Seunke geeft dekolonisatie eindelijk een echte kroniek

Gordel van smaragd. Regie: Orlow Seunke. Met: Pierre Bokma, Esmée de la Bretonière, Pim Kamerman, Bram van der Vlugt, Christine Hakim, Frans Tumbuan, José Rizal Manua. In: 11 theaters.

Het heeft lang geduurd voordat Nederlandse speelfilmers zich waagden aan de op een na rijkste historische bron van dramatisch materiaal uit deze eeuw. Kennelijk ligt de herinnering aan het afscheid van Nederlands-Indië nog gevoeliger dan de Tweede Wereldoorlog, waarover de grote stroom aan speelfilms in de jaren zeventig losbarstte. De politionele acties werden pas voor het eerst genoemd in De schorpioen (Ben Verbong, 1984) en als onderwerp behandeld in Oeroeg (Hans Hylkema, 1993). Die verfilming van de novelle van Hella S. Haasse is achteraf bezien een vingeroefening in vergelijking met Orlow Seunke's Gordel van smaragd: een globale, maar redelijk complete terreinverkenning van de historische gebeurtenissen tussen 1939 (het begin van de Tweede Wereldoorlog in Europa) en 1949 (de soevereiniteitsoverdracht aan de regering-Sukarno).

Het op zeer gedetailleerde research gebaseerde oorspronkelijke scenario van Orlow Seunke (Amsterdam, 1952), geschreven in samenwerking met Mieke de Jong, behelst een imposante poging om de standpunten van alle bij de Indonesische dekolonisatie betrokken groepen eerlijk en gelijkwaardig tot hun recht te laten komen.

Seunke toont begrip voor onder meer een avonturier die naar Indië komt om 'de panters op straat te zien lopen' (Pierre Bokma), voor de traditionele koloniale ondernemer (Pim Kamerman), voor het aanvankelijk sluimerende, later exploderende verlangen naar onafhankelijkheid van autochtone Javanen (onder meer mooi gesuggereerd in de intense blikken van de grote Indonesische actrice Christine Hakim), voor de verscheurdheid van de Indo-Europeanen (Esmée de la Bretonière) en zelfs voor de ondankbare rol die Japanse en Nederlandse militairen achtereenvolgens in dit strijdperk te spelen kregen.

De evenwichtige, historiserende structuur van Gordel van smaragd is tot op zekere hoogte strijdig met de dramatische eisen waaraan een epische speelfilm dient te voldoen. Seunke vond een oplossing in de vorm van een kroniek, ontleend aan de structuur van Ingmar Bergmans Scènes uit een huwelijk. Voor elk van de tien jaar die zijn film bestrijkt, laste Seunke een minuut documentair archiefmateriaal in, begeleid door persoonlijk commentaar van de beide hoofdpersonen, het liefdespaar Bokma en De la Bretonière.

Deze vorm stelt hoge eisen aan de toeschouwer, vooral wanneer deze een romantisch kostuumdrama in de trant van The English Patient verwacht. Bij Gordel van smaragd kan de kijker zich niet eenvoudig identificeren met deze of gene hoofdrol. Voor de verandering is Gordel van smaragd een film waar de geschiedenis op de voorgrond staat en de fictieve personages een illustratie vormen.

Een andere handicap vormt Seunke's relatieve desinteresse in het regisseren van acteurs. Meer nog dan in zijn twee eerste, veelvuldig bekroonde speelfilms De smaak van water (1982) en Pervola (1985), betoont Seunke zich, ondersteund door het voortreffelijke camerawerk van Tom Erisman, een precies en visionair metteur en scène, maar de emoties blijven vlak en ongecoördineerd, met als resultaat onvolkomenheden in het ensemblespel en een, wellicht beoogde, vervreemding.

Het valt aan te bevelen om Gordel van smaragd twee keer te gaan zien, omdat veel betekenislagen half verscholen blijven achter de rijke informatiedichtheid. De schijnbare onverschilligheid waarmee Seunke emotionele gebeurtenissen behandelt blijkt goed uit de drie volkomen ondramatisch getoonde moorden in de film. In een interview zei Seunke daarover: “Zo gaat het in het leven toch ook. Mensen die bij voorbeeld dood worden gereden; dat gebeurt gewoon.”

Van alle recente grootscheepse Nederlandse speelfilms is Gordel van smaragd (budget: vijf miljoen gulden, tien jaar voorbereiding en productie, een lengte van twee uur en tien minuten) de meest intelligente en moedige, maar ook de moeilijkste voor een groot publiek.