Gekozen burgemeester

ZOU HET ER KOMENDE JAREN dan toch van komen? Van de gekozen burgemeester? Na D66, een partij die zo ongeveer octrooi op deze gedachte had, wil nu ook de PvdA de gekozen burgemeester in haar nieuwe verkiezingsprogramma onomwonden presenteren. In steden met meer dan honderdduizend inwoners zouden de burgers hem moeten gaan kiezen, in de kleinere gemeenten zou de raad dat moeten doen.

De indruk wordt gewekt dat dit het ei van Columbus is om de burger bij het bestuur te halen, waarvan het archaïsche karakter hem nu juist heeft vervreemd. Als de kiezer de voornaamste publieke bestuurder mag kiezen, zal zijn betrokkenheid bij de lokale politiek worden vergroot. En dat kan zeker geen kwaad, gelet op de teruglopende opkomstcijfers juist bij verkiezingen die betrekking hebben op het meest nabije bestuur.

De wens van de gekozen burgemeester is inmiddels zo oud dat niemand er meer steil van achterover slaat. Wie het programmapunt anno 1997 aan de orde stelt, heeft dus alle tijd gehad er grondig over na te denken. Want als we in de volgende eeuw inderdaad zelf onze burgemeester mogen gaan kiezen, zullen de gevolgen groot zijn.

EEN KLEINE greep uit een lange reeks van voor de hand liggende consequenties. Wat zal de portefeuille van de gekozen burgemeester zijn: alleen openbare orde en politie, zoals nu, of ook openbaar vervoer dan wel woningbouw? Welke middelen krijgt hij om de politie, die toch al een dubbele autoriteit boven zich weet, te sturen comform het directe mandaat dat de gekozen burgemeester straks heeft? Hoe zal hij zich verhouden tot de wethouders in zijn college: wie heeft er, bij een conflict, het laatste woord? Wat gebeurt er als de burgemeester deel uitmaakt van een partij die niet in het college zit of - in het theoretische geval - zelfs helemaal niet in de raad: een soort lokale 'cohabitation'? Wat is het perspectief als een burgemeester het vertrouwen van de raad verliest: stapt hij op of worden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven? En als dat laatste het geval zal zijn, wie doet dat dan: de raad, de burgemeester of de koningin?

Kortom, een gekozen burgemeester staat vooralsnog haaks op het monistische bestuursmodel dat de lokale politiek sinds Thorbecke eigen is en de gemeenteraden nog steeds dwingt hun dagelijks bestuur uit hun eigen midden te kiezen. De PvdA wil daar nu van af. Het dualisme op parlementair niveau, waarbij kabinet en Staten-Generaal tegenover elkaar staan - in onze pacificatiedemocratie overigens ook een schaars goed - moet volgens haar naar de lagere echelons worden gedecentraliseerd.

DAT KAN. En dat mag ook. Het staats- en bestuursrecht moet geen fossiel uit vervlogen tijden worden. Het gaat immers om democratie en bestuur. Maar dualisme in de gemeentepolitiek is zo'n diepgaande verandering, dat de PvdA die wel wat serieuzer tegen het licht had mogen houden. Vijf jaar geleden onderkende de PvdA de dilemma's wel. Nu is de partij sneller tevreden met zichzelf. De 59 woorden, die ze er nu aan besteedt in haar nieuwe ontwerpverkiezingsprogramma, spreken boekdelen.

Beter ware het geweest als de PvdA minder ver strekkende, zij het ook niet kakelverse, ideeën nader had uitgewerkt. Bijvoorbeeld over de, reeds door de Tweede Kamer gehonoreerde, mogelijkheid om wethouders van buiten in het dagelijks bestuur van de gemeente te benoemen. Ook dat is geen sinecure, maar wel een stap die wellicht minder spectaculair is en wel degelijk de kans biedt om het lokale bestuur te verstevigen. Want dat is inderdaad dringend geboden.