Hotel; Sfinx op het bordes

Hotel villa Duinvliet, Domburgseweg 44, 4357 NH Domburg. Tel 0118-583921. Drie sterren. Tweepersoons-kamers van ƒ 230 tot ƒ 250 (ƒ 195 tot ƒ 215 buiten het seizoen). Gesloten 2 t/m 14 november.

Soms is reizen ook een beetje thuiskomen. Het prettige gevoel dat je bekruipt als je ergens belandt waar je altijd al eens had willen zijn. Villa Duinvliet was voor ons zo'n plek.

Neem alleen de entree: het grind van de oprijlaan knispert onder onze autobanden, de geur van gemaaid gras hangt boven het gazon en op het bordes liggen twee sfinxen vertrouwenwekkend op ons te wachten. Welkom thuis, zo voelt het.

Wij kenden villa Duinvliet van jongsaf. Aan de weg tussen Oostkapelle en Domburg lag ze als een parel in het landschap. Een Engelse tuin met een vijver en eilandje gaf het buiten onmiskenbaar allure. Een vleugje verval gaf het tegelijk ook iets mysterieus. Zelden zag je de bewoners, altijd leek het hek gesloten en waarom zat er nooit iemand in dat theehuis langs de weg?

Het verval zette door, de laatste bewoner verdween en villa Duinvliet raakte in vergetelheid. Ook bij ons. Tot we onlangs hoorden dat de villa weer in gebruik is. De Domburgse familie Suurmond kocht het buiten - daterend uit 1840,maar geen monument - en herbouwde het tot hotel.

Het is een bescheiden hotel geworden met 7 tweepersoons-kamers. De royale ontvangsthal is tegelijk ontbijtzaal. Een bar is er niet en dineren moet je buiten de deur. Maar ook dat heeft zijn charme. De gast die 's avonds laat denkt terug te keren, krijgt de sleutel van hotel en toegangshek mee. Wij voelden ons als de landheer toen we 's avonds aan het slot stonden te prutsen om het buiten weer te betreden. Jammer dat niemand ons zo kan zien, dachten we nog.

De kamers zijn sober ingericht; het buiten zelf zorgt voor de sfeer. De ramen hebben nog luiken en de plafonds steken hoog; moderne kroonluchters moeten oud en nieuw verbinden. De bedden liggen goed en - voor wie anders verwacht - de stilte is er adembenemend. Die zomerdag dat wij er overnachtten, sliepen we voortreffelijk. 's Ochtends vroeg speelde het zonlicht door de luiken en hoorden we de eerste vogelgeluiden van de dag. Kortom, het was er mooier dan we het ons hadden voorgesteld.

Het ontbijt is royaal. Wij deden ons tegoed aan boerenbrood, kakelverse eieren en sappige tomaatjes. De bediening was attent en bijna geruisloos. Tot aan dat ene moment. Of we direct naar de keuken wilden komen, maande de eigenaresse ons. Brand, indringers, wat was er? Niks geen onheil: achter in de tuin staan twee herten ons met grote ogen aan te kijken. Ze komen wel vaker vanuit de Manteling, het bosgebied achter de duinen, het landgoed op, horen we. Voor de tuin van de eigenaar zijn ze een plaag, voor de toevallige hotelgast een plaatje.

Na het ontbijt lopen we nog wat rond over het landgoed, een beschermd natuurgebied met bomen, laantjes en rijke vegetatie. Een antiek bruggetje brengt ons naar het eiland bij de vijverpartij. 'Kijk eens wat aardig': een bank met gestileerde zwanenhoofden als leuning! Gelegenheid om er rustig te zitten, krijgen we niet. De levende zwanen in de vijver zetten snel hun vleugels op en verdrijven de indringers uit hun domein. Maar waar is het theehuis? Heeft het verval al zover doorgezet dat het compleet is verdwenen?

Bij het wegrijden zien we in het struikgewas de restanten - veel is het niet meer. Ooit wil de eigenaar het paviljoen terugbrengen in oude staat. We beloven onszelf dan nog eens terug te keren. Misschien verkeert de villa dan weer in perfecte staat. Want die groene neonreclame met 'Duinvliet' boven de ingang steekt wel erg in onze ogen.