Laat de kiezer kiezen

Kan het nog erger? Als zenuwachtige eindexamenkandidaten zaten CDA Tweede Kamerleden afgelopen maandagavond te wachten op het verlossende telefoontje van bovenmeester Helgers. Of ze al of niet waren geslaagd. Niet dus, kreeg maar liefst de helft van de CDA-klas van de partijvoorzitter te horen.

Het was de climax van ruim drie jaar opgekropte frustratie van het regionale christen-democratisch partijkader. Weg met de oude garde, leve de onbelaste nieuwkomers roepen de lokale partijbaasjes nu in koor. Ze hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk konden ze dan deze week de rekening met de partijgenoten in Den Haag vereffenen.

Tranen, woede en verbijstering in de fractiekamer van het CDA aan het Binnenhof. Blijde gezichten en opluchting bij het partijkader in het land. Bij dit soort gelegenheden blijkt maar weer eens dat ook de politiek in essentie heel gewoon mensenwerk is. Dankzij de televisie wordt het tegenwoordig nog eens allemaal genadeloos geregistreerd wat weer zorgt voor een extra dramatische dimensie. Live reality tv vanaf het Binnenhof in Den Haag, het CDA vergaderoord in de bossen van Doorn of de huiskamer van Wim Mateman in Aalten. Zo kreeg Nederland deze week politiek als thriller en als tranentrekker zonder dat Joop van de Ende eraan te pas hoefde te komen.

Voor de kiezers is wat zich deze week binnen het CDA heeft afgespeeld waarschijnlijk even vergankelijk als de gemiddelde soap-serie. Wie in het stemhokje zal zich volgend jaar mei nog de coup van Helgers herinneren? Niet voor niets is de ontwerp CDA-kandidatenlijst reeds in een zo vroeg stadium gespresenteerd. Des te meer tijd rest er om het leed te vergeten.

De CDA-partijvoorzitter heeft deze week keihard toegeslagen. Hij verkeert dan ook nu, zeker voor de Haagse CDA-politici in de Brutus-rol. Ten onrechte want in werkelijkheid was Helgers maandagavond niet veel meer dan de boodschapper van het slechte nieuws. Dat is ook de grote beoordelingsfout die de Tweede Kamerfractie van het CDA de afgelopen magere oppositiejaren heeft gemaakt. Helgers werd telkens als de kwade genius beschouwd, maar de onvrede in de partij over het functioneren van de CDA-voorhoede in Den Haag was veel breder. Juist door de fixatie op de partijvoorzitter bevestigde de fractie slechts het in de rest van het CDA reeds lang gesignaleerde probleem: een Tweede Kamerfractie die geen oog heeft voor de partij. Daarom moeten de CDA-Kamerleden die nu aan de kant zijn gezet, maar niet al te veel hopen op steunoperaties van het partijkader uit het land om hen alsnog op een verkiesbare plaats te zetten. Helgers opereerde namelijk namens dat partijkader.

Voor de partij is het dus een gedane zaak, maar hoe staat het eigenlijk met de CDA-kiezers? Heeft de partij met deze schoonmaakoperatie ook namens hen geopereerd? “Democratie kan niet alleen bestaan uit wat de partijorganen aan de bevolking willen voorleggen”, zei het nu gesneuvelde CDA-Kamerlid Mateman nog in mei van dit jaar in de Tweede Kamer. Hij had de bui toen al zien hangen. Mateman maakte zijn opmerking bij het debat over het wetsvoorstel om kandidaten voor de Tweede Kamer gemakkelijker met voorkeurstemmen in het parlement te laten kiezen. Niet langer zouden rond de 30.000 stemmen nodig zijn (50 procent van de kiesdeler) voor een rechtstreekse plaats in de Kamer, maar nog maar ongeveer 15.000 stemmen (25 procent van de kiesdeler).

Voor een kandidaat die een beetje zijn best doet, mag het vergaren van 15.000 voorkeurstemmen geen al te groot probleem zijn. Wanneer de verlaagde grens bij de verkiezingen in 1994 was toegepast zouden 33 personen op basis van voorkeurstemmen in de Kamer zijn verkozen. Een getal dat ongetwijfeld hoger uitvalt als kandidaten gericht campagne voor zichzelf gaan voeren.

De nieuwe drempel zal bij de volgende verkiezingen worden ingevoerd. Interessant is hoe de CDA-Tweede-Kamerfractie eruit kan zien, als niet de partijapparatsjiks maar de kiezers het werkelijk voor het zeggen zouden krijgen. Want waarom wordt het niet aan de kiezer overgelaten wie hij of zij namens een partij naar de Tweede Kamer afgevaardigd wil zien? Zo ging het in 1918 ook. Toen kwamen de kandidaten van de partijen in de Kamer in de volgorde van het aantal op hen uitgebrachte stemmen. Het gevolg was toen inderdaad dat de door de kiezers samengestelde lijstvolgorde er flink anders uitzag dan de door de partijen samengestelde lijst. Vandaar dat dit superdemocratische systeem het toentertijd maar één verkiezing heeft uitgehouden.

Er valt dan ook wel wat op af te dingen. De voorkeurstem van enkele honderden kiezers kan een bepaalde kandidaat naar boven duwen. Maar de duizenden kiezers die op een andere kandidaat van dezelfde partij hebben gestemd, denken misschien juist heel anders over die ene bevoorrechte kandidaat. Vandaar dat een zekere drempel geen slechte zaak is.

De vraag is veel meer of partijen de kiezer eigenlijk wel bij de lijstvolgorde durven te betrekken. Als de CDA-bestuurders werkelijk vernieuwend waren geweest, hadden ze de zo omstreden gevallen als Mateman, Lansink en Van der Linden wel op de lijst gezet, desnoods onderaan, en het oordeel vervolgens aan de kiezer overgelaten. Ze zijn echter geheel van de lijst afgevoerd, zodat een voorkeursactie niet eens mogelijk is. Maar waarom moet het oordeel van enkele tientallen partijbonzen uit een partij die leeg loopt zwaarder wegen dan dat van duizenden kiezers?

Iemand als René van der Linden die onder druk volgend jaar 'vrijwillig' opstapt, zou verzekerd van een plaats. Bij de verkiezingen van 1994 bleek de 'gezant uit Nuth' goed voor ruim 18.000 voorkeurstemmen uit Limburg. Mateman en Lansink moeten een dergelijk aantal ook kunnen halen. Een voorwaarde is dan wel dat ze ergens op de CDA-lijst komen te staan, maar dat gebeurt nu juist niet, uit angst voor de kiezer.

Het verhaal gaat niet alleen voor het CDA op. Als het om de afvaardiging voor vertegenwoordigende organen gaat eisen politieke partijen nog steeds de volledige regie op, zich niet beseffend dat ze niet meer dan ruïnes zijn van wat ooit indrukwekkende instituten waren. Zij, het handjevol nog resterende actieve partijleden gaan over de lijst en verder niemand anders. De kiezer mag steun betuigen, maar vooral geen invloed uitoefenen.