Evenwicht in de sportclub

Samen sporten kan de integratie bevorderen, zei de koningin op prinsjesdag. Maar de verhouding allochtoon en autochtoon raakte bij Zwart-Wit '28 uit evenwicht.

ROTTERDAM, 3 OKT. Een blonde jongen van een jaar of twaalf kijkt wat verloren naar zijn twee teamgenootjes. Ze zitten een rijtje lager op de lege tribune van de Rotterdamse voetbalclub Zwart-Wit '28, maar schenken geen aandacht aan hem. Ze zijn in gesprek met elkaar. In het Arabisch.

In de kantine die op honderd meter afstand van de tribune staat zit een handjevol oude Rotterdammers aan de bar. Ze drinken koffie en praten in onvervalst Rotterdams met elkaar. Af en toe komen groepjes spelertjes de kantine binnengelopen, maar met de ouderen wordt geen contact gemaakt. Ze komen op de club om te voetballen, niet voor het verenigingsleven.

Sport wordt door de overheid gezien als een bindmiddel tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Nederland. Koningin Beatrix zei er op prinsjesdag het volgende over: “Sport is een inspiratiebron voor velen. Samen sporten kan de integratie van minderheden bevorderen.” Veel sportclubs lijken echter nog maar nauwelijks ingespeeld op een toestroom van leden die hun eigen culturele en religieuze achtergrond meebrengen.

Jan Oorebeek, algemeen secretaris van Zwart-Wit '28, heeft “zijn club” in de afgelopen vijftien jaar zien veranderen. In het begin van de jaren tachtig telde de club in de Rotterdamse wijk Charlois bijna dertienhonderd, voornamelijk autochtone, leden. De wijk is in de loop der jaren vergrijsd en veel autochtone gezinnen met kinderen verhuisden naar andere gedeeltes in de stad. Het aantal allochtonen nam daarentegen toe. De club is dit seizoen begonnen met vijfhonderd leden, waarvan 190 in de afdeling 'jeugd'. Ongeveer 85 procent van deze groep is allochtoon.

“Het is niet makkelijk”, verzucht Oorebeek. Hij wikt en weegt zijn woorden, want hij wil niet voor racist uitgemaakt worden. “Het is heel moeilijk om ouders van Turkse en Marokkaanse kinderen bij de club te betrekken. Op zaterdagmorgen zie je moeders die hier zes of zeven jongetjes aan de poort brengen. Om een uur of zeven in de avond worden die dan weer opgehaald. Bij uitwedstrijden hebben we zulke grote problemen om auto's te regelen, dat we voor zevenduizend gulden per jaar busjes moeten huren. Dat is eigenlijk triest, maar het kan niet anders”, zegt hij.

Op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn dagelijks ambtenaren bezig met sport en integratie. In de grote steden is ongeveer de helft van de jongeren onder de 25 jaar allochtoon, maar de sportverenigingen zijn doorgaans nog helemaal op Nederlandse leest geschoeid. Leden van de vereniging helpen de club door vrijwilligerswerk te doen en zitten in besturen en commissies. Omdat deze verenigingscultuur in landen als Marokko en Turkije niet bestaat voelen Marokkanen en Turken geen 'verplichting' om zich met de club bezig te houden. “Ze beschouwen zich meer als klant dan als lid”, staat in een rapport met de titel 'Sport en Allochtonen' dat onderzoekers in opdracht van het ministerie van VWS hebben gemaakt.

Bea van Golen, beleidsambtenaar bij het ministerie, kent de problemen die bij veel clubs leven wel. “Maar”, zegt ze, “clubs moeten inzien dat onze samenleving verandert. Communicatie is zeer belangrijk. Bestuurders zouden bijvoorbeeld op huisbezoek kunnen gaan. Turken en Marokkanen zijn niet gewend aan het doen van vrijwilligerswerk, dus moet je proberen uit te leggen dat dat belangrijk is. En als je ver van tevoren als club weet dat de ramadan eraan komt, kun je daarop inspelen door bijvoorbeeld vrije weekeinden te organiseren. Het is ook een beetje een kwestie van willen. Wij houden ons heel veel bezig met het voorlichten van clubs, ook deelgemeenten spelen een grote rol in het scheppen van goede voorwaarden”, zegt Van Golen.

Van Golen haalt uit haar tas verschillende boekjes. 'Stappenplan voor werving en behoud van allochtone leden', staat er op één. “Het is van belang om extra impulsen te geven aan allochtonen om ze aan het sporten te krijgen. We doen dat vooral door voorbeeldprojecten te stimuleren en door voorlichting. We presenteren de voorbeelden van clubs waar de integratie goed verloopt, maar er is onvoldoende budget om bijvoorbeeld maatschappelijk werkers in te stellen”, aldus Van Golen.

“Ja, dat horen we dus vaker”, zegt Oorebeek. “We moeten kijken naar andere verenigingen en samenwerken met de gemeentelijke diensten. In de praktijk komt het er echter gewoon op neer dat we het met goedwillende mensen zelf moeten doen. Maar we hebben eigenlijk professionele krachten nodig die verstand hebben van minderheden, want in de huidige situatie komt er veel meer bij kijken dan trainen en lijnen trekken. Maar wij kunnen ze gewoon niet betalen.”

De bestuurders van Zwart-Wit '28 zijn de afgelopen jaren voor tal van problemen komen te staan waar ze niet direct een oplossing voor hadden liggen. Tijdens trainingen en wedstrijden worden verschillende talen gesproken, tijdens de ramadan aan het begin van het jaar komen veel spelers niet opdagen, het aantal leden dat te laat komt of geen contributie betaalt is gestegen. Bij Zwart-Wit, waarvan het eerste team in de hoogste afdeling van het zaterdag-amateurvoetbal speelt, proberen ze de problemen volgens Oorebeek zelf op te lossen. “We hebben afgesproken dat er in principe alleen Nederlands wordt gesproken, mensen die geen contributie betalen krijgen na een waarschuwing de deurwaarder aan de deur en wie niet komt moet zich afmelden. Maar ja, je begrijpt wel dat lang niet iedereen zich daaraan houdt”, zegt de Rotterdammer.

Bij eerstedivisieclub ADO-Den Haag is het ook eigen belang om aandacht te besteden aan allochtonen met voetbaltalent. In het eerste team van ADO-Den Haag spelen onder meer een Turk, een Surinamer, een Marokkaan en een Portugees. “Bij de toenadering naar spelers moet je altijd bedenken wat de achtergrond van zo iemand is. Je moet ze bijvoorbeeld niet, zoals je bij autochtone spelers wel kan doen, direct wijzen op hun tekortkomingen na een wedstrijd. Eerst vertel je wat ze goed hebben gedaan en dan ga je pas praten over hun fouten. Dat zijn misschien kleine dingetjes, maar ze zijn wel belangrijk”, aldus ADO-trainer Mark Wotte.

De trainer geeft toe dat er ook binnen zijn selectie spelers zijn die wel eens discriminerende opmerkingen maken. “Ik had een paar jaar geleden een rechtsback die als hij tegen een donkere linkerspits moest spelen de gewoonte had om aldoor 'kankerzwarte' te roepen. Daar heb ik op een gegeven moment een eind aan gemaakt. Dan zeg ik dat-ie beter klootzak of zo kan roepen”. aldus Wotte. Een andere speler, die Wotte “iemand met zeer sterke rechtse denkbeelden” noemt, kwam vorig jaar triomfantelijk de kleedkamer binnenlopen toen in de Haagse Schilderswijk een moeder en vijf kinderen omkwamen bij een brand. “'Dat is weer vijf keer minder kinderbijslag', riep die speler”, aldus Wotte. “Ik heb hem toen tot de orde geroepen. We hebben nota bene zelf een Turk in de selectie. Als zo'n autochtone speler zich vervolgens zou blijven misdragen komt zijn plek in het elftal in het geding.”

Bij Zwart-Wit '28 komt het volgens Oorebeek daarentegen ook voor dat “blanke jongens” worden gediscrimineerd. “Bij ons worden autochtonen soms gewoon weggetreiterd. Blanke jongens krijgen dan moedwillig de bal niet toegespeeld of er wordt geen Nederlands in het team gesproken. Als je daar wat van zegt ben je aan het discrimineren. Wat moet je dan doen? Sancties kan ik niet opleggen.”

Zwart-Wit '28 heeft voorlopig wel een ledenstop doorgevoerd. Om “vooral aan de toekomst van onze club te denken”, zoals Oorebeek zegt, worden nieuwe jeugdleden door een ballotagecommissie beoordeeld. Het bestuur van de vereniging wil dat de verhouding autochtoon-allochtoon in de club weer wat gelijker wordt. “Een allochtoon zal wel de sterren van de hemel moeten spelen als hij hier lid wil worden. Maar dat kan je eigenlijk niet hardop zeggen, want de mensen vinden dat meteen discriminatie, terwijl wij vooral aan onze club denken.”