Advocaat moet geen rechter willen spelen

De minister van Justitie wil via nieuwe wetgeving voorkomen dat advocaten als rechter-plaatsvervangers in het arrondissement waarin zij de advocatuur beoefenen, recht spreken.

Vanuit en door de advocatuur is daar tot nu toe wat kribbig en enigszins verongelijkt op gereageerd, niet alleen door de advocaten die hun rechtsprekende nevenfunctie niet graag willen opgeven, maar ook (aanvankelijk) door of namens de Nederlandse Orde van Advocaten.

Dat is te meer opmerkelijk, omdat er toch een aantal redenen en argumenten zijn om eigenlijk nog verder te gaan dan de minister thans wil. Het 'instituut' van de advocaat-rechter-plaatsvervanger zou maar beter zo snel mogelijk geheel afgeschaft kunnen worden.

Advocaten, professionele belangenbehartigers als zij zijn, zijn te veel met tal van belangen, ook via hun kantoren, hun cliënten en tegenpartijen, 'verstrengeld' om te mogen verwachten dat zij, zonder dat van enige beïnvloeding vanuit die andere belangen sprake is of kan zijn, in volledige onafhankelijheid en onpartijdigheid zullen rechtspreken. Er wordt daardoor niet voldaan aan de eis, die ook het Europese Hof aan de rechtspraak stelt: dat iedere schijn van partijdigheid moet worden vermeden.

Het is dan ook geen uitgemaakte zaak dat vonnissen die zijn (mede)gewezen door advocaten-rechter-plaatsvervangers nooit aantastbaar zouden zijn met een beroep op artikel 6 EVRM. En zeker niet in een staatsbestel, waarin gekozen is voor onafhankelijke rechtspraak door beroepsrechters, die daarvoor aan specifieke en strenge (selectie)criteria en opleidingseisen moeten voldoen. Er bestaat geen enkele garantie dat advocaten-rechter-plaatsvervangers daaraan steeds zullen voldoen.

Justitiabelen zouden bij een beroepsprocedure weleens 'recht' kunnen hebben op rechtspraak door rechters, die daarvoor specifiek zijn geselecteerd en opgeleid. En alleen al het risico dat dit met zich meebrengt zou voor de minister van Justitie en het parlement reden moeten zijn om zo snel mogelijk rechtspraak door advocaten in een nevenfunctie geheel af te schaffen.

Geen rechtsstaat kan bestaan zonder een goed georganiseerde en goed geoutilleerde rechterlijke macht, die zodanig wordt 'bemand' dat zij niet bij de uitvoering van haar taak afhankelijk is van 'buitenstaanders'. En de advocatuur zou een dergelijke rechtspraak door 'buitenstaanders' ook niet moeten bevorderen. Maar ook een zelfbewuste rechterlijke macht zou, met haar eigen normen, de advocaat-rechter-plaatsvervanger als 'een vreemde eend in de bijt' moeten ervaren.

Een bijkomend argument om eindelijk eens afscheid te nemen van de advocaat als rechter in een nevenfunctie zal zijn dat dan een einde komt aan de huidige 'tweedeling' binnen de advocatuur. Die komt erop neer dat advocaten, die goede contacten hebben en onderhouden met de rechterlijke macht, zich onderscheiden van advocaten, die dat niet hebben. Deze laatsten, dan wel hun cliënten, zouden daardoor kunnen menen dat zij op 'achterstand' zijn gezet.

Door het afschaffen van de advocaat-rechter-plaatsvervanger zouden de onderlinge verhoudingen binnen de advocatuur veel 'zuiverder' kunnen worden. Het is dat aspect dat ik tot nu toe heb gemist bij de reacties zoals die door of namens de advocatuur naar voren zijn gebracht.