Onderwijsinspectie vindt basisvorming tekortschieten

UTRECHT, 1 OKT. Op vier van de vijf middelbare scholen schiet de basisvorming tekort. Schoolleidingen verliezen zich na vier jaar nog te veel in organisatorische aspecten. Leraren slagen er in de klas te weinig in individueel les te geven. Tweederde van de leerlingen is te onzelfstandig en leert te passief.

Dit concludeert de Onderwijsinspectie in vier gisteren verschenen evaluaties over de basisvorming samengevat in het rapport 'De basis gelegd'. Basisvorming is het in 1993 ingevoerde gemeenschappelijke lesprogramma in de eerste klassen beroepsonderwijs tot en met gymnasium. Hoewel evaluatie van de basisvorming pas in 1999 op de politieke agenda staat, acht de inspectie een tussenstand op zijn plaats omdat scholen zich nu voorbereiden op onderwijskundige vernieuwingen in de hoogste klassen van de middelbare school. Die vernieuwingen bouwen voort op de uitgangspunten van de basisvorming: meer zelfstandigheid van leerlingen en leraren die geen 'klassikale lesboeren' meer zijn.

De inspectie vraagt zich af of de basisvorming wel voldoende in de klas is doorgedrongen. “Onze bezorgdheid betreft met name wat er in de klas gebeurt. Als dat niet in orde is, komt de kwaliteit van het onderwijs in de bovenbouw in gevaar.” De uitkomsten zijn gebaseerd op een onderzoek van vorig schooljaar, waarbij op 165 van de circa 700 middelbare scholen 900 lessen werden bijgewoond.

De inspectie kritiseert vooral het gebrek aan aandacht voor de onderwijsinhoudelijke aspecten van de basisvorming. Dat schrijven de onderzoekers voor een belangrijk deel toe aan “gebrek aan onderwijskundig, inhoudelijk leiderschap” in schoolleidingen. Voor de basisvorming hebben schoolleiders wel organisatorische randvoorwaarden gesteld, constateert de inspectie, maar geëvalueerd wordt de basisvorming maar zelden. “Hierdoor bestaat het risico dat het schoolbeleid een papieren tijger wordt, waarin wel is vastgesteld wat moet gebeuren maar waarvan resultaten achterwege blijven.”

Over de precieze oorzaken wordt in het onderzoek niet gerept. Wel wijst de inspectie op het korte tijdsbestek - de basisvorming is vier jaar oud - en “de vele fusieprocessen” waarin scholen verwikkeld waren. Met name fusies gelden als extra complicatie voor een goede invoering van de basisvorming, aldus het rapport.