Geen kapstok

Sinds november 1995 wonen we in Papoea Nieuw Guinea. Dat is, ik zal het maar vast verklappen, een interessant land. Ik werk als bodemkundige aan de universiteit en dat heeft ook zo z'n interessante kanten. De komende tijd zal ik u berichten hoe het voor een bodemkundige in dit land en op deze universiteit is.

We wonen net als in Amsterdam in een bovenhuis. Alleen hebben we hier geen benedenburen want ons huis staat op palen. Het zijn dikke betonnen palen en los daarop ligt een groot rechthoekig casco waarin we wonen. Dat casco is van tropisch hardhout en het heeft een golfplaten dak en een trap aan de voor- en achterzijde. De trap aan de voorzijde is voor de bewoners en hun gasten, die aan de achterkant voor het personeel oftewel voor de mevrouw die ons huis schoonhoudt en de strijkwas doet. Zo'n mevrouw heeft vele voordelen, maar laat ik me in dit stukje tot het huis op palen beperken. Je kunt er onder zitten, want er is altijd schaduw, maar je kunt er ook de auto onder zetten zodat die niet in de bare zon hoeft te staan. De kinderen hebben er een zandbak, leren er fietsen of spelen er voetbal. Het is ook veiliger, want er kan minder makkelijk ingebroken worden omdat op iedere trap 's nachts een bijtgrage hond ligt. Dat Papoea Nieuw Guinea niet zo'n veilig land is, daar kom ik later nog wel eens op terug. Ook is het aangepast aan het klimaat. Het regent hier gemiddeld 4,5 meter per jaar en dat is natuurlijk heel erg veel, maar we hebben het idee dat het hier minder regent dan in Nederland. De meeste regen valt namelijk 's nachts en vaak in stortbuien. Soms regent het hier 75 mm in een nacht en dat is, geloof ik, evenveel als in een gemiddelde voorjaarsrmaand in Nederland. Zo'n stortbui op een golfplaten dak maakt een enorme herrie en je kunt dan een telefoongesprek wel staken. Af en toe zijn er ook overstromingen en dan is het wel handig om niet op de grond te wonen. Zoals gezegd ligt het casco los op palen en voorzover ik daar inzicht in heb, is dat gedaan wegens de aardbevingen die we hier geregeld beleven. Nog niet zo lang geleden hadden we twee bevingen van 6.5 op de schaal van Richter. Bij de eerste was ik in de supermarkt en vielen de pakken cornflakes en blikjes bonen van de schappen. Het licht viel uit en iedereen keek naar het plafond en schuifelde tussen de etenswaar door naar buiten. De tweede keer was thuis. Het licht bleef aan en de wapperaars aan het plafond zwaaiden vervaarlijk heen en weer, boeken tuimelden uit de kast, maar het casco schoof wat heen en weer over de palen en gaf verder geen krimp. Zou je hier een huis op de grond bouwen of de palen vast aan het casco maken dan zouden bij zo'n aardbeving wellicht de muren scheuren of het casco breken.

Bij het huis hoort ook een grote tuin en daar staan allemaal van die kamerplanten in, maar helaas geen geraniums zoals op ons Amsterdamse balkon. Het meeste tropische aan ons huis zijn echter niet de palen, de wapperaars, de stortregens op het dak, of de tuin met kamerplanten. Dat is namelijk de afwezigheid van een kapstok in huis. Zo herken je direct een huis in de natte tropen: geen kapstok, maar wel een paraplubak.