Onovertroffen orkanen van de twee giganten Bartók en Ligeti

Concert: Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en Koor Nieuwe Muziek o.l.v. Peter Eötvös. Werken van Harvey, Ligeti en Bartók. Gehoord 27/9 Concertgebouw Amsterdam.

“Volt egy öreg apó, er was eens een vader van negen flinke zonen. Ze joegen net zo lang op het wild tot ze zelf in herten veranderden. Nu gaan hun geweien niet meer door de deur.” Volt egy öreg apó: zaterdag in de matinee in het Concertgebouw las Bartók op een krakende grammofoonplaat uit het archief van de Hongaarse Omroep de tekst voor van zijn Cantata Profana naar oude Roemeense kerstliederen. Dit was zijn antwoord op de crisis begin jaren dertig aan de vooravond van het fascisme.

Direct in aansluiting op Bartóks woorden liet de Hongaar Peter Eötvös het Radio Filharmonisch Orkest zijn muziek inzetten in die frappante gelijkenis met Bachs openingskoor uit de Matthäus Passion. Niet eerder hoorde ik Bartóks hymnische apotheose van vrijheid en verbroedering zo overtuigend gevat in één grote spanningsboog tot en met het laatste, nadrukkelijk herhaalde 'hun monden drinken niet meer uit bekers maar uit heldere bron'.

Eén zo'n visionaire compositie is wat mij betreft voldoende, maar er ging nog Ligeti's Requiem uit 1963-1965 aan vooraf, alweer zo'n sleutelcompositie, nog groter van opzet: ik telde 119 kelen. Het Kyrie daaruit is een vijfstemmige dubbelfuga in viervoudige uitvergroting, met het effect van een zinderende storm, je voelt je als opgezogen door een orkaan, elke keer weer een adembenemende ervaring. Noch in constructieve noch in emotionele zin heeft Ligeti dit later weten te overtreffen, precisie en inzet in de uitvoering waren zaterdag navenant.

Maar het kon niet op, aan Ligeti ging weer Jonathan Harvey's nieuwe Percussion Concerto vooraf, met Peter Prommel vrijwel ononderbroken virtuoos in de weer op marimba, vibrafoon en gamelan. Goed gecomponeerd, maar later uit het geheugen geperst door beide Hongaarse giganten. In de herinnering bleef slechts de hoge, ijle klank. De lage strijkers spelen ofwel niet, dan wel voornamelijk in een stuwend pizzicato. Wat een contrast met de Tibetaanse bromtonen waarmee Ligeti's tijdloze muziek begint! Harvey reflecteert de tijd, Ligeti schept ze.