Held van de armen: buikje, cape en masker

Al tien jaar is hij de held van de armen in 's werelds grootste stad. Een bolbuikige superman met een gouden masker. “De laatste maanden is er al helemaal geen reden meer om mijn masker af te leggen en de strijdbijl te begraven.” Hij is even in Nederland.

MEXICO-STAD, 2 OKT. Natuurlijk weet hij wie dat is. Dat is gewoon Superbarrio. De bankemployé trekt de manchetten onder de mouwen van zijn jasje uit. Hij is niet verrast bij de aanblik van die vreemde gemaskerde figuur op zijn gouden laarzen die door het rijke zakencentrum van de stad fladdert. Wat Superbarrio doet? “Hij vecht voor zijn volk”, weet de bankman. En dat is niet tevens zijn volk? “Nee”, zegt de employé beslist. “Dat is iets anders.”

Die ochtend moest Superbarrio alweer vroeg uit de veren. Een huisuitzetting verhinderen, achter nieuw politiegeweld aan en een frauderende bank bezoeken. Ik haal hem op in zijn oude volkswoning. Een paar bouwvallige hutten rond een binnenplaats waar dode konijnen hangen uit te druipen. De 'super' ligt nog in bed. Mét masker. Het is bijna zoals het tien jaar geleden allemaal begon. “Op een ochtend werd ik wakker in mijn kamer in een van de oude buurten van de stad”, luidt het verhaal van het ontstaan van Superbarrio. “Ik zag een intens rood en geel licht. Een ervaring die ik niet kan verklaren. Ik hoorde een stem die zei: Jij bent Superbarrio, de verdediger van de armen. Je zult strijden tegen de hebzuchtige huisjesmelkers en de corrupte overheidsdienaren.” Daarna sloeg hij de deken van zich af en zag dat hij als Superbarrio gekleed was.

Ook nu slaat hij de deken van zich af. Wat verschijnt is een worstig lijf, gepropt in een rode maillot. Superbarrio zet zijn koffiebeker op de grond en trekt een geel broekje over zijn maillot. Vervolgens rijgt hij zijn gouden laarzen vast en slaat de rafelige cape om zijn schouders. “Ach, wel twintig”, antwoordt hij op de vraag hoeveel van deze pakken hij in de loop der jaren heeft versleten. Superbarrio vouwt zich achter het stuur van zijn kleine autootje en zo rijden we even later door de stad.

Hij praat over het politiegeweld. Zes jongeren uit de armenwijk Buenos Aires 'verdwenen' na een politieactie. Deze week zijn ze teruggevonden. Gemarteld, in brand gestoken en met de kogels van een executie in hun hoofd. In een verlaten steengroeve lagen de eerste drie lijken. In een bosje bij de snelweg de rest.

“Er is een vuile oorlog aan de gang”, zegt Superbarrio. In juli van dit jaar heeft de oppositie voor het eerst in achtenzestig jaar de almachtige Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) bij verkiezingen verslagen. Maar de nieuwe linkse burgemeester van Mexico-Stad treedt pas op 5 december in functie. “Ze willen de stad ontwricht voor hem achterlaten”, zegt Superbarrio over de PRI.

Pagina 5: Een gek die opkomt voor de armen

De zon valt op de gele strepen van zijn masker. Maar ook bij het stoplicht kijkt niemand verbaasd. “Hoi Super, ga door”, zegt een jonge straatverkoper, en geeft een vriendelijke klap op de kont van zijn auto. “Wij proberen iets te betekenen voor al die mensen in deze stad die zich niet kunnen verdedigen”, zegt de Super, en steekt een sigaret op door zijn masker. Veel is dat niet, tegenover dat enorme apparaat van corruptie waarin vijftien miljoen armen in deze stad dagelijks worden vermalen, verzucht hij. Ongeveer drieduizend illegale ontruimingen heeft hij met zijn verschijning kunnen voorkomen. En van de miljoenen daklozen na de aardbeving van 1985, zijn er nog twintigduizend gezinnen zonder huis. “We doen tenminste iets”, zegt hij in zijn permanente meervoud.

In Mexico is Superbarrio dan ook geen 'persoon'. Hij is het gezicht van het stedelijk overleg van volkscomité's. De 'Heilige' die opduikt en strijdt tegen het kwaad. De man die door zijn masker 'held' maar tegelijk iederéén is. Wie er onder het masker zit is al tien jaar geheim. “Ik ben wel steeds dezelfde persoon”, wil hij kwijt. In zijn levensonderhoud voorziet met hij met 'twaalf banen en dertien ongelukken'. Hij is letterschilder en nootjesverkoper, marktventer en taxichauffeur.

“Soms ben ik zo moe”, zegt Superbarrio als hij aan het eind van de dag even op een vuilnisbak neerploft. Toespraken houden, handen schudden, mensen moed inspreken. Hij sjort aan het touwtje van zijn gele broekje. “Kijk”, zegt hij wijzend op een paar agenten. Op het kruispunt innen ze hun spreekwoordelijke mordida, letterlijk 'beet'. Dat is transactie waarbij de automobilist de agent geld betaalt voor een al dan niet denkbeeldige verkeersovertreding. De agent stopt een deel van het geld in eigen zak en moet de rest afdragen aan zijn baas, die op zijn beurt weer een deel in eigen zak steekt. “Dit is nu het beeld van de Mexicaanse corruptie”, zegt Superbarrio. Een ketting, waarbij de top multimiljonair wordt. En de burger altijd de schuld heeft. “Want ook al overtreed je geen enkele wet, in de ogen van de overheid heeft de burger nooit gelijk.” Zo onstaat er een spiraal waarbij de overheid immuun wordt. De politie, de politiek: zij zijn de vijand. Ze kunnen altijd wraak op je nemen. “De bittere waarheid is: je kunt het nooit van ze winnen”, zegt Superbarrio. Even lijkt hij heel oud.

Maar dan loopt hij alweer met wapperende cape door de menigte.

Heeft hij zich nu nooit geschaamd in zijn outfit, wil ik weten. “In het begin schaamde ik me dood”, antwoordt de Super. Nu heeft hij geen problemen meer: na al die jaren is iedereen aan hem gewend. “Ze weten: daar is die gek die nog steeds in opstand komt.”

Dezer dagen komt Superbarrio op bezoek in Nederland. Hij is door de Rijksacademie van Amsterdam uitgenodigd voor een serie lezingen. “Daar zie ik dan weer een beetje tegenop”, zegt de Super. Toch denkt hij niet dat hij in Amsterdam al te veel zal afsteken. Hij heeft gehoord heeft dat ook Amsterdam 'vol gekken' zit.