Philips haalt in '99 winstnorm van Boonstra

ROTTERDAM, 1 OKT. Philips kan volgens topman Cor Boonstra al begin 1999 een rendement op zijn netto geïnvesteerd vermogen behalen van 24 procent. Kort na zijn aantreden vorig jaar ging de Philips-president ervan uit dat dit doel pas op langere termijn zou kunnen worden gehaald.

“We moeten om dat rendement te bereiken wel zeer kritisch blijven kijken naar delen van het bedrijf die nog onvoldoende winst maken”, zegt Boonstra in een vraaggesprek met het Philipsblad Mondial waarin hij terugblikt op zijn eerste jaar als de nummer één van het elektronicaconcern.

Philips heeft volgens Boonstra het afgelopen jaar een groot aantal stappen in de goede richting gezet. Maar dat is volgens de bestuursvoorzitter bepaald nog geen reden voor zelfgenoegzaamheid. “Reorganisaties zijn essentieel, maar we naderen nu de volgende fase: de verdere ontwikkeling van onze business. De grond is bouwrijp, we kunnen nu beginnen met bouwen.” De Philips-president zegt over het geheel genomen “een positief gevoel” te hebben. “We hebben op een breed front veranderingen doorgevoerd en daarmee aanzienlijke voortgang geboekt. De verantwoordelijkheden binnen Philips zijn nu duidelijk, coördinatie gebeurt op de juiste plekken en ik denk ook dat we alerter zijn geworden voor wat er op de verschillende markten gebeurt.”

Inmiddels dragen vrijwel alle productsectoren bij aan de winst en de ingrijpende maatregelen bij de divisie Sound & Vision hebben succes. In het lopende jaar verwacht Philips een positieve cash flow van meer dan een miljard gulden te halen en meer dan 10 procent groei van de operationele resultaten.

Een van de belangrijke zaken waarop Boonstra de komende tijd zijn aandacht zal richten is verdere kostenbesparing. “We moeten zeer nauwgezet kijken naar kosten die niet direct te maken hebben met onze activiteiten. Die kosten zijn naar mijn smaak te hoog.”

Philips heeft nu het stadium bereikt waarin de “bouwstenen” van het concern, de bedrijfseenheden, zijn gedefinieerd. Dat moet, aldus Boonstra, niet verward worden met Philips' nieuwe strategische doelstellingen. Over de nieuwe strategie van Philips doet Boonstra nog geen harde uitspraken. Dat zal pas begin volgend jaar gebeuren. Toch zegt Boonstra dat er op dat terrein al veel werk is verzet. Maar hij waarschuwt voor al te hoge verwachtingen: “We hebben niet de pretentie dat we iets aan het maken zijn dat voor de eeuwigheid in steen zal worden gehouwen.”

Boonstra vindt dat zijn concern “assertiever” moet zijn in zijn reclamecampagnes. De reclame rond het motto “Let's make things better” komt volgens de topman van Philips onvoldoende uit de verf.