Operasterren huilen om hun eigen aria's

Poussières d'Amour. Regie: Werner Schroeter. Met Anita Cerquetti, Martha Mödl. In: Nederlands Filmmuseum, Amsterdam.

Halverwege Poussières d'Amour bekent de jonge sopraan Jenny Drivala: “Als ik operadirecteur was, zou ik mezelf nooit contracteren.” Even daarvoor heeft ze laten horen hoe vals die bescheidenheid is. Zij zingt het bittere 'Toujours la mort' uit Bizets Carmen zó hartverscheurend mooi de camera in, dat haar zelf de tranen in de ogen zijn gaan staan.

Poussières d'Amour zou je een semi-documentaire over de intiemste geheimen van de zangstem kunnen noemen, maar ook een stijloefening in het operateske. Werner Schroeter, die zowel films als opera's regisseert, laat in Poussières d'Amour de opera meer dan alleen decor zijn.

Schroeter, die de film opdroeg aan zijn persoonlijk schikgodin Maria Callas, ontbood tien van zijn favoriete operazangers, onder wie de oudgedienden Anita Cerquetti en Martha Mödl, en de relatief nieuwe sterren Gail Gilmore en Laurence Dale, naar een Franse abdij. Daar praatte hij als een simultaanschaker met zijn gasten over de grote thema's van de opera: liefde, dood, angst, passie, het Hogere. Dat levert helaas niet veel meer op dan quasi diepzinnige uitspraken als 'geluk is een ziekte' of 'het enige zekere is dat we zullen sterven'.

Als illustratie bij hun inzichten zingen Schroeters lievelingen vervolgens één of meerdere opera-aria's. Hier slaagt Schroeter (zelf voortdurend in beeld) wél in zijn opzet de geheimen van de stem te ontrafelen. Zingen blijkt een huiveringwekkend naakte bezigheid. Liefdes afvalstoffen, zoet of zuur, ontsnappen onmiddellijk en onherroepelijk aan de controle. Recht in de camera gezongen en gesteund door de afgelegen sfeer van de kloosterruimten blijkt opera des te indringender.

Aan het slot van Poussières d'Amour wordt diva in ruste Anita Cerquetti door Schroeter 'gedwongen' naar haar eigen stem te luisteren. Eerst tegenstribbelend, maar uiteindelijk onder de indruk van haar voormalige talent, play-backt ze, schor van het roken, zachtjes mee met 'Casta Diva' uit 1958. Het is het ontroerende hoogtepunt van de film, en tevens het bewijs dat kijken naar luisteren net zo onthullend kan zijn als kijken naar zingen.