Oud-president Zuid-Afrika gedagvaard

JOHANNESBURG, 1 OKT. De Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie heeft gisteren oud-president P.W. Botha en verscheidene leden van zijn vroegere kabinet gedagvaard. Botha moet verschijnen op een hoorzitting die over twee weken wordt gehouden.

Botha heeft echter te kennen gegeven om “gezondheidsredenen” niet te kunnen verschijnen. Ook enkele vooraanstaande leden van het regerende Afrikaanse Nationale Congres (ANC) zijn, voor andere hoorzittingen, gedagvaard.

De Waarheidscommissie benaderde P.W. Botha - premier, later president van 1978 tot 1989 - begin dit jaar al met een schriftelijk verzoek vragen te beantwoorden over het functioneren van de toenmalige Staatsveiligheidsraad, een door hem in het leven geroepen instantie die was bedoeld om de oppositie tegen de apartheid te onderdrukken. In augustus werd Botha gevraagd vrijwillig voor de commissie te verschijnen, maar daar heeft hij geen gehoor aan gegeven, waarop het college naar het zwaarste middel, de dagvaarding, greep.

Commissievoorzitter Desmond Tutu sprak gisteren over een “totaal onaanvaardbare situatie”, omdat Botha slechts de helft van de vragen van de commissie heeft beantwoord. Voor de Waarheidscommissie was dit ondermeer reden een speciale hoorzitting te wijden aan de Staatsveiligheidsraad. Die zal op 14 oktober in Johannesburg beginnen.

Botha (81) liet gisteren via zijn advocaten weten dat hij niet in staat is te verschijnen omdat hij herstellende is van een operatie. De Waarheidscommissie heeft in een reactie gezegd de dagvaarding niet te zullen intrekken en de datum van de hoorzitting niet te zullen verschuiven. In plaats daarvan zoekt men naar mogelijkheden Botha, ondanks zijn zwakke gezondheid, te laten getuigen.

Behalve 'P.W.' zijn ook de voormalige ministers Magnus Malan (Defensie), Pik Botha (Buitenlandse Zaken), Roelf Meyer (diverse posten), Adriaan Vlok (Justitie) en enkele andere vroegere bewindslieden alsmede drie generaals en een admiraal gedagvaard. Aan de andere kant van het politieke spectrum zijn de huidige ANC-ministers Joe Modise (Defensie), Mac Maharaj (Verkeer) en enkele lager geplaatste ANC-ers gevraagd uitleg te komen geven over hun activiteiten tégen de apartheid. Modise was in de jaren tachtig een van de commandanten van de gewapende vleugel van het ANC, Umkontho we Sizwe (Speer van het Volk) en was in die hoedanigheid betrokken bij verscheidene aanslagen.

Gisteren liep voor de derde maal de termijn af waarop Zuid-Afrikanen amnestie konden aanvragen voor acties begaan ten tijde van de apartheid. De aanvankelijke vervaldatum van 14 december 1996 was al verschoven naar 10 mei van dit jaar, maar na een parlementaire procedure werd de maand september als een speciale 'raam-periode' ingelast, waarin men alsnog een beroep op amnestie kon doen. Een kleine honderd mensen hebben daarvan gebruik gemaakt, waardoor het totale aantal aanvragers van amnestie op meer dan 7.000 is gekomen. Onder degenen die zich gisteren op het allerlaatste moment tot de commissie wendden, zijn Eugene Terre'Blanche, de leider van de neo-nazistische Afrikaner Weerstandsbeweging, dertien niet met name genoemde leden van het ANC en 14 aanhangers van de Inkatha Vrijheidspartij.

Desmond Tutu greep de laatste dag van de amnestie-aanvraag aan om een dramatische oproep aan de blanken in Zuid-Afrika te doen. “Alles wat we aan hen vragen is te erkennen dat deze dingen (apartheid) plaatshadden, dat zij verantwoordelijk waren en dat ze hun excuses moeten maken. Daarmee is de zaak over.”