Sylvester Stallone

In een serie profielen van gezichtsbepalende filmsterren deze week Sylvester Stallone, de actieheld en bokskampioen die zich tot het liberalisme bekeerde en nu in Cop Land een goedmoedige sheriff speelt.

Bioscoopgangers in Beiroet, Grozny en Kinshasa leerden welk gezicht je moet trekken wanneer je een mitrailleur leegschiet van Rambo, de door Sylvester Stallone vertolkte held van drie films uit de jaren tachtig. De krachtpatser met hoofdband en ontbloot zweettorso, die aan het verraad door slappe bureaucraten in Washington tijdens de Vietnamooorlog het recht ontleende om op eigen initiatief korte metten te maken met vijanden van de Pax Americana, was samen met Arnold Schwarzenegger de populistische representant bij uitstek van het spierballendenken in het Reagan-tijdperk.

Toch is de recente bekering van Stallone (New York, 6 juli 1946) tot het 'liberalism' in de Amerikaanse politiek, openlijk beleden bij de festivalpremière van Cop Land vorige maand in Venetië, minder verbazingwekkend dan je zou denken. Zijn rol van een goedmoedige sheriff, die lang zwijgend getuige is van corruptie en onrecht, tegenover geraffineerder acteurs als Robert DeNiro en Harvey Keitel, wijkt af van het imago dat Stallone sinds lang aankleefde: ofwel de onverschrokken actieheld ofwel de ontroering beogende lobbes, die zijn eigen krachten niet kent, in steevast mislukkende feelgood-komedies voor het hele gezin.

Het is echter niet Stallone's terugkeer naar een intelligentere soort film die de omslag bewerkstelligde; die is daar hoogstens een uitvloeisel van. Je zou Stallone de Elckerlyc van de Amerikaanse cultuur kunnen noemen: een niet al te snuggere, maar door hillbillies en stedelingen gelijkelijk gewaardeerde projectie van 'de gewone man', een gespierde James Stewart. Stallone stemde, als miljoenen anderen, eerst op Reagan en Bush en nu op Clinton.

Het personage dat van Stallone een superster maakte was de perfecte belichaming van de blanke sappelaar die tegen alle verwachting in zijn eer en trots weet te herwinnen. In het door Stallone zelf geschreven en geproduceerde Rocky (John G. Avildsen, 1976) en de vier vervolgfilms speelt hij de verlegen jongen uit een dierenwinkel in Philadelphia die het onverwacht tot bokskampioen schopt.

Ondanks het basis stramien van een B-film groeide Rocky uit tot een rolmodel voor veel meer Amerikanen dan alleen de white trash. Rocky en 'Sly' Stallone, bijgenaamd 'The Italian Stallion', vallen samen in een monument voor de gewone Amerikaan, zelfs letterlijk in het standbeeld dat de stad Philadelphia voor haar beroemdste (fictieve) ingezetene oprichtte. Al krijgt Stallone nu twintig miljoen dollar per film betaald, hij zal in onze ogen altijd een schlemiel blijven.