Een gelaagd Europa

HET WORDT IN Europa een gewoonte: gelaagde integratie. Over een aantal jaren zal Europa bestaan uit gordels van meer of minder intensieve samenwerking. In de kern zullen zich de landen bevinden die behoren tot de militaire organisatie van de NAVO en die tevens lid zijn van de Economische en Monetaire Unie.

Dat zal een beperkt gezelschap zijn. Daaromheen groeperen zich landen die òf (nog) enige afstand tot de kern willen bewaren òf zelf vanuit de kern op afstand worden gehouden. In die laatste categorie zullen zich Oost-Europese staten bevinden. Die zijn dan bezig aan een lang gerekte overgangsperiode waarin de verplichtingen de rechten zullen overschaduwen.

In Amsterdam en Maastricht, twee steden met een inmiddels geladen Europese reputatie, werd deze week die stand van zaken nog eens bevestigd. In Amsterdam is het verdrag getekend dat het Verdrag van Maastricht (1991) vervangt. Van aanpassing van de Europese Unie met het oog op de voorgenomen uitbreiding is het in Amsterdam niet gekomen. De oude Unie bleek taaier dan werd aangenomen. De volgende te nemen horde zal de beslissing zijn welke landen (mogen) meedoen aan de EMU. Oost-Europese kandidaten en een aantal zwakkere EU-leden zullen in ieder geval voor afzienbare tijd daarvan uitgesloten zijn.

In Maastricht deelden de Fransen op een informele NAVO-bijeenkomst mee dat ze bij nader inzien toch niet zullen deelnemen aan de militaire organisatie die zij midden jaren zestig hadden verlaten. De Fransen vinden de NAVO nog steeds niet Europees genoeg. De andere NAVO-leden toonden zich niet onder de indruk, maar voorzover zij in Europa thuishoren stappen zij iets te gemakkelijk heen over de gevolgen van het Franse besluit voor de Europese integratie.

ER WAS NA de overeenkomst van Berlijn vorig jaar het perspectief ontstaan van voortgang naar een Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheids Beleid binnen het verband van de NAVO. Dat perspectief is nu weer verdwenen. Een gelaagd Europa zal niet hetzelfde zijn als een geslaagd Europa.