Tsjetsjenen sturen Russen weg uit Grozny

MOSKOU, 1 OKT. Tsjetsjenië heeft alle Russische vertegenwoordigers uitgewezen naar aanleiding van een geschil over het gebruik van het Russische luchtruim.

Een colonne van twintig auto's met de Russische vertegenwoordigers verliet vannacht de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny op weg naar de naburige republiek Ingoesjetië. Om middernacht was een Tsjetsjeens ultimatum aan het adres van de Russen afgelopen zonder dat de Tsjetsjenen hun zin hadden gekregen.

Het ultimatum was gisteren gesteld door de Tsjetsjeense vice-president Vacha Arsanov. Deze wilde per vliegtuig naar de Azerbajdzjaanse hoofdstad Baku reizen. Maar de Russische verkeersleiding weigerde hem toestemming te geven door Russisch luchtruim te vliegen. Het persbureau Interfax citeerde bronnen die zeiden dat Arsanov wilde reizen met een vliegtuig van een luchtvaartmaatschappij die geen vergunning heeft om buiten Rusland te vliegen. Arsanov gaf de Russen tot middernacht om de gevraagde toestemming te verlenen. Toen die niet kwam moesten de Russische vertegenwoordigers Grozny verlaten.

In mei deed zich een soortgelijk indicent voor. Arsanov wilde toen naar Den Haag. Zijn vliegtuig werd in het Russische luchtruim door Russische gevechtsvliegtuigen onderschept omdat het geen permissie had van de Russische luchtverkeersleiding. Later bood Moskou excuses aan voor het incident.

Aan de basis van deze conflicten ligt het onopgeloste probleem van de status van Tsjetsjenië. Rusland beschouwt Tsjetsjenië nog steeds als een autonome republiek binnen Rusland; dat betekent dat Grozny geen internationale luchthaven is en dat het Tsjetsjeense luchtruim Russisch luchtruim is waarover de Russen alle zeggenschap hebben. De Tsjetsjenen zien zich als onafhankelijk land, waar Russen geen enkele jurisdictie hebben.

Bij de ontploffing van een autobom is vannacht in Grozny Salman Radoejev ernstig gewond geraakt. Radoejev is een Tsjetsjeense guerrillaleider die in januari vorig jaar een grote gijzelingsactie uitvoerde in Dagestan, de buurrepubliek van Tsjetsjenië. (Reuter, AFP)