Geen dutje der rechtvaardigen

Kennelijk moeten sommige schrijvers zich bekeren tot het christelijke geloof voordat ze een uitgebreid portret op de tv waard zijn. Die eer bewees de IKON gisteravond aan Willem Jan Otten in het programma Het nieuwe gezicht van Mary Michon. Zouden ze ook op zijn stoep hebben gestaan als hij gedichten en romans was blijven schrijven als de ongelovige hond die hij vroeger geacht werd te zijn?

Het is alsof Otten zich niet erg behaaglijk voelt in zijn rol van bekeerling. Hij praat er niet alleen nog zeer weifelend en tastend over, er zit ook iets verongelijkts in zijn woorden. Alsof hij zich met zijn rug tegen een muur van minachtende andersdenkenden voelt staan.

“Ik ga niet uit angst om versleten te worden voor katholiek of voor EO mijn standpunt veranderen”, zei hij. “Dat is een vorm van intellectuele schijterigheid die weliswaar de gewoonste zaak van de wereld is in ons culturele klimaat...”

Daarmee suggereert hij tevens dat achter hem een zwijgende menigte van intellectuelen staat die óók de bekering nabij is, maar er niet voor uit durft te komen. Zou het? Ik geloof er niets van.

Het was een nogal onevenwichtig portret dat de IKON van Otten maakte. De eerste helft ging verloren met loze acteurspraatjes en moeilijk te plaatsen scènes uit Ottens nieuwe toneelstuk De nacht van de pauw. Pas daarna kreeg Otten de kans uitvoerig op zijn geloofsbeleving in te gaan.

Gevraagd naar zijn godsbegrip zei hij: “Het is iemand die er is, terwijl ik in slaap gevallen ben. Hij is alleen gelaten en ik dreig in slaap te vallen. Je wilt niet degene zijn die in slaap valt terwijl er iemand alleen wordt gelaten. Ik wil niet het dutje van de rechtvaardigen slapen.”

Een interessante omschrijving omdat de afvallige gelovige de zaken juist zal omkeren: voor hem is God iemand die de mensen in de steek heeft gelaten en zijn slaap niet meer wil laten verstoren.

Otten beaamde dat hij het moeilijk vond om op een 'niet-zeverige, niet-plechtige manier' over het geloof te praten. Mijn probleem met zijn uitlatingen over religie is meer dat nogal duister blijft waar zijn geloof uit bestaat. Hij is genaderd tot het katholicisme, als ik het goed begrijp, maar hoe dicht? Dat weet ik, alle interviews ten spijt, nog steeds niet.

Mij zal vooral benieuwen in hoeverre zijn schrijverschap erdoor beïnvloed wordt. Het recente gedicht dat hij voorlas, kon me in dat opzicht niet helemaal geruststellen. Het rook een beetje naar Huub Oosterhuis.

Mag ik hierna nog iets over misdaadverslaggever Peter R. de Vries en gangster Steve Brown zegen? Het klinkt als vloeken in de kerk. Toch kan ik het niet laten. De Vries voegde gisteren een nieuw hoofdstukje toe aan een serie die steeds meer de trekken van een stripverhaal krijgt. De Vries als de onverschrokken Dick Bos die eenzaam ten strijde trekt tegen Het Kwaad, belichaamd door Brown.

Aan het slot van de uitzending nam De Vries zijn tegenstander zelfs in een Dick Bos-achtige heupzwaai. Het zag er zeer grimmig uit, maar het werkte desondanks onweerstaanbaar op mijn lachspieren. Brown die tegen de filmploeg van RTL schreeuwt: “Ik schiet jullie voor je flikker!” Waarna de voice over trots zegt: “En dan grijpt Peter in.”

De Vries heeft met deze affaire mooi materiaal in handen, maar hij zal zijn hang naar triomfalisme wat beter moeten onderdrukken. Straks gaan we Brown nog zielig vinden. Ik had nu al een beetje met hem te doen toen hij terugkeerde van zijn eerste confrontatie met De Vries en tegen een collega-gangster bekende: “Op het laatst kon ik geen vraag meer stellen. Ik kreeg geen speeksel meer, ken je dat?”

Het medelijden hoefde niet lang te duren, want daarna beschreef Brown een volgende ontmoeting met De Vries. “Ik sla 'm dood. Ja, ik zweer het je. Ik spreek hem aan en geef hem er een op z'n kin of zo. En dan een paar keer er overheen op de levertjes. Misschien nog een klein schopje in z'n gezicht, en dan ben ik eraf.”

Zou Brown daarna het dutje der rechtvaardigen gaan doen?