Concernvorming

Hoe groot is de redactionele onafhankelijkheid van literaire uitgeverijen binnen grote uitgeefconcerns? Vorige week zei directeur Jansen van uitgeverij Van Gennep dat, als hij zou overstappen naar de Weekbladpers Groep, hij teveel autonomie en zelfstandigheid zou kwijtraken. Liever gaat hij samenwerken met de Wereldbibliotheek. Uitgeverijen die reeds overgenomen zijn door zo'n concern (bijvoorbeeld door PCM, de Weekbladpers of Wolters Kluwer) denken daar natuurlijk heel anders over. Volgens hen is er geen vuiltje aan de lucht.

Zo zegt Peter van Gorsel, commercieel directeur van Meulenhoff, 'niets te begrijpen' van Jansens opmerking dat Van Gennep bij de Weekbladpers zijn autonomie zou verliezen. 'Zo geeft hij een raar beeld van grote-vis-eet-kleine-vis, terwijl het in werkelijkheid eerder gaat om een school van grote en kleine vissen die samen zwemmen.' Meulenhoff zelf is drie jaar geleden overgenomen door de Perscombinatie (inmiddels PCM), maar dat heeft volgens Van Gorsel bij de uitgeverij 'inhoudelijk niets veranderd. Zakelijk betekent het alleen dat je eens in de zoveel tijd om de tafel gaat zitten met holding-directeuren die kijken hoe het met je bedrijf gaat en die je op sterke en zwakke punten wijzen. En bij een holding moet je natuurlijk aan een winstmarge voldoen.'

Maar juist dat laatste betekent vaak een cruciaal verschil. Want holding-directeuren die over de schouder van de uitgever meekijken, en een forse winstmarge eisen, kunnen hiermee aardig wat invloed op het uitgeefbeleid uitoefenen. Zeker als de holding niet alleen zichzelf overeind hoeft te houden, maar ook aandeelhouders heeft van buitenaf - die een zo hoog mogelijk dividend op hun aandelen willen. En PCM heeft aandeelhouders van buiten de uitgeefwereld. Toen PCM in 1995 de Dagbladunie overnam voor een bedrag van 865 miljoen gulden, heeft het Amsterdamse uitgeefconcern dat bedrag onder andere gefinancierd door 35 procent van de aandelen te verkopen aan ING en tevens een omvangrijke lening af te sluiten bij deze bankverzekeraar. ING heeft daarmee een zekere invloed op het beleid van PCM gekregen. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat de noodzaak voor PCM om de lening af te betalen en dividend uit te keren aan ING, ervoor zorgt dat de druk om winst te maken bij PCM hoger ligt dan bij andere uitgeefconcerns.

Daar komt nog bij dat de boekendivisie van PCM, Meulenhoff & Co. (waaronder literaire uitgeverijen als J.M. Meulenhoff en Prometheus/Bert Bakker), vanaf 1992 tot enkele maanden geleden onder leiding heeft gestaan van een harde manager: Jan Lancée. Lancée was een groot voorstander van een strakke organisatie en heeft vanaf zijn aanstelling in 1992 veel energie gestoken in het afslanken van de boekendivisie. Hij zorgde ervoor dat de uitgeverijen onder hem met beslissingsformulieren gingen werken waarover hij in een interview in Boekblad zei: 'Die hebben we met enig geweld overal ingevoerd. Uitgeefbeslissingen worden nu geacht rationeel tot stand te komen.' De organisatie moest leaner and meaner worden en stevige groei stond voorop. Groeimogelijkheden zag hij vooral in België: 'Wij hebben daar goede ervaringen met Standaard Boekhandels van Frans Schotte (waarvan Meulenhoff 37 procent van de aandelen bezat, red.) dat in een moordend tempo expandeert.'

Na enig aandringen wil Van Gorsel wel toegeven dat de druk om winst te maken bij PCM hoger is dan elders. 'Misschien ligt die druk bij de Weekbladpers inderdaad wat lager. Maar daar zou ik niet trots op zijn als ik hen was. Druk is gezond, het houdt je scherper.' Zelf leerde hij het klappen van de zweep kennen als sales and marketing director bij de Britse uitgeverij Penguin, waar de druk weer een stuk hoger ligt dan in Nederland. 'Dat komt onvermijdelijk hier naar toe. De economie globaliseert. Als je een global player wilt zijn moet je andere normen en waarden hanteren.'