Eckart Wintzen en zijn vele goede werken; Strijdige belangen

Eckart Wintzen, een idealistisch ondernemer, werkt op verschillende manieren aan het stimuleren van bedrijven die een maatschappelijk belang nastreven en tegelijk redelijk renderen. Maar de vraag is of hij daarbij eigen en algemene belangen niet te veel verstrengeld heeft.

De ondernemer Eckhart Wintzen (58) stond al bekend als integer en vernieuwend toen hij begin jaren negentig nog volop aan het werk was voor het door hemzelf opgerichte softwarehuis BSO. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij vijf jaar geleden benoemd werd in de raad van toezicht van de Nationale Postcodeloterij. “Ik ben gevraagd vanwege mijn integriteit als zakenman”, zegt hij zelf.

Die integriteit staat volgens sommigen op het spel nu blijkt dat Wintzen een aantal functies in de wereld van het kansspel-voor-goede-doelen combineert. “Dat kan niet”, stelt de vice-voorzitter H.A.A. Regeling van de Sufa resoluut, het orgaan dat de Bank- en Giroloterij organiseert. “Ook al doet hij het uit ideële overwegingen. Het kan gewoon niet want vroeg of laat ontstaan er problemen in de sfeer van belangenconflicten. Dit leidt hoe dan ook tot brokken [...] Dit is ridicuul.”

Wintzen belandde in 1993 in de raad van toezicht van de Nationale Postcodeloterij, een soort van raad van commissarissen. De raad kwam toen tot stand op advies van interim-manager Walter Etty die op verzoek van staatssecretaris Kosto (Justitie) orde op zaken had gesteld bij de Nationale Postcodeloterij. De loterij was het jaar ervoor in opspraak geraakt omdat de initiatiefnemers/bestuursleden van Stichting Nationale Postcodeloterij te hoge inkomsten uit de loterij zouden halen, geld van de loterij in commerciële bedrijven staken, en omdat ze zich schuldig zouden maken aan belangenverstrengeling. Verwijten die later door Etty goeddeels ongegrond werden verklaard. maar die bij sommige bestuurders in het vaderlandse loterijwereldje af en toe nog steeds de kop op steken.

Zij storen zich vooral aan de commerciële verwevenheid tussen de loterij en het marketing- en mediabedrijf Novamedia van de initiatiefnemers. En ze kunnen zich al helemaal opwinden over de naar hun oordeel veel te riante honoreringen die initiatiefnemers ontvangen van 'hun' loterij-voor-goede-doelen. “Charitas is vrijwilligerswerk. Daar mag je niet miljoenen guldens aan verdienen”, aldus een van hen.

Lang hield Wintzen het niet vol in de raad van advies van de Nationale Postcodeloterij. “Ik had te veel op mijn bordje”, zegt hij. Na een paar jaar stapte hij op. Wintzen stond toen nog volop in het grote zakenleven als bestuursvoorzitter van het door hemzelf opgerichte automatiseringsconcern BSO, inmiddels gefuseerd met Origin van Philips.

Begin 1996 kwam Wintzen evenwel opnieuw terecht in een toezichthoudende functie bij kansspelen. Dit keer belandde hij, op voordracht van het ministerie van Economische Zaken, in het college van toezicht op de kansspelen. Een nieuw adviesorgaan dat er voor het ministerie van Justitie op moet toezien dat de erkende kansspelen (inclusief de Postcodeloterij) zich aan wet en regelgeving houden.

Wintzen had toen hij in het college werd benoemd het grote bedrijfsleven al ingeruild voor het kleinschalige, vernieuwende en maatschappelijk verantwoorde ondernemen. In 1995 was hij namelijk teruggetreden als bestuursvoorzitter van BSO/Origin. Hij zou een boek gaan schrijven en ging zich, met de miljoenen die hij aan BSO/Origin had overgehouden, toeleggen op het nieuwe ondernemen, verklaarde hij bij die gelegenheid.

Met zijn bedrijfje Ex'tent, wat zoveel wil zeggen als 'Eck' z'n tent' en dat hij afgelopen zomer lanceerde, wilde hij voortaan alleen nog maar jonge bedrijven ondersteunen die naast winst ook sociaal-maatschappelijke en ecologische doelen nastreven. Vanuit kasteel Moersbergen in Doorn deed hij alleen nog zaken “als het leuk of ergens goed voor is”, zo liet hij de verzamelde pers afgelopen jaar weten. Wintzen investeerde ondermeer in het Amerikaanse Pept'immune dat medicijnen tegen ziektes als Alzheimer en aids ontwikkelt, en in de ijsverkopers Ben & Jerry's Benelux, die naast ijs produceren ook allerlei maatschappelijke doelen nastreven (een speciaal fonds voor minder bedeelden, vijftien procent van de aandelen voor de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, etc).

Wintzen ontwikkelde zich tot een lichtend voorbeeld voor een generatie vernieuwende ondernemers die het goed voorhebben met de wereld - met de natuur, het milieu, en de sociale verhoudingen.

Het is gezien deze positie van Wintzen en gezien zijn verleden als lid van de raad van toezicht van de Postcodeloterij geen wonder dat de aan de Postcodeloterij gelieerde verdeelorganisatie Stichting Doen, Wintzen afgelopen zomer tot commissaris benoemde bij haar nieuwe participatiemaatschappij Doen Participaties. Doen Participaties steekt geld in 'kansrijke initiatieven voor mens en milieu', in bedrijven die mens- en milieuvriendelijke activiteiten ontwikkelen op commerciële basis.

“Doen Participaties is voortdurend op zoek naar veelbelovende, vernieuwende activiteiten, uitvindingen en technologieën die bijdragen aan een betere wereld en op een commerciële manier geëxploiteerd kunnen worden”, zo staat geschreven in Investeren is helpen, het jongste jaarverslag van stichting Doen. Wintzen is bij die zoektocht een even bevlogen als deskundig raadsman.

In een aantal gevallen blijken de investeringen van Doen Participaties echter samen te vallen met de privé-investeringen van Wintzen. Doen Participaties en Wintzen hebben ieder 20 procent van de aandelen van Source, het nieuwe zakentijdschrift dat zich “volledig richt op maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemers”. Doen Participaties en Wintzen hebben ook ieder een belang in Nature & Découvertes, de nieuwe uit Frankrijk geïntroduceerde winkel voor natuurliefhebbers die nauw samenwerkt met Natuurmonumenten en die onlangs zijn eerste vestiging in Nederland opende.

Jan Oosterwijk, directeur/eigenaar van de Bodyshop Benelux, oprichter en medeaandeelhouder van Nature & Découverte en partner van Wintzen in een aantal van dit soort vernieuwende ondernemingen: “Het zijn allemaal voorbeeldbedrijven in een en/en situatie: Én verantwoord ondernemen, én winst maken.” De meeste van dit soort ondernemingen maken op dit moment nog geen winst, aldus Oosterwijk. “Maar je hoopt natuurlijk op een redelijk rendement.” Of zoals directeur Freek ten Broeke van Multatuli Travel, een deelname van zowel Stichting Doen als Wintzen, het uitdrukt: “We zijn een ideëel-commercieel bedrijf. We hebben idealen, maar we moeten wel winst maken, anders hebben we geen bestaansrecht.”

Wintzen is dus lid van het college van toezicht op de kansspelen, is commissaris bij de aan de Postcodeloterij gelieerde Doen Participaties en heeft aandelen in ondernemingen waar Doen Participaties ook belangen in heeft. Het is een opmerkelijke combinatie van functies en belangen waar concurrenten van de Postcodeloterij maar moeilijk mee kunnen leven, zo blijkt.

Enkele van hen hadden van meet af aan al bezwaren tegen het gegeven dat Wintzen begin 1996 in het college van toezicht belandde: Wintzen had te nauwe banden gehad met de Postcodeloterij. Had de Commissie-Haars, die de aanzet had gegeven tot de oprichting van het college, niet geadviseerd dat het college uit 'onafhankelijke' personen moest bestaan “gelet op de noodzakelijk te betrachten objectiviteit om tot een juiste afweging te kunnen komen”?

Niet bekend

De brief en het rappel dat afgelopen juli naar het ministerie van Justitie ging, bleven onbeantwoord. Groot is de verbazing als ze bij de Bank- en Giroloterij nu horen dat collegelid Wintzen al sinds de zomer van het vorig jaar commissaris is bij Doen Participaties BV. Vice-voorzitter Regeling van de Sufa, organisator van de Bank- en Giroloterij, klinkt oprecht verrast: “Dit is gewoon onbegrijpelijk. Dat Justitie hier niets aan doet! Hier moet tegen opgetreden worden.”

Ook de voorzitter van de Lotto, oud-politicus Harry van der Berg, is weinig te spreken over de combinatie van functies. “Als het inderdaad zo is dat Wintzen zowel lid is van het college als commissaris bij Doen Participaties, lijkt me dat een heel ongewenste situatie”, stelt Van der Berg. Hij kan zich niet voorstellen dat hij als voorzitter van de Lotto ooit lid van het college van toezicht zou kunnen worden.

De verbazing bij bestuursleden van concurrenten van de NPL slaat om in verontwaardiging als ze horen dat Doen Participaties financieel participeert in bedrijven waar Wintzen zelf ook in deelneemt. “Dat kan dus niet”, constateert Regeling. “Ook al doet hij het uit ideële overwegingen. Het kan gewoon niet want vroeg of laat ontstaan er problemen in de sfeer van belangenconflicten. Dit leidt hoe dan ook tot brokken.”

Wintzen zelf ziet geen enkele vorm van belangenverstrengeling. Hij heeft, zegt hij, met het college besproken dat hij commissaris is van Doen Participaties en dat Doen Participaties investeert in ondernemingen waar hijzelf ook financieel in deelneemt. “En het college heeft unaniem besloten dat het geen belangenconflict is.”

Wintzen wijst er op dat er maar “heel weinig mensen en voortdurend dezelfde mensen” geld steken in vernieuwende bedrijven waarover Doen Participaties zich ontfermt. “Het zijn bedrijfjes die niemand oppikt. Het is echt liefdewerk oud papier”. Soms zit je daar dus met verschillende petten, zo luidt zijn redenering.

Doen Participaties is een en al lof over Wintzen en ziet het niet als problematisch maar eerder als vruchtbaar dat Wintzen investeert in bedrijven waar ook Doen Participaties geld in steekt. “Wij zijn heel blij dat hij dat doet”, zegt R. van der Giessen, zegsman van de Nationale Postcodeloterij en van Doen. “Er zijn zo ontzettend weinig ondernemers die openstaan voor dit soort innovatieve ondernemingen. Het zijn buitengewoon risicovolle investeringen. Wintzens energie, creativiteit en kennis zijn zo veel waard! En het gebeurt bovendien allemaal in volledige openheid. Wintzen heeft het college aangeboden zich terug te trekken vanwege zijn benoeming bij Doen Participaties, maar het college heeft hem nadrukkelijk gevraagd te blijven”, aldus Van der Giessen.

De voorzitter van het college van toezicht op de kansspelen, oud-burgemeester van Utrecht mevrouw L. Vos van Gortel, bevestigt dat een en ander is besproken binnen haar college en dat destijds besloten is dat Wintzen moest blijven. “We hebben afgesproken: als het botst nemen we afscheid.”

Het voordeel van Wintzens kennis over de informatietechnologie bleek zwaarder te wegen dan het nadeel dat hij commissaris is bij Doen. “Het is in dit leven bijna onmogelijk om zonder enige band met wie dan ook te functioneren.”

Over het gegeven dat Wintzens eigen investeringen in een aantal gevallen samenvallen met de investeringen van Doen Participaties merkt Vos op: “Wij vinden het niet makkelijk; het valt echter niet onder onze verantwoordelijkheid, maar onder die van Stichting Doen. Bovendien zijn er maar zo weinig mensen die zich met dat soort vernieuwende bedrijven bezighouden en heeft Wintzen gezegd dat hij zal opstappen uit het college zodra het een probleem wordt.”

Wintzen ziet zijn lidmaatschap van het college als een soort van burgerplicht. “Ik ben lid van het college geworden omdat ik daartoe gevraagd ben en omdat ik het als mijn plicht zie zo nu en dan ook dergelijke functies te vervullen”, vertelt hij. “Ik doe het als plicht, zo van: doe het dan maar in godsnaam.”

Die plicht heeft hem inmiddels in een opmerkelijke positie gebracht. Want het college van toezicht geeft er in zijn rapportages blijk van er problemen mee te hebben dat Doen Participaties geld steekt in commerciële ondernemingen - hetzelfde Doen Participaties waarvan collegelid Wintzen commissaris is.

Het college wijst daarbij op de Wet op de kansspelen (artikel 3) die aangeeft dat een vergunning voor een kansspel wordt verleend 'uitsluitend ten einde met de opbrengst daarvan enig algemeen belang te dienen'.

Het college erkent dat de grenzen van het algemeen belang rekbaar zijn “en dat interpretatie van dit begrip onderhevig is aan zich wijzigende maatschappelijke opvattingen.” Het signaleert “een zekere verwevenheid tussen algemeen belang en commerciële sector” en vindt het tegen deze achtergrond wel “verklaarbaar” dat Doen Participaties geld steekt in commerciële ondernemingen. Maar het concludeert desalniettemin dat “het investeren in commerciële projecten, die mede het algemeen belang dienen, dan wel het investeren in projecten die tevens een particulier belang dienen, op gespannen voet staat met de geldende regelgeving”.

Het college heeft de staatssecretaris van Justitie vorig jaar al gevraagd “een expliciet oordeel te geven over de toelaatbaarheid van het aanwenden van loterijgelden voor projecten die niet uitsluitend beogen het algemeen belang te dienen”. De staatssecretaris heeft nog niet gereageerd.

De discussie over de vraag of de Postcodeloterij nou wel of niet in commerciële bedrijven mag participeren is volgens Wintzen achterhaald. De staatssecretaris heeft er destijds al een positief besluit over genomen. Zonder toestemming van de bewindsvrouw had Stichting Doen immers nooit een participatiemaatschappij kunnen oprichten, aldus de redenering van Wintzen. “Het college doet op dit punt wat overdreven.”

In het jongste jaarverslag van Stichting Doen veegt advocaat en hoogleraar bestuursrecht Peter Nicolaï de vloer aan met de toezichthouder. Onder de titel 'De durf van Doen wordt niet begrepen' zet hij de tegenaanval in. Wat is algemeen belang, zo vraagt de jurist zich retorisch af. Is dat een investering in een bedrijf dat met de ondergang wordt bedreigd maar intussen wel een wondermiddel heeft ontdekt om plastic afval voor hergebruik geschikt te maken? Is dat financiering van een bedrijf dat bossen plant voor de produktie van hardhout? Is dat een bijdrage voor de ontwikkeling van een commercieel project voor zonne-energie om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen?

“De Nationale Postcodeloterij en Doen vinden van wel!” staat elders in het jaarverslag. “Eigenlijk [...] begrijpt het college van toezicht op de kansspelen niets van de manier waarop Doen opereert. Want Doen is 'onaangepast', niet 'one of us' in een gezelschap dat uit is op geld en macht.”

Nicolaï: “Doen is een durfstichting. Ze gaat heel creatief om met het geld dat via de Nationale Postcodeloterij wordt binnengehaald. Ze maakt er durfkapitaal van. Het college is zoiets niet gewend. Ook niet zo onbegrijpelijk. Want, laten we wel zijn, de meeste van die loterijen en kansspelen worden door de mensen toch gezien als suf en slapend, logge instellingen die dik doen met geld. Dan is er ineens zo'n Stichting Doen die geen eigenbelang nastreeft maar investeert in een verder liggend doel. De productie van hardhout bijvoorbeeld. Of gedragsverandering van mensen. Dat is zo anders dan wat al die andere doen, dat is ook zo verwarrend voor het college.”

Doen doet volgens Nicolaï niets anders dan het voorbeeld volgen van de Nederlandse overheid. Als de overheid geld verstrekt aan een onderneming die het gedrag van producenten en consumenten probeert te beïnvloeden of aan een onderneming die van belang is voor de economische infrastructuur, heet dat 'subsidie'. Zo'n subsidie of lening wordt natuurlijk niet verstrekt om de winst en het dividend te vergroten, maar om de groeimogelijkheden van het bedrijf en het product te verbeteren, aldus de redenering van Nicolaï.

Wat het college niet begrijpt, zegt de jurist in het jaarverslag van Doen, is dat investeren in commerciële projecten ook een algeméén belang kan zijn. “Veronderstel dat zo'n bedrijf winst maakt, dan is er niets aan de hand zolang die winst opnieuw in bossen of andere doelen van maatschappelijk en politiek belang worden geïnvesteerd.” Doen zou bekritiseerd kunnen worden als een ideëel belang ook een particulier belang zou blijken te zijn, meent Nicolaï. Maar als dat niet kan worden aangetoond, dan opereert Doen binnen de termen van de wet en is er niets aan de hand.

Algemeen belang of particulier belang, Wintzen zelf heeft slechts één belang, meent hij: “Mijn belang is, met al die petten die ik op heb, dat die bedrijven succesvol zijn, dat het hen lukt vernieuwing te brengen in de maatschappij.”