Gustafson: 'Gebruik doping harder aanpakken'

Ex-topschaatser Tomas Gustafson nam deze week deel aan de Europese Sport Conferentie in Amsterdam waar hij als lid van de atletencommissie van het IOC een speech hield. “Het belangrijkste in het sportleven is niet de triomf, maar de strijd.”

AMSTERDAM, 3 OKT. Tomas Gustafson (37 nu) zegt dat pijn uiteindelijk zijn vriend werd. Door keihard te trainen, verlegde de Zweed in zijn carrière steeds maar weer zijn grenzen. Dat resulteerde onder meer in het winnen van drie gouden olympische medailles. “In mijn gedachte voel ik me nog steeds een kampioen”, aldus Gustafson.

Doping heeft hij nooit nodig gehad, zegt hij. In zijn vlammende speech in Amsterdam hield Gustafson gisteren een pleidooi om dopinggebruik in de sport harder aan te pakken. Als dat niet gebeurt, werkt dat volgens hem valsspelerij alleen maar in de hand. “Sport is meer dan een gevecht om de overwinning”, sprak hij tot de zaal. “Het is ook een manier om jonge mensen waarden en normen bij te brengen. Dus moeten we bedrog zwaar bestraffen.”

Gustafson benadrukte de belangrijke rol van de coaches die de taak hebben niet alleen van iemand een goede sporter te maken, maar ook een goed mens. Hun invloed is groot, weet de Zweed uit ervaring. Hij vindt het geen bezwaar dat prestaties worden beloond. “Maar als de verleiding het van het geduld wint, wordt het gevaarlijk.” Gustafson heeft geconstateerd dat sommige sporters “een kortere weg” naar succes proberen te nemen. “De een gebruikt doping, de ander gaat in een hogedrukkamer zitten en weer een ander verandert van nationaliteit.”

Dat laatste gebeurde in het schaatsen met Bart Veldkamp. Evenals Rintje Ritsma scheidde de 'nieuwe' Belg zich met een privéploeg af van de traditionele kernploeg. Gustafson is daar ook geen voorstander van, hoewel hij zegt niemand te willen afvallen. “Ik ken de omstandigheden niet goed. Wel weet ik dat de sterke teamgeest altijd de kracht van het Nederlandse schaatsen is geweest. Wij werden ooit getraind door jullie Keessie, Kees Verkerk. Hij probeerde de Zweedse ploeg Nederlands te maken. Hij wilde er dus een hechte groep van maken, want dat was hij in zijn eigen land gewend.”

Sinds 1990 zit Gustafson in de atletencommissie van het IOC. Het is belangrijk dat sportmensen hun stem laten horen, zegt de Zweed. Zij kunnen op die manier een bijdrage leveren aan de omstandigheden waaronder moet worden gesport. “Helaas praten veel topsporters alleen nog via hun managers en die denken puur zakelijk, dus aan hun eigen belang.” Zelf wil hij zich graag inzetten voor de sporters. “Dat komt niet voort uit een gevoel dat ik iets wil terugdoen voor de hulp die ik vroeger zelf heb gekregen. Ik denk dat ik dat door mijn successen al heb gedaan.”

Inmiddels is hij ook lid van het bestuur van het Zweedse olympische comité. Dat was twee jaar geleden geen geplande uitverkiezing en Gustafson zegt dat hij er “op een bananenschil” is ingegleden. “Niet de schaatsfederatie, maar iemand van de curlingbond stelde mij tijdens een vergadering ineens als bestuurslid voor. Zo werd ik gekozen.”

Hij genoot van zijn bezoek aan Nederland, waar hij nog steeds een bekendheid is. Gustafson vindt dat hij er vaker zou moeten zijn. Om in ieder geval een kop koffie verkeerd, zoals hij dat in het Nederlands zegt, te drinken. Hij reed in zijn actieve loopbaan vaak in hét schaatsland bij uitstek. Zijn grootste succes was de Europese titel die hij 1988 in Den Haag behaalde door alle afstanden te winnen.

Maar zijn mooiste ervaring in Nederland was het uitrijden van de Elfstedentocht in 1985. “Dat heeft mijn carrière verrijkt. Als je de kans krijgt om aan zo'n feest mee te doen, moet je het niet laten.” Coach Henk Gemser en oud-schaatsster Ria Visser waren destijds zijn metgezellen tijdens de tocht door Friesland. Tegenwoordig zoekt Gustafson nog weleens een nieuwe uitdaging. Zo maakte hij in mei deel uit van een bergexpeditie die tevergeefs probeerde in de Himalaya een hoogte van 8.000 meter te bereiken.

Als lid van de atletencommissie zal Tomas Gustafson volgend jaar bij de Olympische Spelen in Nagano aanwezig zijn. Hij kan dan meteen zijn echtgenote aanmoedigen. Zij is aanvoerster van de Zweedse curlingploeg. “Hopelijk brengt ze de vierde gouden medaille ons huis binnen.”