'Bewoners tentenkamp willen zelf niet weg'

ROTTERDAM, 2 OKT. De overgrote meerderheid van de uitgeprocedeerde asielzoekers die momenteel verblijven in een tentenkamp in Drenthe heeft niet wíllen meewerken aan uitzetting. Tot deze conclusie komt het ministerie van Justitie na een tweede onderzoek van de dossiers van zeventien asielzoekers in het kamp.

De Raad van Kerken en de interkerkelijke stichting Inlia, die het tentenkamp in Lheebroek hebben opgezet, wijzen deze conclusie van de hand. Medewerker J. van Tilborg van Inlia meent dat de asielzoekers niet terug kúnnen naar hun land van herkomst. Zo zou bijvoorbeeld de Chinese ambassade weigeren inreispapieren te verstrekken en zouden sommige asielzoekers statenloos zijn. De stichting baseert zich op de stukken die zij van de asielzoekers en hun advocaten hebben gekregen.

Volgens een woordvoerder van Justitie heeft een meerderheid van de asielzoekers gelogen over identiteit, nationaliteit of geboorteland, waardoor ze niet zijn terug te vinden in de bevolkingsregisters van hun landen van herkomst. Deze zouden vervolgens weigeren de hun onbekende onderdanen terug te nemen. “Het opgeven van een valse identiteit of een verkeerde plaats van herkomst scharen wij onder niet mee willen werken”, aldus de woordvoerder.

Het onderscheid tussen het niet mee willen of kunnen werken is van belang voor het verdere verblijf van uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) heeft gesteld dat asielzoekers die niet terug kunnen - omdat ambassades niet meewerken of omdat er een burgeroorlog woedt - in een opvangcentrum onderdak moeten krijgen. Asielzoekers die weigeren mee te werken, worden echter uiteindelijk “de voorzieningen ontzegd”. De overheid zet hen dan op straat.

In een vanochtend verzonden brief aan de Raad van Kerken stelt directeur L. Eting van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dat van de negen dossiers er in zeven gevallen sprake is van niet mee willen werken.

Pagina 3: Kerken bestrijden opvatting Justitie

In én dossier zouden nog documenten ontbreken, terwijl een andere asielzoeker enige tijd illegaal was voor hij zich in het Groningse Ter Apel meldde. In Ter Apel staat het 'verwijdercentrum' dat plaats biedt aan driehonderd uitgeprocedeerde asielzoekers. Zij wonen hier, in afwachting van hun uitzetting.

Van Tilborg bestrijdt dat de bewoners van het tentenkamp in Lheebroek hebben geweigerd mee te werken - op één Chinese familie na. “Maar in een geval heeft zelfs de rechter gezegd dat er geen sprake is van een weigering. Bovendien, wat maakt het uit? Mensen, uitgeprocedeerd of niet, mogen niet zo op straat worden gezet en aan hun lot worden overgelaten.” Aan het welles-nietes spel moet dinsdag een einde komen. Dan spreekt staatssecretaris Schmitz met de Raad van Kerken over de problemen rond de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers.

In de nota Terugkeerbeleid van maart stelde Schmitz voor asielzoekers die niet terug kunnen een tijdelijke verblijfsvergunning te geven. VVD en CDA hebben zich al tegen het voorstel gekeerd.

Wel stelde het Tweede-Kamerlid Rijpstra (VVD) eerder voor meer centra voor uit te zetten asielzoekers in te richten. Dit moeten dan gesloten inrichtingen worden, in tegenstelling tot het huidige 'open' verwijdercentrum in Ter Apel. Van Tilborg van de Stichting Inlia ziet daar niets in. “Als deze mensen hadden willen onderduiken, hadden zij dat al in een eerder stadium gedaan.”

Volgens Inlia zijn er ongeveer tweeduizend uitgeprocedeerde asielzoekers die door Justitie 'op straat zijn gezet'. Zij verblijven volgens de organisatie veelal bij particulieren of leiden een zwervend bestaan.