Britse proefballon maakt EMU bespreekbaar

AMSTERDAM, 1 OKT. Zal Groot-Brittannië toch toetreden tot de Economische en Monetaire Unie? Veel bleek er vorige week niet voor nodig om het Europese vuur op de Britse financiële markten te ontsteken. Afgelopen vrijdag maakte de Financial Times, op basis van anonieme bronnen, gewag van een verschuiving van de regering-Blair ten gunste van de muntunie.

Bij opening van de markt schoot de lange-termijnrente, het rendement op Britse overheidsobligaties, naar beneden. Het pond sterling dook omlaag en aandelen op de Londense effectenbeurs reageerden op deze dubbele zegen met een koerswinst van 3 procent. De ministers van financiën Gordon Brown en buitenlandse zaken Robin Cooke ontkenden het bericht vervolgens in alle toonaarden. Maar de boodschap was al gaan rondzingen, en misschien was dat ook net de bedoeling.

Voor beleggers lijkt de groeiende kans op deelname van het pond sterling aan de EMU goed nieuws. De rente in het gebied van de euro zal straks per land niet of nauwelijks meer verschillen. Dat maakt de obligatiemarkten van landen met een hoge rente, die kans maken deel te gaan nemen aan de EMU, lucratief. Om de rente, het rendement op obligaties, te laten dalen in Europese (lees Duitse) richting, moeten de obligatiekoersen navenant omhoog. In Spaanse en vooral Italiaanse obligaties hebben investeerders zo vorig jaar al een fortuin verdiend.

Dit 'convergentiespel' zoals het naar elkaar toe speculeren van rentes heet, lonkt nu ook in Groot-Brittannië. Op vrijdag ging het Brits-Duitse renteverschil door de sprong op de Londense obligatiemarkt in één dag van boven 1,1 procent naar onder de 0,9 procent. Ook de reactie van het pond sterling was fors. De munt, die tot eind juli van dit jaar hoog was opgedreven naar 3,45 gulden en al op de weg terug was, daalde met ruim vijf cent op een dag en noteerde vanmorgen 3,22 gulden.

Het pond maakt sinds 1992 geen deel meer uit van het Europese Monetaire Stelsel waarin de munten van de EU-landen met een speelruimte van 15 procent aan elkaar zijn gekoppeld. Daarom heeft het pond ook geen EMS-spilkoers ten opzichte van andere Europese munten. Toch zal het pond eens 'geprikt' moeten worden op een koers. Deze week circuleerde een niveau tussen 2,50 en 2,60 Duitse mark (2,80 gulden tot 2,90 gulden) op de valutamarkt als mogelijk koersdoel voor het pond, zij het in de nieuwe versie van het EMS tussen de euro en externe EU-munten, zij het direct als 'invaarkoers' van het pond in de euro. Dat betekent dat de munt in dat geval nog veel verder terug moet, en er fraaie handelswinsten in het verschiet liggen voor beleggers.

De vraag blijft waneer er moet worden ingezet op EMU-lidmaatschap voor Groot-Brittannië. Voor het einde van het jaar moet het kabinet Blair formeel aangeven of het gebruik maakt van zijn opt-out, de clausule in Maastricht die de Britten vrijwaart van de verplichting aan de EMU deel te nemen. Dan ook zal de regering-Blair zich verplicht voelen kenbaar te maken wat de verdere plannen zijn. Al was het maar omdat het land in de eerste helft van 1998 voorzitter is van de EU. De cruciale vergadering aanstaande mei, waarop de deelnemers aan de EMU-kopgroep in 1999 worden bekendgemaakt, vindt plaats onder Britse leiding.

Deelname in 1999 zit er niet in. Dan zou de regering-Blair een ongekende ommzwaai moeten maken in een paar maanden tijd. Bovendien loopt er de harde belofte dat deelname vooraf wordt voorgelegd aan de Britse bevolking in een referendum. De jongste polls tonen aan dat de meerderheid van de Britse vooralsnog tegen is. De Britse economie verkeert in een geheel andere conjunctuurfase dan de conintentaal-Europese. Het te vroeg adopteren van een Europees rentebeleid zou daardoor kunnen zorgen voor een herhaling van 1992, toen het pond om dezelfde redenen uit het EMS werd gespeculeerd.

Anderzijds kan een toezegging van deelname op termijn de Britten helpen om toch zoveel mogelijk invloed te houden op de vorm die de EMU krijgt. Hoewel Britse ambtenaren in het Europese circuit zich even hard als anderen inzetten bij de voorbereidingen voor de EMU, ontbeert het Verenigd Koninkrijk toch de geloofwaardigheid om zijn voorkeuren kracht bij te zetten. Toen Groot-Brittannië in 1973, 14 jaar na de oprichting, toetrad tot de EG moest het zich voegen in een organisatie waarvan het de architectuur niet zelf had meebepaald. Met de EMU dreigt de geschiedenis zich te herhalen.

De politiek van wait and see, die Blair overnam van zijn voorganger Major, maakt zo kans voor het jaareinde te worden verruild voor wait and join - dat laatste misschien nog wel vóór 2002 als de euro-munten en biljetten in circulatie komen. De eerste hints die daarvoor nu zijn gegeven, zijn daarbij niet alleen voor consumptie in het Europese buitenland. Ook binnenlands hebben ze nut. EMU-deelname is, met het oog op het beloofde referendum, voor het eerst bespreekbaar gemaakt.