Kernpunten uit Verdrag Amsterdam

ROTTERDAM, 2 OKT. Het Verdrag van Amsterdam bestaat uit driehonderdentwaalf artikelen, dertien aanvullende protocollen en achtenvijftig verklaringen - en toch staat er niets in, aldus veel critici. Enige hoofdpunten van het verdrag dat vanmiddag in Amsterdam werd ondertekend:

Instituties Ingrijpende besluiten over de hervorming van de besluitvorming van de Unie zijn uitgesteld. De 'grote' landen van de Unie hebben er mee ingestemd om bij de toetreding van nieuwe landen één van hun twee commissarissen op te geven maar slechts op voorwaarde dat vooraf een akkoord wordt bereikt over een nieuwe stemverdeling in de Raad van ministers. Ingrijpende herziening van de besluitvorming heeft pas plaats als de Unie meer dan twintig leden gaat tellen.

Buitenlands beleid Van de vooral Franse wens om een 'zware', politieke functionaris voor het Gemeenschappelijke Buitenlandse en Veiligheidsbeleid (GBVB) te benoemen, is weinig in het verdrag terug te vinden. De secretaris-generaal van de Raad van ministers wordt 'hoge vertegenwoordiger' van de Unie voor het buitenlands beleid. Het aantal meerderheidsbeslissingen op buitenlands-politiek terrein wordt groter, maar het gaat daarbij vooral om uitvoering van het beleid: de vaststelling van de stratégies communes heeft plaats bij unanimiteit. Er komen 'nauwere institutionele betrekkingen' tussen de Europese Unie en de veiligheidsorganisatie West-Europese Unie (WEU), met zicht op mogelijkheid tot integratie “mocht de Europese Raad daartoe beslissen”.

Werkgelegenheid Bevordering van de werkgelegenheid (waaraan een apart hoofdstuk is gewijd) wordt een van de doelstellingen van de Europese Unie. Op aandringen van vooral Duitsland, dat huiverig is voor een interventionististische aanpak, zal die bevordering vooral de vorm krijgen van harmonisatie van nationaal beleid.

Schengen Het Verdrag van Schengen over opheffing van de grenscontroles is als protocol aan 'Amsterdam' toegevoegd, met uitzonderingsbepalingen voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken. De overige landen zullen binnen vijf jaar maatregelen aannemen over asiel, vluchtelingen en immigratie. Beleid op het terrein van visa, immigratie en asiel wordt van intergouvernementeel communautair. Dat betekent dat instellingen als het Europese Hof van Justitie, de Europese Commissie en het Europese Parlement invloed kunnen hebben.