Jean-Pierre Lavoisier (1743-1794); Boekhouder van staat en scheikunde

Jean-Pierre Poirier: Lavoisier. Chemist, Biologist, Economist. University of Pennsylvania Press. 516 blz. ƒ 116,40

Wetenschappelijke revoluties zijn schaars, en daarom koesteren wetenschappers grote voorbeelden als Galileo, Darwin en Einstein. Zij vormen de mijlpalen op het pad van de wetenschapshistorie en niet voor niets heeft hun leven daardoor ook een zeker aureool gekregen. Bijna nooit valt in dit verband de naam van een scheikundige. Misschien komt dat omdat de chemie het niet in zich heeft om diepe vragen naar de oorsprong van de mensheid te kunnen beantwoorden. Ze is wat te huiselijk. Toch is er minstens één scheikundige 'revolutionair' die zonder enige twijfel in het bovenstaande rijtje opgenomen zou moeten worden: Antoine Laurent Lavoisier. Vóór hem bestond er gewoon geen scheikunde, maar bogen alchemisten zich over retorten op zoek naar de steen der wijzen, waarmee lood in goud zou kunnen worden veranderd. Als een van de eersten probeerde hij afstand te doen van het denken in termen van de vier oerelementen. Zo toonde hij aan dat water een samengestelde stof was, was hij één van de ontdekkers van het zuurstof en wist hij veel van de chemie van dit gas op te helderen.

Helaas kwam er een voortijdig einde aan zijn leven en werk toen hij slachtoffer werd van een andere, veel omvattender revolutie. Zijn al te prominente positie in het Ancien Régime, waarin hij verantwoordelijk was voor het innen van belastingen, werd hem fataal: 'De Republiek had geen behoefte aan wetenschappers. Het recht moest zijn beloop hebben.' Op donderdag 8 mei 1794 - of volgens de toenmalige revolutionaire jaartelling 19 floréal An II - stierf hij onder de guillotine.

Met hem ging echter niet alleen een groot natuurwetenschapper verloren. Wat tot nu toe onderbelicht bleef, is dat Lavoisier ook een belangrijk econoom is geweest. Het is dan ook de verdienste van zijn meest recente biograaf, de Franse arts Jean-Pierre Poirier, dat hij voor het eerst dat aspect van Lavoisiers kunnen de aandacht schenkt die het toekomt. Het bij toeval beschikbaar komen in 1993 van een groot aantal verloren gewaande documenten en manuscripten was voor Poirier aanleiding een doctoraalscriptie over de econoom Lavoisier uit te breiden tot een volledige biografie, een schitterend stuk werk dat voor het eerst volledig recht doet aan deze geniale Fransman.

Lavoisier wordt op 26 augustus 1743 geboren in Parijs als zoon van een advocaat. Zijn moeder overlijdt wanneer hij nog maar drie jaar oud is. Die gebeurtenis maakt de jonge Antoine tot een uiterst serieuze scholier en student die zich voortdurend afsluit en werk en studie boven alles stelt. Hoewel zijn vader hem naar het gerenommeerde collège Mazarin stuurt voor een klassieke opleiding, gevolgd door een rechtenstudie, krijgt hij zelf meer en meer belangstelling voor de natuurwetenschappen. Uiteindelijk kiest hij voor de scheikunde, die de alchemie net enigszins begint te ontstijgen. Zojuist is in Duitsland door Georg Stahl de phlogiston-theorie geformuleerd, die verklaart wat er gebeurt als stoffen verbranden: elk materiaal zou een bepaalde hoeveelheid phlogiston bevatten, die bij verbranding als vuur naar buiten komt. Lavoisier realiseert zich echter direct dat dat onlogisch is. Stoffen worden immers zwaarder na verbranding! Dat vinden we tegenwoordig heel logisch, omdat er een reactie met zuurstof optreedt die daarbij gebonden wordt. Maar Stahl ziet dat niet als een probleem. Het phlogiston zou een negatief gewicht hebben, omdat het de materie enigszins opheft, waardoor het gewicht ervan vermindert: 'het geeft de aardse moleculen vleugels'.

Die opvattingen kunnen echter geen stand houden tegen de kracht van het experiment. Bij al zijn wetenschappelijke werk geeft Lavoisier daar de strikte voorkeur aan en steevast voert hij zijn metingen nauwgezet en met oog voor alle details uit. Met veel succes, want al op vijfentwintigjarige leeftijd wordt hij lid van de dan al eerbiedwaardige Académie Royale des Sciences. Veel van Lavoisiers latere wetenschappelijke werk zal in opdracht van de Académie gebeuren, en heeft een sterk toegepast karakter. Hij onderzoekt hoe Parijs beter van drinkwater kan worden voorzien, maakt in een rapport korte metten met het 'dierlijk magnetisme' van Mesmer en met de praktijken van wichelroedelopers ('...overal zit water onder de grond, en slechts zelden slaat men een bron die droog staat') en reorganiseert de salpeterindustrie, die de grondstof levert voor de fabricage van buskruit.

Vanuit Engeland is dan door de onderzoekingen van scheikundigen als Priestley grote belangstelling ontstaan voor de chemie van gassen. Aanvankelijk werden deze als praktisch inert beschouwd, en daarom nauwelijks van belang bij chemische processen. In 1773 begint Lavoisier een systematische studie naar dergelijke processen als verbranding, gisting en destillatie. In feite zijn dan alleen 'air fixe' (kooldioxide) en 'air non-vital' (stikstof) bekend. Het is het begin van een felle concurrentiestrijd met de Engelsen, die tegelijkertijd een richtingenstrijd is tussen de meer filosofisch ingestelde Fransen en de experimentele benadering van hun Engelse collegas. Via een 'spion' wordt Lavoisier overigens keurig op de hoogte gehouden van hun voortgang. Bovendien is Priestley tijdens een diner in Parijs wat al te open over een nieuw gas (zuurstof) dat hij meent te hebben ontdekt. Als Lavoisier wat later de ontdekking claimt, volgt een felle polemiek. Hoewel later zal blijken dat twee anderen hen eigenlijk voor zijn geweest, wordt Priestley alom als de ontdekker gezien, terwijl Lavoisier de eer krijgt als eerste de precieze kwantitatieve samenstelling van lucht te hebben bepaald.

De scheikunde is voor Lavoisier eigenlijk niet meer dan een hobby, waar hij zich alleen 's avonds en 's morgens samen met zijn vrouw en een aantal studenten aan wijdt. Overdag zijn het belastingen die hem bezighouden. Maatschappelijk gaat het hem namelijk voor de wind, omdat hij erin is geslaagd een aandeel te verwerven in de Ferme Général, een particuliere onderneming die voor de koning de indirecte belastingen int, zoals de accijnzen op zout en tabak en de invoerrechten. De fermiers zijn goed voor zo'n 40 tot 50 procent van de inkomsten van het hof, maar om diezelfde reden verre van populair bij het volk. De politieke situatie verslechtert mede daardoor met de dag. Het hof geeft meer en meer uit, waardoor de belastingen omhoog moeten en vooral de burgers en boeren het moeten ontzien.

De financiële hervormingen wisselen elkaar razendsnel af - afhankelijk van wie er Contrôleur Général des Finances is - en Lavoisier ontwikkelt zich tot een gezaghebbend econoom en financieel expert. Aanvankelijk neigt hij naar het mercantilisme, maar meer en meer zal zijn voorkeur uitgaan naar de liberale denkbeelden der fysiocraten, die het 'laissez faire' prediken. Hij doet weliswaar halfslachtige pogingen het belastingstelsel te hervormen, maar zorgt er ondertussen wel voor dat de fermiers niets te kort komen. Ook probeert hij aan de hand van eigen landbouwkundig onderzoek richtlijnen op te stellen om de oogsten te verbeteren. En dat is hard nodig, omdat landbouwgrond in Engeland bijna drie keer zoveel opbrengt als in Frankrijk. Ook dat is echter grotendeels een gevolg van de hoge belastingen, die investeringen praktisch onmogelijk maken.

Lavoisier moet een enorme workaholic zijn geweest, en ondanks zijn werk ten behoeve van de Franse staat, zet hij ook onverdroten zijn briljante wetenschappelijke onderzoekingen voort. Hij ontdekt dat water is samengesteld uit waterstof (air flammable) en zuurstof (air vital) en laat zien dat de ademhaling een soort langzame verbranding is. Hij bundelt al zijn wetenschappelijke bevindingen in het Traité élémentaire de chimie, een standaardwerk dat in 1789 verschijnt. De revolutie staat dan inmiddels op uitbarsten: de financiële situatie is onhoudbaar geworden, de Staten-Generaal worden bijeen geroepen en het land glijdt langzaam af in een chaos. Lavoisier doet zijn best de rede te laten zegevieren. Wanneer met de ongebreidelde uitgave van assignats getracht wordt de schulden in te lossen, pleit hij voor terughoudendheid. Hij toont aan dat de waarde van de landerijen uit het nationaal bezit sterk is gedaald, en dat het papiergeld daarom zijn waarde heeft verloren. Zijn waarschuwingen - onder meer verwoord in De la Richesse Territoriale, een 'mijlpaal in de geschiedenis van de economische wetenschappen en de statistiek' - worden in de wind geslagen.

Als de Ferme wordt opgeheven, trekt hij zich teleurgesteld terug in zijn laboratorium. Daar houdt hij zich onder andere bezig met de menselijke ademhaling en het hele metabolisme, waarmee hij in feite een basis legt voor de ontwikkeling van de biochemie. Toch is zijn biologische onderzoek verreweg ondergeschikt aan zijn scheikundige en economische werk. De ondertitel van de biografie geeft hem wat dat betreft dan ook iets te veel eer. Tenslotte kan hij nog wel gezien worden als de vader van het SI-eenhedenstelsel, wanneer hij in een poging orde te scheppen in de veelheid van maten en gewichten onder andere een standaard definieert voor wat later de meter zal worden.

Hij is echter teveel een symbool van het Ancien Régime om de dans te kunnen ontspringen. Wanneer de voormalige fermiers onder vuur komen te liggen, duikt hij aanvankelijk met zijn schoonvader onder, maar geeft zich, in zijn naïeviteit overtuigd van zijn onschuld, uiteindelijk over. Desondanks is er nog ontsnapping mogelijk geweest. Mme Lavoisier wordt de mogelijkheid geboden om zijn zaak bij de aanklager te gaan bepleiten, maar zij weigert dat te doen uit een soort misplaatste trots. En dat is des te meer betreurenswaardig, omdat niet meer dan één jaar na Lavoisiers terechtstelling er al een gedeeltelijk eerherstel volgt.

Er is al veel gespeculeerd over de rol die Mme Lavoisier in diens leven en werk heeft gespeeld. Zij illustreerde en vertaalde zijn werk en assisteerde haar echtgenoot bij zijn experimenten. Haar 'salon' was een centrum van het sociale leven. Op het portret, dat Jacques Louis David van het echtpaar schilderde, lijkt zij volgens Poirier zelfs duidelijk de leidende figuur. Ze heeft haar echtgenoot echter niet kunnen redden.

Als er één eigenschap van Lavoisier uit deze biografie naar voren komt, dan is het zijn nauwgezetheid. Door uiterst zorgvuldig alles bij te houden en te analyseren kwam hij niet alleen tot zijn wetenschappelijke ontdekkingen, maar ook tot zijn beste economische werk. Als dat niet zo'n negatieve bijklank zou hebben, zou je hem de perfecte boekhouder kunnen noemen, zowel in de chemie als in de meer traditionele betekenis van het woord. Jammer genoeg was hij niet altijd even diplomatiek en had hij, ondanks een open oog voor onrecht en misstanden, toch steeds net te veel belangstelling voor het zeker stellen van zijn eigen financiële positie.