Uitzendwerk

Er wordt veel over de flexibilisering van de arbeid gesproken, maar van onze beroepsbevolking van zes miljoen mensen werkt maar tien procent in een echt flexibele baan. Anders dan men veelal denkt is dit percentage door de jaren heen ook vrij stabiel gebleven. De helft daarvan wordt ingenomen door mensen met werk voor bepaalde tijd, terwijl de andere helft in allerlei vormen uiteenvalt.

Een daarvan is het werken in het kader van een uitzendbureau. Dat doen in Nederland 180.000 personen, dus rond drie procent van de werkenden. Dit percentage stijgt wel. En het is al hoog want de Verenigde Staten komen niet verder dan 1,8 procent, terwijl het elders doorgaans lager is. In sommige landen (bijvoorbeeld Italië en Griekenland) is uitzendwerk zelfs verboden, terwijl het in een land als Duitsland zeer wordt bemoeilijkt.

Dat komt omdat uitzendwerk in het verleden geen goede klank had. In de con- ventie van het Internationale Arbeidsbureau (ILO), waarvan de meeste landen lid zijn, staat zelfs een artikel dat alleen de overheid bij arbeid mag bemiddelen. Echter door de groeiende behoefte aan maatwerk - op bepaalde uren, of in bepaalde perioden - zowel bij werkzoekenden als het bedrijfsleven is dit voorschrift langzamerhand een dode letter geworden. Toch hebben sommigen, bijvoorbeeld de vakbeweging, lange tijd moeite gehad met uitzendkrachten. De zone tussen een baan uitoefenen en geen baan hebben was moeilijk te overzien. In hoeverre moest het arbeidsrecht gelden, de sociale verzekering, pensioenen en dergelijke? Gelukkig hebben de sociale partners in ons land daarover niet lang geleden overeenstemming bereikt door een glijdende schaal te ontwerpen waarbij bepaalde rechten en verplichtingen in toenemende mate gaan gelden.

Ondanks de moeilijke voorgeschiedenis hebben de uitzendbureaus zich voor- spoedig ontwikkeld. In de wereld zijn er een paar zeer grote spelers, terwijl in ons land Randstad met 4 miljard gulden aan binnenlandse omzet en een kleine 500 vestigingen op de Nederlandse uitzendmarkt een dominante positie inneemt.Een uitzendbureau is wel heel letterlijk een 'people's business' en dan vooral een zaak van jonge mensen. De bemiddelaars worden zorgvuldig geselecteerd vooral uit afgestudeerden van het HBO en het universitair onderwijs. Daarna krijgen ze nog een gedegen opleiding in het bedrijf zelf. Veelal doen ze het werk voor een aantal jaren en worden dan elders gevraagd; maar weinigen bereiken binnen het uitzendbureau zelf de pensioenleeftijd.

Lange tijd hebben de officiële arbeidsbureaus wat dubieus aangekeken tegen de uitzendbureaus maar op den duur hebben ze moeten erkennen dat ze door hun andere aanpak vaak beter scoorden, vooral bij het tijdelijk plaatsen van werk- zoekenden. Sinds enige jaren werkt men dan ook op bepaalde gebieden samen.

Tegelijkertijd hebben de uitzendbureaus hun domein verder verbreed, eerst naar de bemiddeling van heel bijzondere arbeidskrachten - bijvoorbeeld werkzaam in de sector van de research en ontwikkeling - maar later ook naar aanpalende gebieden zoals beveiliging en schoonmaken. Ook daar heeft de drang om het beroep op een hoger niveau te brengen goed gewerkt. Zo zijn binnen het schoonmaakbedrijf kwaliteitsnormen tot stand gekomen en werkt men in veel gevallen al met ISO-certificaten.

De neiging bij veel ondernemingen naar 'outsourcing', dus het afstoten van niet tot de kern behorende taken, heeft de uitzendbranche vleugels gegeven. De uitzendbureaus hebben aangetoond dat als persoonlijke dienstverlening werkelijk professioneel wordt georganiseerd er veel meer mogelijk is dan we vaak denken. Maar dan moet men dicht bij de klanten zitten - niet voor niets zijn de vestigingen van uitzendbureaus doorgaans zeer kleinschalig - en het vak door en door kennen.

Het grote succes van de branche heeft velen een licht doen opgaan. Zo moet Vendex erkennen dat uitzendwerk niet iets is wat je erbij doet maar dat het een op zichzelf staande activiteit is. Anderen beschouwen tijdelijk werk als een van de voornaamste drijfkrachten voor flexibiliteit op de arbeidsmarkt, iets wat bijvoorbeeld Duitsland sterk mist. Weer anderen gaan inzien dat er grote behoefte is aan goede en niet bureaucratisch georganiseerde vormen van dienstverlening en persoonlijke zorg.

Dit geldt bijvoorbeeld voor thuiszorg, gezondheidszorg binnen en buiten het werk, bepaalde diensten voor bejaarden en noem maar op. Met het aangekondigde pakket van de ING voor senioren hebben zelfs banken deze markt ontdekt.

In onze welvarende maatschappij is de persoonlijke dienstverlening voor een groot deel verdwenen omdat het onbetaalbaar werd. Een deel werd door de overheid overgenomen in vaak logge bureaucratische organisaties en wat er over bleef lag vaak in de sfeer van slecht betaalde karweitjes voor niet- of nauwelijks geschoolden. Veel uitzendbureaus, schoonmaakbedrijven, veiligheidsorganisaties en arbodiensten laten zien dat het beter en efficiënter kan.

Ondernemers achten dit soort markten kansrijk. Daarom zou de overheid bij het zoeken naar plaatsen voor werklozen (Melkertbanen en dergelijke) er misschien goed aan doen meer accent te leggen op het verder bevorderen van bedrijven en organisaties in deze sector en iets minder op het direct subsidiëren van banen.