Pionnen van staat in bedrijfsleven raken omstreden

De figuur van de commissaris-topambtenaar raakt in Nederland onder angelsaksische invloeden en door de globalisering steeds meer op de tocht. Dat brengt met name Economische Zaken in verlegenheid.

DEN HAAG, 1 OKT. De commissarissen vormen de spin in het web van het Nederlandse bedrijfsleven, die bij grote ondernemingen bestuurders benoemen en ontslaan. Onder hen zijn de overheidscommissarissen de vogelspinnen, veelal invloedrijke topambtenaren, met achter zich een machtige partij die deelneemt in het aandelenkapitaal, regels bepaalt en beslist over mogelijke subsidies: de Nederlandse staat.

De westenwind die thans uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië over Nederland waait, maakt de zit van de topambtenaar op de commissariszetel wat minder behaaglijk. Het openbreken van gesloten markten en de vergroting van de concurrentie zijn enkele belangrijke agendapunten van het kabinet-Kok. De wens van samenleving en politiek om ook het ondernemingsbestuur te verbeteren begint nu ook de pionnen van de staat in het bedrijfsleven te raken.

De ironie wil dat juist het departement van minister Wijers (Economische Zaken), dat zichzelf ziet als voortrekker van de modernisering van de Nederlandse economie, in verlegenheid is gebracht door de vernieuwingsdrift. Gisteren werd bekend dat topambtenaar C. Dessens, directeur-generaal Energie bij EZ, met zijn commissariaten bij Gasunie en UCN niet voldoet aan de nieuwe normen; de normen van minister Zalm (Financiën) wel te verstaan, die sinds kort bepalen dat een topambtenaar geen commissaris kan zijn bij een bedrijf dat actief is op zijn eigen beleidsterrein.

Zalm staat in deze kwestie duidelijk tegenover zijn collega's Wijers en ook De Boer (VROM), wier ministerie topambtenaar W. Brugman van Landbouw (directeur Afvalstoffen) destijds heeft voorgedragen als commissaris bij afvalverwerker VAM. “Ik zal er naar kijken”, was alles wat een gehaaste Zalm vanmorgen op weg naar de algemene financiële beschouwingen kwijt wilde. Zalm maakte nog wel even duidelijk dat “alle ministeries moeten voldoen” aan zijn recent opgestelde normen.

Hoewel de perikelen rond het inmiddels failliete Fokker anders doen vermoeden, is de bemoeienis van de Nederlandse staat met het Nederlandse bedrijfsleven niet erg groot. Niettemin heeft de Nederlandse staat in veertig bedrijven (ondermeer KPN, ING, KLM en Hoogovens) aandelenbelangen, die vorig jaar 5,4 miljard gulden in het laatje brachten. Het onder vorige kabinetten uitgezette en ook door Zalm gesteunde beleid is dat alle staatsbelangen op termijn worden verkocht.

Totdat de privatisering voltooid is, heeft de Nederlandse staat een rol als aandeelhouder en leverancier van commissarissen. Over deze rol is Zalm (de minister van Financiën is 'coördinerend' voor de staatssdeelnemingen) op dit moment met de Tweede Kamer in discussie. Het kamerlid dat zich het meest in de discussie mengt is R. van der Ploeg (PvdA), die Zalm ook heeft verzocht om het vorige week verzonden overzicht van overheidscommissarissen.

De commissie-Peters, bestaande uit ondernemers, beleggers en deskundigen, heeft onlangs veertig aanbevelingen gedaan voor de vergroting van de doorzichtheid en verantwoordingsplicht van het ondernemingsbestuur. Het door Zalm positief beoordeelde rapport laat zich onder meer lezen als een handleiding voor commissarissen, die onafhankelijker moeten zijn, scherper moeten controleren en elke schijn van belangentegenstelling moeten vermijden.

Dat geldt dus ook voor de commissarissen van het rijk, vindt Zalm. In een overleg met de vaste Kamercommissie Financiën stelde hij dan ook, dat ambtenaren zich verre moeten houden van mogelijke belangenverstrengeling. Een topambtenaar die veel invloed heeft op - bijvoorbeeld - het luchtvaartbeleid is niet de ideale, onafhankelijke toezichthouder bij de luchthaven. “Het was heel ongelukkig dat het hoofd van de Rijks Luchtvaart Dienst ook commissaris was bij Schiphol”, zei Zalm onlangs in deze krant. De bedoelde J. Weck is inmiddels geen commissaris meer bij de luchthaven.

De departementen die de sterkste bindingen hebben met bedrijfssectoren zijn Landbouw, Verkeer en Waterstaat en EZ. Vooral EZ heeft van oudsher invloedrijke industriebaronnen, die tijdens de naoorlogse wederopbouw de neiging hadden om 'hun' sectoren een beetje te bestieren in de dubbelrol van topambtenaar en commissaris. De laatste decennia is dat gesleten, maar nog altijd zijn er warme banden van sommige bedrijven met de overheid die zij als hun natuurlijke partner zien. Zo combineert topambtenaar M. van der Harst zijn baan als directeur-generaal Industrie met een commissariaat bij de autofabriek Nedcar, al treedt hij in 1998 terug.

Een baron is ook Dessens, die als directeur-generaal een belangrijke architect is van het huidige energiebeleid waarin privatisering centraal staat. Dessens is tevens commissaris bij de Gasunie, bij uraniumveriijker UCN en bij de in de SEP verenigde energiebedrijven. Dat de nieuwe normen deze combinatie uitsluit, wil er bij EZ nog niet helemaal in: het zijn namelijk de normen van Zalm en die zijn per definitie die van Wijers. Minister Wijers verdedigde vorige week bij het Kamerdebat het overheidscommissariaat bij Fokker met de argumentatie dat er goede redenen kunnen zijn (en er zijns insziens ook waren) om de functies wel te verenigen. Wijers die op veel terreinen (deregulering, marktwerking) het offensief kiest, zit in deze kwestie duidelijk in een defensieve rol.

Dat kan nog erger worden als Van der Ploeg zijn zin krijgt. Zalm wil wel graag ambtenaren als ogen en oren van de overheid in de ondernemingen. Van der PLoeg geeft de voorkeur aan onafhankelijke deskundigen, zoals bij KPN waar onder meer Unilever-voorzitter M. Tabaksblat commissaris is.