatste fase van een groot project weinig zin heeft. Bovendien meent Lubach dat de rechtelijke macht niet onder druk kan worden gezet om binnen een bepaalde termijn tot een uitspraak te komen. “Daar staat immers geen enkele sanctie op.” Ook voorspelt hij het kabinet weinig succes bij de poging via een wettelijke maatregel te voorkomen dat een project wordt stilgelegd vanwege een voorziening. “Als bezwaarmakers daarvoor niet meer naar de Raad van State kunnen stappen, zullen ze gewoon een kort geding aanspannen. De president van de rechtbank kan het overheidsbesluit dan alsnog schorsen.”

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelde enkele jaren geleden in een advies dat lange procedures niet door inspraak, bezwaar en beroep veroorzaakt worden, maar dat vooral de politieke en bestuurlijke afwikkeling veel tijd kostte. Ook Lubach en Ten Heuvelhof vinden dat de overheid zelf meer kan doen om de procedures te verkorten, “omdat een groot deel van de problematiek (...) niet van juridische aard is en dus ook niet met juridische maatregelen kan worden bestreden”, zo vertaalde minister De Boer in juli hun advies aan de Tweede Kamer.

Fractievoorzitter Rosenmöller van GroenLinks zegt het zo: “Het kabinet roept voortdurend het beeld op dat anderen door misbruik van inspraak, bezwaar en beroepsmogelijkheden de vijfde baan onnodig ophouden. Niets is minder waar. Het is de overheid zelf die vooral voor lange stroperige procedures zorgt. Zo heeft Verkeer en Waterstaat er bijna anderhalf jaar over gedaan om haar verweerschrift voor de Raad van State op stellen. En dan maar klagen over tijdrovende juridische procedures. De overheid neemt voor zichzelf alle tijd.”