Jullie Nederlanders

“Bij jullie Nederlanders zijn de vrouwen de baas”, lachen Hassan en Tizjani, twee half-alfabete mannen die uit wat ze om zich heen zien geen andere conclusie kunnen trekken: de Nederlandse man is een beklagenswaardige figuur die naast zijn vrouw moet lopen, gearmd nota bene, hij moet de kinderwagen duwen en ramen lappen en nooit krijgt hij eens toestemming om met zijn vrienden buiten op een straathoek te hangen.

“Bij jullie hebben de mannen niks te zeggen.” Ze brengen het op een toon alsof ze een oude misstand in onze maatschappij hebben ontdekt, die wij veilig onder het tapijt geveegd dachten.

“Nederlanders zijn heel anders dan Somaliërs, jullie kunnen niet wachten om met elkaar naar bed te gaan”, meent Abdulwahid, die al zo aan Nederland gewend is dat hij er niet tegenop ziet deze dingen bij hun naam te noemen. Toch trekt hij vreemde conclusies: “Daarom duren jullie trouwfeesten ook zo kort. Wij hebben meer respect voor elkaar, voor ons is het dan ook geen bezwaar om de eerste nacht een paar dagen uit te stellen.” De Nederlandse toehoorder doet er het zwijgen toe en bewaart zijn glimlach voor later.

“Jullie Nederlanders hebben liever dochters dan zonen”, menen Gadisja en Fereshta uit Iran en de Ghanese Madeleine is het volledig met hen eens. “Jullie zijn blij met een babymeisje, maar bij ons een meisje niet goed.” Ze zeggen het met stralende gezichten, alsof de weegschaal voor de zoveelste keer in ons nadeel uitvalt. Hier is een voorzichtig protest op zijn plaats. “Bij ons zijn alle baby's welkom, of het nu een meisje is of een jongen.” De vrouwen knikken en glimlachen. “Bij ons niet”, herhalen ze vriendelijk en het blijft onduidelijk wie hier nu welk punt heeft gescoord.

En dan komt Aicha, ze is getrouwd met een Nederlander en misschien daarom wel iets beter vertrouwd met onze manier om gelijkheid voor te wenden. Ze is gevraagd om een klas Nederlandse cursisten te vertellen over haar geloof en kwijt zich met graagte van die taak, hoewel ze zich met haar woeste krullenbol, spijkerbroek en kauwgum niet direct aan de islamitische codes lijkt te houden.

De vraag wat Aicha ervan vindt dat het moslimmannen is toegestaan vier echtgenotes te hebben, schokt haar niet. Eerlijk gezegd verbaast ze zich erover dat iemand daar überhaupt problemen mee heeft. “Het is bij jullie Nederlanders niet anders”, zegt Aicha, zonder acht te slaan op de grote ogen van haar vrouwelijk gehoor. “Jullie mannen hebben ook allemaal een ander. Bij ons is alleen maar officieel toegestaan wat in de rest van de wereld stiekem gebeurt.”

Maar nu klinkt er gesputter, ineens heeft iedereen zin een duit in het zakje te doen. En dan zegt Kebboura zachtjes tegen me: “Nederlandse vrouwen zijn heel anders dan wij. Wij scheren altijd de haren onder onze armen.” Ze kijkt me veelbetekenend aan: “Wij scheren onze haren overal.” En dan gaat ze over tot fluisteren: “Klopt het dat Nederlandse vrouwen een baard tussen de benen hebben?”