Duitse regering lokt ambtenaren met 'gouden bruggen' naar Berlijn

Veel ambtenaren in Bonn zien met afschuw hun verhuizing naar de nieuwe hoofdstad Berlijn tegemoet. De Duitse regering probeert met douceurtjes de bittere pil te vergulden. “De fantasie van Umzugs-ambtenaren, die steeds nieuwe bonbons voor hun collega's bedenken, is onuitputtelijk.”

BONN, 3 OKT. Nog altijd oefent Berlijn, de nieuwe Duitse hoofdstad, weinig aantrekkingskracht uit op de inwoners van Bonn, waar nu nog de regering zit. Zeven jaar na de Duitse eenwording, die vandaag wordt gevierd, huiveren veel West-Duitsers als zij aan de verre hoofdstad denken. De buitenlandse mafia, de hoge criminaliteit, de zakkenrollers en het 'Pruisische' protestantisme in het 'verre oosten', vervullen de katholieke Rijnlanders met schrik.

De regering van bondskanselier Helmut Kohl doet haar uiterste best om de verhuizing naar Berlijn zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Over anderhalf jaar is het zover: in april 1999 zal het Duitse parlement de vernieuwde Rijksdag in Berlijn betrekken; in mei moet in de hoofdstad een nieuwe president worden gekozen.

Tot voor kort probeerden afgevaardigden en 'Bonner' ambtenaren de verhuizing op alle mogelijke manieren te vertragen. Tenslotte werd Berlijn in juni 1991 slechts met een nipte meerderheid tot hoofdstad gekozen. De tegenstanders van de Umzug strijden een verloren strijd. Ze moeten vooral niet denken dat ze op het marktplein van Bonn applaus zullen oogsten, waarschuwde bondskanselier Kohl onlangs nog en hij doelde op het handjevol demonstranten, dat elke donderdag in het centrum tegen de verhuizing protesteert.

Onvermoeid trekt de karavaan naar Berlijn verder. Vorige week legde Kohl de eerste steen van de nieuwe bondskanselarij aan de rivier de Spree. Bondsdagvoorzitter Rita Süssmuth richtte recentelijk een feestje aan om de bouw te vieren van de hypermoderne glazen koepel, die architect Norman Foster voor de Rijksdag, het nieuwe parlement, heeft ontworpen. De verbouwing van kantoorblokken waar de parlementariërs worden gehuisvest, gaat onverdroten voort. Het clubje demonstranten in Bonn wordt dan ook elke week kleiner. Intussen worden tegenstribbelende ambtenaren aan de Rijn met royale subsidies naar de hoofdstad gelokt.

“De meeste ambtenaren zijn over de streep getrokken”, stelt Joachim Zietzschmann vast, coördinator van de 'Berlijn-Umzug', die de verhuizing van de ambtenaren regelt. Van de ruim 17.000 ambtenaren in Bonn zullen er ongeveer 7.000 naar Berlijn verhuizen. De regering moet diep in de buidel tasten, om de meesten zover te krijgen.

Wie in het kielzog van regering en parlement in 1999 meegaat, komt er het best vanaf. Om te 'wennen' mogen ambtenaren twee jaar lang een keer per week gratis naar huis vliegen. Ze krijgen Trennungsgeld voor hun achtergebleven vrouw en kinderen. En zij die het aandurven in Berlijn een huis te kopen, kunnen een fikse premie verwachten of gedurende vijftien jaar een huurtoeslag.

Voor het oude huis met garage in Bonn wordt uiteraard een 'schadevergoeding' betaald, want in Berlijn is alles duurder. Bijles voor de kinderen, vergoeding voor de makelaar, een nieuwe keuken. Alles wordt vergoed. In totaal ruim honderdduizend mark per gezin. Kosten voor de regering: bijna een miljard mark.

'Gouden bruggen' noemde het weekblad Focus de riante regeling. De Berlijnse senator voor binnenlandse zaken Jörg Schönbohm (CDU) spreekt van een 'vergulde pil' voor de staatsdienaren. Dieter Lau, vice-voorzitter van de Bond van Belastingbetalers, noemde “de fantasie van Umzugs-ambtenaren, die steeds nieuwe bonbons voor hun collega's bedenken, onuitputtelijk”. Deze “schaamteloze greep naar het belastinggeld” moet volgens Lau zo snel mogelijk ongedaan worden gemaakt.

Umzugs-coördinator Zietzschmann vindt de kritiek overdreven. Dat de regering douceurtjes uitdeelt wil hij niet ontkennen. Evenmin dat het - voorlopig althans - nu nog goedkoper is een woning te vinden in Berlijn dan in Bonn. “Maar we ontkomen er niet aan de verhuizing sociaal draaglijk te maken”, aldus Zietzschmann. De Duitsers zijn nu eenmaal niet zo mobiel en, zo licht hij toe, een Beier of Rijnlander wordt in Berlijn “nu eenmaal getreiterd omdat niemand het dialect verstaat”. Bovendien is er een meevaller, zegt Zietzschmann. De kosten van de Umzug vallen gunstiger uit dan was becijferd: slechts 18 in plaats van 20 miljard mark.