DNB geeft banken lucht

Amsterdam, 2 OKT. Afgelopen vrijdag is de nieuwe kasreserveperiode ingegaan die loopt tot 24 oktober aanstaande. Met een omvang van 5.043 miljoen gulden is de gemiddeld verplicht aan te houden kasreserve nagenoeg ongewijzigd gebleven. Net als aan het begin van de vorige kasreserveperiode heeft DNB ook thans de banken een relatief ruime speciale belening - groot 3,9 miljard gulden - verstrekt.

Als gevolg hiervan bedroeg de kasreserve-aanhouding vanaf afgelopen vrijdag tot en met gisteren tussen de 5,4 en 5,7 miljard gulden. Nu de banken in het begin van de kasreserveperiode relatief veel liquiditeiten aan kunnen houden op de kasreserverekening, is voor hun de vrees afgenomen dat zij aan het eind van de kasreserveperiode niet aan hun gemiddelde verplichting kunnen voldoen. Deze afgenomen spanning lijkt ook terug te vinden in de korte geldmarkttarieven. Bereikte de eenmaands interbancaire rente medio augustus nog een niveau van 3,39 procent, thans is deze teruggelopen tot 3,29 procent. De driemaands interbancaire rente, die in mindere mate beïnvloed wordt door de spanning op de geldmarkt, bedroeg in deze periode vrijwel ongewijzigd 3,43 procent.

Vermeldt de Weekstaat weinig spectaculaire mutaties, helemaal geruisloos is de afgelopen week niet voorbijgegaan. Donderdag 25 september, de laatste dag van de vorige kasreserveperiode, hadden banken blijkbaar moeite om hun kasposities glad te strijken. Ze hebben die dag voor maar liefst 2,3 miljard gulden getrokken op de marginale voorschotfaciliteit. Dit is een relatief dure leenfaciliteit voor 'noodgevallen'. Tevens werd die dag bijna 6,6 miljard gulden aangehouden op de kasreserverekening. Hierdoor heeft het bankwezen over de gehele kasreserveperiode bezien aanzienlijk meer aangehouden dan was verplicht. Ook dat is duur, omdat DNB over het 'overschot' geen rente vergoedt. De rentevergoeding die de banken over het 'verplichte deel' van de kasreserve krijgen, is de afgelopen periode uitgekomen op 2,77 procent.

Deze rente is gelijk aan de gemiddelde kosten van het beroep van de banken op de faciliteiten van DNB.

Bron: ING Economisch Bureau