Plan voor extra banen in Europa

BRUSSEL, 2 OKT. De Europese Commissie heeft gisteren een ambitieus plan gepresenteerd voor de aanpak van de werkloosheid in de Europese Unie dat onder meer mikt op de creatie van zeker 12 miljoen nieuwe banen.

De voorstellen van de Commissie worden voorgelegd aan de Europese staats- en regeringsleiders die op 20 en 21 november een speciale topbijeenkomst in Luxemburg aan de werkloosheid zullen wijden. De voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Santer, zei gisteren nadrukkelijk dat ondanks Europese richtlijnen het werkgelegenheidsbeleid een zaak van de lidstaten zelf blijft.

De Commissie wil dat in de EU meer dan zeventig procent van de mensen, die daartoe in staat zijn, werkt. Daardoor zou de EU eenzelfde niveau halen als de belangrijkste handelspartners. Op het ogenblik zit de EU op 60,4 procent. Binnen vijf jaar zou de 65 procent gehaald moeten worden. De Commissie wil de werkloosheid in de EU terugbrengen van 11 procent naar 7 procent. Dat betekent dat er tenminste twaalf miljoen nieuwe banen gecreëerd moeten worden.

Veel Europese regeringsleiders hebben met tegenzin toegegeven aan de druk van de Franse premier Jospin tijdens de top in Amsterdam in juni jongstleden om een speciale bijeenkomst te wijden aan de arbeidsmarkt. Landen als Groot-Brittannië, Duitsland en ook Nederland vinden dat werkgelegenheidsbeleid een nationale zaak is. Op Europees niveau kan wel van gedachten gewisseld worden over manieren waarop werkloosheid kan worden bestreden, maar er zou gewaakt moeten worden voor de illusie dat de EU banen kan scheppen. Om die reden wil Duitsland er tot nu toe niet van weten dat de top in Luxemburg met concrete cijfers aangeduide doelstellingen gaat formuleren.

De Europese Commissie stelt toch cijfers voor die nagestreefd moeten worden. Volgens de commissaris voor sociale zaken, Padraig Flynn, is het tijd om doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid te kwantificeren. De Commissie weet zich op dit punt gesteund door premier Juncker van Luxemburg, dat op het ogenblik voorzitter is van de EU en de top in november moet leiden. De Commissie wil dat de Europese regeringsleiders de EU-lidstaten een aantal aanbevelingen doen voor het bevorderen van de werkgelegenheid. De aanbevelingen die de Commissie voorstelt zijn gebaseerd op een studie van de vele maatregelen in Europa op dit gebied. Wat Nederland betreft noemt de Commissie in een rapport speciaal het uit 1992 daterende Jeugdwerk Garantie Plan.

De Commissie wil dat het eenvoudiger wordt om een onderneming te beginnen. Daartoe zou de regelgeving vereenvoudigd moeten worden. Binnen drie jaar zou een Europese markt voor risico kapitaal tot stand moeten komen. Belasting op arbeid, die in Europa is gestegen van 35 procent in 1980 tot 42 procent in 1995, zou weer omlaag moeten gaan.

Om langdurige werkloosheid te bestrijden is het volgens de Commissie nodig dat iedereen voordat hij twaalf maanden werkloos is een nieuwe start aangeboden krijgt in de vorm van werk, stage of scholing. Jongeren zouden zo'n nieuw begin al aangeboden moeten krijgen voordat zij zes maanden werkloos zijn. Volgens de Commissie kan op deze manier de langdurige en de jeugdwerkloosheid binnen vijf jaar gehalveerd worden.

De Commissie wil ook dat alle EU-lidstaten doelstellingen formuleren voor het aantal mensen dat tot nu toe uitkeringen heeft maar dat afhankelijk moet worden van maatregelen die werk vereisen. Op het ogenblik krijgt tien procent van de Europese werklozen scholing aangeboden. Dit percentage zou naar 25 moeten. Overwogen zou moeten worden om het geld dat nu wordt uitgegeven om de arbeidskosten voor ongeschoolden te verlagen, beter te gebruiken door het voor scholing in te zetten.

Tot de door de Commissie opgestelde aanbevelingen behoren ook meer flexibiliteit bij het werk en eventueel vermindering van de arbeidstijd.

De laatste serie maatregelen die de Commissie voorstelt heeft betrekking op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. De werkgelegenheid van vrouwen zou bijzonder gestimuleerd moeten worden. Ook zouden vrouwen gediend zijn met meer part-time werk, ouderschapsverlof en mogelijkheden om na langere afwezigheid op de arbeidsmarkt terug te keren.