Dijkstal kritiseert optreden van Peper in zaak-Brinkman

DEN HAAG, 3 OKT. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) verwijt burgemeester Peper van Rotterdam dat hij zijn korpschef publiekelijk heeft laten vallen. Nadat Brinkman in de media begon terug te slaan, “was er geen weg terug naar herstel van vertrouwen”. Dat zei Dijkstal gisteren in de Tweede Kamer tijdens een debat over zijn beleid in de kwestie-Brinkman.

Als korpsbeheerder van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond kondigde Peper op 5 juni op een geïmproviseerde persconferentie in een restaurant aan dat het regionaal college van de 23 Rijnmondburgemeesters tot de conclusie was gekomen dat Brinkman het vertrouwen ernstig had ondermijnd. “Dat was publieke karaktermoord in hemdsmouwen”, zei de D66'er De Graaf. “De affaire-Brinkman is ook een affaire-Peper”, zei de SGP'er Van den Berg.

Dijkstal noemde het een 'zeer slechte zaak' dat Peper en Brinkman 'elkaar op de tv te lijf gingen' en hij zei dat hij beiden daarvoor had 'gekapitteld'. Nadat het regionaal college op 22 juni had uitgesproken dat het vertrouwen in Brinkman onherstelbaar was beschadigd - zoals Peper al eerder aan Dijkstal had gerapporteerd - “restte mij niets anders dan te concluderen dat het zo niet verder kon”, aldus Dijkstal. Brinkman kreeg op 2 juli eervol ontslag.

Het Kamerdebat dat volgende week wordt voortgezet, had een partijpolitiek karakter. De nadruk lag op de rol van Dijkstal en Peper. Afgezien van de VVD, in de persoon van Korthals, meenden alle partijen dat Dijkstal eerder en krachtiger had kunnen ingrijpen in het conflict in Rotterdam, dat begon nadat de ondernemingsraad van het korps en de politiebonden in april het vertrouwen in Brinkman hadden opgezegd.

Dijkstal zei dat het 'zeer onjuist' zou zijn geweest om tussen de korpschef en het bevoegd gezag (het regionaal college) te gaan staan. “De Politiewet bepaalt dat de ministers (van Binnenlandse Zaken en van Justitie, red.) zaken doen met de betrokken burgemeesters.” De CDA'er Van der Heijden betoogde dat Dijkstal minder formeel had kunnen handelen, zoals wijlen minister Dales volgens hem gedaan zou hebben. “Die zou gezegd hebben: jongens is dat gedonder nou eens afgelopen.”

Pagina 3: Dijkstal: benoeming was geen taxatiefout

De Graaf (D66) was het scherpst in zijn kritiek op Peper. “Bij diens gebrekkig korpsbeheer is zorgvuldigheid ver te zoeken.” Van Heemst (PvdA) noemde Peper niet, maar noemde het opzeggen van het vertrouwen in Brinkman “door een verzameling burgemeesters hoogst ongelukkig”. Dat bij het aantrekken van oud-generaal Brinkman een 'taxatiefout' is gemaakt, zoals Peper bij deze gelegenheid zei, ontkende Dijkstal. “Voor zijn definitieve benoeming waren alle betrokkenen het erover eens dat Brinkman zeer geschikt was.”

Van der Heijden (CDA) kreeg geen steun voor zijn voorstel dat de Kamer een onderzoek naar de affaire-Brinkman moet instellen. Dijkstal had geen bezwaar tegen de suggestie van De Graaf (D66) voor een onafhankelijk evaluerend onderzoek. Daarmee wordt waarschijnlijk de Inspectie voor de Politie belast. Van Heemst (PvdA) zei het te betreuren dat de rijksrecherche niet was opgedragen een onderzoek in te stellen naar het uitlekken van allerlei rapporten nadat het conflict tussen Brinkman en Peper was ontstaan.

Tot tevredenheid van de paarse fracties zei Dijkstal dat de regio Rotterdam moet opdraaien voor het wachtgeld en de kosten van een afvloeiingsregeling voor Brinkman. Volgens Dijkstal betaalt de werkgever - in dit geval korpsbeheerder en regionaal college - in beginsel ook de kosten voor de advocaat van Brinkman. Tot welke grens men daarbij wil gaan, is ook een zaak van de werkgever, aldus de minister.