Voorlopig geen fusies openbare en bijzondere scholen

DEN HAAG, 2 OKT. Openbare scholen en bijzondere scholen mogen voorlopig niet met elkaar fuseren. Het kabinet heeft besloten haar wetsvoorstel voor zulke 'samenwerkingsscholen' in te trekken op aanwijzing van de Raad van State, de Onderwijsraad en de fracties van CDA, VVD, GPV, RPF en SGP in de Tweede Kamer.

Het besluit staat op gespannen voet met het regeerakoord van de paarse regeringspartijen PvdA, VVD en D66. Daarin werd tot ergernis van de christelijke partijen afgesproken dat “de bestuurlijke vorming van de samenwerkingsschool wettelijk wordt geregeld” - een afspraak die ondenkbaar was zolang het CDA meeregeerde. Het kabinet zal “te zijner tijd” meedelen hoe de samenwerkingsschool wel kan worden gerealiseerd.

Maar verantwoordelijk staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) zegt het regeerakkoord toch gedeeltelijk na te komen omdat zij wel de mogelijkheid openhoudt voor openbare en bijzondere schoolbesturen om nauw samen te werken. Het in 1995 ingediende wetsvoorstel ging uit van twee mogelijkheden om zo'n samenwerkingsschool te realiseren: fusie of bestuurlijke samenwerking. De staatssecretaris informeerde de Tweede Kamer gisteren per brief over het kabinetsbesluit.

Aanleiding daarvoor was een tweede negatief advies over het wetsvoorstel van de Raad van State. De raad blijft in navolging van de Onderwijsraad wijzen op strijdigheid met artikel 23 van de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs is vastgelegd. De raad is van mening dat de invloed van de overheid, één van de belangrijkste kenmerken van het openbaar onderwijs, onvoldoende is gewaarborgd in de samenwerkingsschool. Net als de Onderwijsraad oordeelt de Raad van State dat de samenwerkingsschool vlees noch vis is, omdat Nederland een duaal onderwijsbestel kent. Er zijn openbare scholen toegankelijk voor iedereen en bijzondere scholen die gestoeld zijn op een bepaalde levensovertuiging en het recht hebben kinderen te weigeren.

Anders dan de Raad van State adviseert, blijft Netelenbos vasthouden aan de mogelijkheid om via het wetsvoorstel samenwerking tussen openbare en bijzondere schoolbesturen mogelijk te maken. Ze meent dat bij zo'n samenwerkingsvorm de invloed van de overheid op het openbaar onderwijs voldoende is gewaarborgd. Zij pleit voor snelle invoering omdat anders onder meer het openbaar voortgezet onderwijs in Zuid-Limburg verloren gaat.