Metrolijn; Mammoet in de stad

Aan de aanleg van de nieuwe metrolijn in Amsterdam gaan uitgebreide archeologische werkzaamheden vooraf. De verwachtingen zijn hooggespannen.

HET AARDIGE, vindt J⊘rgen Veerkamp, is dat hij zich als archeoloog nu eens mag bezighouden met iets wat nog moet gebeuren: voorspellen welke archeologische vondsten er zullen worden gedaan voorafgaand aan de aanleg van de Amsterdamse Noord/Zuidmetrolijn. In opdracht van de gemeentelijke dienst Amsterdam Beheer heeft hij onlangs het eerste deel afgerond van de inventarisatie van archeologische aandachtspunten.

Op basis van literatuur- en archiefonderzoek, de resultaten van eerdere opgravingen in Amsterdam en bodemradaronderzoek schetst Veerkamp wat er in het eerste stuk van de metrolijn aan archeologische waarden kunnen worden verwacht. Het gaat om het gebied tussen het Stationsplein en het Damrak. Het tracé van de Noord/Zuidlijn loopt onder het Centraal Station en het Stationsplein door, gedeeltelijk door het open havenfront, en dan verder onder het Damrak in de richting van de Dam.

Op dit eerste traject, zegt Veerkamp, gaat zijn aandacht uit naar een aantal punten: de verschillende ontwikkelingsfasen van de nieuwe brug en de daarmee samenhangende vragen over de ontwikkeling van Amsterdam, de oorspronkelijke loop van de Amstel en de vroegere scheepvaartactiviteiten in dit gebied.

Het water tussen de Nieuwe Brug en het Centraal Station vormde vroeger, dat wil zeggen tot en met de aanleg van het Centraal Station aan het einde van de vorige eeuw, een belangrijk onderdeel van de rede van Amsterdam. In dit water bevond zich vanaf de tweede helft van de veertiende eeuw ook een enorme dubbele rij houten palen. Deze palenrij vormde een barrière voor vijandelijke schepen en diende tevens als golfbreker bij hoogwater.

In de luwte van deze palen werden de goederen uit grote zeeschepen overgeladen op kleinere schepen die de handelswaar naar de wal transporteerden. Bij dat overladen zijn in de loop van de eeuwen talloze voorwerpen te water geraakt en in de modderige bodem weggezakt. Uit de literatuur is ook bekend dat veel reparatiewerken aan schepen bij deze paalwerken werden verricht. Het havenfront is in de loop der eeuwen steeds uitgebaggerd. Maar toch is het goed mogelijk dat scheepsonderdelen, lading en gereedschap zo ver in de dikke modderlaag zijn weggezakt dat ze bij dergelijke schoonmaakwerkzaamheden niet zijn opgeruimd.

Ook in onze tijd worden dergelijke diepe lagen bij baggerwerkzaamheden niet bereikt. Veerkamp: “In het verleden zijn bij metrowerkzaamheden in Parijs en Londen veel spectaculaire vondsten gedaan op die plekken waar de metro rivierbeddingen kruiste. Ik verwacht dan ook heel veel van deze locatie voor het Centraal Station.”

Ter hoogte van de Nieuwe Brug wordt de zogeheten startschacht gegraven. Dat is een put die vanaf het maaiveld tot in de pleistocene zandlaag rijkt. In deze put met een diepte van ruim twintig meter wordt de boormachine opgesteld. Vanaf dat punt wordt er in het zand verder onder de stad doorgeboord.

Vooral de bovenste lagen in deze startschacht zijn voor de geschiedenis van Amsterdam uitermate interessant. In de periode tussen 1300 en 1350 breidde de stad, die tot dat moment reikte tot aan de hoogte van de Oude Brugsteeg (nu de zijkant van de Beurs van Berlage), zich een stuk in noordelijke richting uit. Op de kop van deze nieuwe stad werd een brug over de Amstel gebouw. De Nieuwe Brug maakte onderdeel uit van een complete versterking die om de hele stad heen liep.

Omdat de startschacht de fundering van deze nieuwe brug doorsnijdt, kan misschien een hele reeks van vragen over het ontstaan van deze brug worden opgelost. Bijvoorbeeld de vraag naar de exacte ouderdom. De eerste vermelding van de brug dateert uit 1385, maar er zijn aanwijzingen dat er op die plek in 1342 al een brug lag. Hoe was de verbinding tussen de brug en de aarden omwalling van de stad, waarvan ter hoogte van de Nieuwezijdsarmsteeg (ten westen) en in de Nieuwe Brugsteeg (ten oosten) in het verleden sporen zijn gevonden?

In de loop van de eeuwen is de nieuwe brug vele malen verbouwd. De archeologen willen meer te weten komen over de verschillende bouwfases. In de directe omgeving van deze brug stonden ook allerlei belangrijke gebouwen zoals het Paalhuis - waar alle lig- en havengelden werden geheven -, de Rijkswaag en de Schippersbeurs. Deze gebouwen bevonden zich aan de westelijke kant van de brug, precies de kant die nu door de startschacht wordt aangesneden. De archeologen hopen daardoor meer te weten te komen over relatie tussen de brug en de rest van de bebouwing.

Omdat de startschacht tot in het pleistocene zand reikt, biedt dit de archeologen en de prehistorici ook voor het eerst de mogelijkheid in Amsterdam op relatief grote diepte onderzoek te doen. Veerkamp: “Op die diepte zullen we vermoedelijk geen sporen meer aantreffen van menselijke activiteit, hoewel dat nooit helemaal is uit te sluiten. Maar wat we zeker wel vinden, zijn overblijfselen van grote zoogdieren, zoals mammoeten en wolharige neushoorns.”

“Als je naar de archeologische kaart van Nederland kijkt dan zie je dat er in West-Nederland veel minder vondsten uit het pleistoceen zijn gedaan dan bijvoorbeeld in Oost-Nederland. Dat komt niet omdat ze er niet zouden zijn, maar domweg omdat de laag waarin ze worden gevonden hier bedekt is door ruim twintig meter afzetting.

“Zodra er ergens in de omgeving van Amsterdam diep in de grond wordt gewerkt, vind je echter direct overblijfselen uit die tijd. Dat was bijvoorbeeld het geval bij werkzaamheden bij het Weesperplein. Daar is al een keer een kies van een wolharige neushoorn gevonden. Ik hoop dan ook in de startschacht of anders bij de aanleg van de verschillende stations, die ook in schachtbouw worden aangelegd, restanten van grote zoogdieren te zullen vinden. En als we ze daar niet vinden dan komen ze zeker tijdens het boren naar boven.”

Bij de techniek die zal worden gebruikt, en die nu in Duisburg en bij Rotterdam wordt uitgeprobeerd, wordt de door de boorkop losgewerkte grond vermengd met een vloeistof. Het mengsel van vloeistof en losse brokken aarde, met een maximale doorsnee van ongeveer twintig centimeter, wordt door een pijp via het daarachter gelegen, al gereedgekomen tunneldeel naar buiten gepompt. Daar zou het kunnen worden gezeefd. En op die zeef zullen dan volgens Veerkamp zeker ook resten van grote zoogdieren achterblijven.

“Alleen kunnen we van die vondsten natuurlijk de context niet bepalen. Ik hoop dus echt dat we in de gegraven schachten resten vinden die we op ons gemak kunnen bestuderen.”

Wanneer dit gaat gebeuren, staat nog niet vast. Zodra de metrobouw in Amsterdam het groene licht krijgt, kunnen de archeologen aan de slag, een karwei dat vele maanden in beslag zal nemen.