Opening van het bockbier-seizoen; Niet alleen voor de monniken

De Stichting PINT verzorgt van 31 okt t/m 2 nov. een Bockbierfestival in de Beurs van Berlage in Amsterdam; tijdens dit Bockbierfeest is er onder meer een ruilbeurs etiketten en flessen. Er kan ook buitenlandse bock worden geproefd.

De Nederlandse bierdrinker wordt de laatste jaren behoorlijk verwend. Een groot aantal bijzondere bieren heeft de schappen van slijterijen en supermarkten verrijkt. Het speciale biercafé dat met wel zestig bieren achter de tap iets bijzonders was, is allang voorbij.

Binnenkort breekt het seizoen van een heel klassieke biersoort weer aan, het bockbier. Zoals met vele eet- en drinkbare zaken in onze tijd, wordt ook dit product sinds eind jaren '80 via een goede pr als iets nieuws 'gepromoot', en zie: we hebben er een nieuw bier bij. De kenner weet echter: bockbier wordt al vanaf de 14e eeuw gebrouwen!

Bo(c)kbier - dat vanaf 6 oktober weer verkrijgbaar is - is een herfstbier. Met het eerste bier in oktober werd de kwaliteit van de gerst getest door de boeren en brouwers. Door een speciale manier van brouwen wordt de smaak krachtiger en de hoeveelheid restsuiker groter dan bij gewoon bier. Bier kent lage en hoge, koude of warme gisting. De gistcellen zetten suikers in de mout om in alcohol en drijven tijdens dit proces naar boven in de vorm van een schuimende kraag. De gisting is sneller afgelopen en er blijft meer restsuiker over. Laaggegist bier - dat door de Duitsers werd 'gelagerd' in koele grotten, vandaar de soortnaam 'Lager' - heeft een langzamer gisting doordat het tijdens de gisting in een koele ruimte wordt weggezet.

Bockbier is van oorsprong een hooggegist bier, zoals alle 'oude' bieren. Het kreeg extra alcohol mee om beter tegen de zomerse hitte te kunnen - tenminste, dat gold voor de lentebok, het laatste bier dat voor de zomer werd gebrouwen. Tegenwoordig zijn bijna alle bieren, ook een aantal bockbieren, koud of laaggegist, omdat het technisch gezien geen enkel probleem meer is om bier tijdens de warme maanden koud te houden.

Het bockbier kan al naar gelang de wijze van brouwen en gebruikte gistsoorten een pittige, hoppige of een fruitige smaak hebben. De afdronk is redelijk complex. De restsuikers geven het bier een extra volle smaak en hebben een behoorlijk maagvullend effect. In het vroege voorjaar werd in kloosters en abdijen voor de vasten een 'Doppelbock' gebrouwen, dat nog rijker aan smaak was. Op deze manier kregen de monniken 'vloeibare voeding en verwarming', zonder dat zij de vastenregel braken. Tegenwoordig hoef je geen monnik meer te zijn en al helemaal niet meer te vasten om dit nog smakelijker bier te drinken - het wordt ook door buitenkloosterlijke instanties gebrouwen, met name in Duitsland.

De frequent op het etiket voorkomende bok heeft met de oorspong van de naam niets te maken, want '(Een) Bock' is een verbastering van '(Ein) Beck', oftewel een biertje uit Einbeck, een stadje in Nedersaksen, dat vanaf de Middeleeuwen een bijzonder krachtig bier brouwde. Mede dankzij het hogere alcoholpercentage van 6 procent, vaak oplopend tot 6,5-6,9 procent, was het geschikt voor transport naar Scandinavië en Nederland, waardoor het een grote faam verwierf. Door een huwelijk tussen een hertog uit Nedersaksen met een dame uit Beieren in de 17de eeuw kwam het product in handen van de bierkenners bij uitstek en was de toekomst van dit bier verzekerd.

De komst van het eerste bier van het seizoen - in de zomer kon vroeger geen bier worden gemaakt wegens de hoge temperaturen - moest natuurlijk worden gevierd. Zulke tradities worden gelukkig in ere gehouden en Nederland kent een aantal festiviteiten rond het bockbier, hoewel het al ruim honderd jaar dankzij koeltechnieken het hele jaar door gemaakt kan worden.