Houden van is niet genoeg

Zembla: Ouderlijke onmacht, Ned.3, 20.50-21.32u.

'Houden van een kind' is volgens de rechter niet genoeg om een kind verantwoord te kunnen opvoeden. Een kind moet zich kunnen ontwikkelen tot een geestelijk en lichamelijk volwaardig mens. Talloze ouders zijn daartoe nauwelijks in staat maar met een beetje hulp van familie of kennissen komen zij een heel eind. En anders is er nog altijd professionele hulpverlening.

Bertus en Yvonne Stomphorst houden heel veel van hun kinderen maar de rechter bepaalde al vijf keer dat zij niet in staat zijn hun kinderen op te voeden. Niet omdat zij hen seksueel of anderszins zouden mishandelen (hoewel Bertus uiteindelijk toegeeft wel eens een klap uit te delen) maar omdat zij hen geestelijk en lichamelijk verwaarlozen. De ouders hebben zelf geen opleiding gevolgd en groeiden op in het kindertehuis. Hun kinderen verdwijnen nu één voor één in een opvanghuis of pleeggezin. Hun ontwikkeling is inderdaad ver achter bij die van leeftijdgenootjes.

Het is een harde realiteit voor Bertus en Yvonne. Hun reactie wordt ook steeds feller: zo lang de rechter onze kinderen afneemt, maken wij een nieuw kind om te laten zien waar hij mee bezig is. Het gezin Stomphorst werd vorig jaar juni door Zembla geportretteerd maar omdat het zo'n aangrijpend verhaal was en de makers wilden weten wat er verder zou gebeuren met het gezin, besloten Els Lansdorp en Mirjam Bartelsman een vervolg te maken. Daarin werpen zij de vraag op die ten grondslag ligt aan de discussie of verstandelijk gehandicapten verplicht gesteriliseerd mogen worden.

Yvonne zou nooit gesteriliseerd willen worden: “Het is mijn lichaam, niet het uwe”. Huisarts J. Nieuwendijk vertelt dat zij heeft geprobeerd het echtpaar ervan te overtuigen dat het krijgen van kinderen in hun situatie onwenselijk is. “Deze ouders zijn niet in staat om aan te voelen wat kinderen beweegt en wat kinderen nodig hebben.” Maar beletten kan zij het-kinderen-krijgen niet.

Ook maatschappelijk werker R. van Blitterswijk heeft Yvonne gevraagd zich te laten steriliseren (Yvonne: “O ja, die heeft het ook wel eens tegen mij gezegd.”) of toch in ieder geval voorbehoedsmiddelen te gebruiken. Van Blitterswijk: “Als we met elkaar grenzen vastleggen wie er wel of niet kinderen mag krijgen, dan ben ik bang dat ik het morgen voor u en u voor mij bepaalt. In zo'n samenleving zou ik ook niet willen leven.”

De ouders blijven doorgaan met het op de wereld zetten van kinderen die zij niet zelf kunnen opvoeden. Iedere keer wordt het kind door een rechterlijke uitspraak uit huis geplaatst. Iedere keer verdriet voor de ouders, verdriet voor de kinderen - zoals de elfjarige zoon Daniël zegt: “Ik droom er wel eens van dat ik thuis woon, want dat wil ik liever. Dan smeer ik zelf wel mijn boterhammen en ga ik zelf wel naar school” - paniek in de opvanghuizen en pleeggezinnen want daar is nauwelijks plaats.

Tot verdriet van de ouders, werd kortgeleden ook het vijfde kind weggehaald. Op naar de volgende, lijken ze te denken. En de hulpverlenining? Die worstelt met het dilemma: steriliseren mag niet maar hoe kunnen we deze voortplanting - die nu vooral gericht is tegen de rechter - stoppen?

In Nederland vindt het steriliseren van verstandelijk gehandicapten alleen plaats onder strikte voorwaarden. Tot de ingreep wordt pas besloten, als andere behandelingen niet werken. De gehandicapte of de wettelijke vertegenwoordiger moet toestemming geven. Als de patiënt zich verzet, wordt de behandeling gestaakt. Volgens Minister Borst zijn in Nederland nooit, zoals in Scandinavië, mensen onder dwang van de overheid gesteriliseerd. Deze documentaire geeft het probleem van de onmacht goed weer, maar verder dan die constatering komen de makers niet.