Onderduiken op een zolderkamer

In de bossen van Drenthe hebben kerkelijke organisaties een tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers ingericht. Honderden lotgenoten en illegalen verblijven bij sympathisanten in huis. Een slaapkamer vol stapelbedden en een badkamer vol wasgoed.

'S-HERTOGENBOSCH, 1 OKT. In het hele huis kan ze alleen aanspraak maken op haar bed; Noortje (9) weet niet beter. Op haar hoogslaper staat in hanenpoten op een reepje papier Eerst Bellen A.U.B.! Ernaast klinkt een opwindbaar muziekje.

Gabbi Wierenga, haar moeder, stelt hun huis in 's-Hertogenbosch sinds begin jaren negentig open voor asielzoekers. In de afgeladen rijtjeswoning zijn slaapplaatsen ingericht voor maximaal twaalf uitgeprocedeerde vrouwen en hun kinderen. Daarnaast wonen er nog Wieringa's vriendin Thierry Weerts, hun twee eigen dochters, twee pleegkinderen, twee honden, vier poezen, een beo en twee oorverdovend spraakzame papegaaien.

“Niemand, ook de kerken niet, kan zich boven de wet stellen”, zei minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) vorige week in de Kamer. Hij reageerde daarmee op het tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers dat de interkerkelijke stichting Inlia in de bossen van Drenthe heeft ingericht. Maar hulp aan illegalen is, mits zonder winstoogmerk, niet strafbaar.

In Nederland bestaat buiten kerkelijke werkroepen en Vluchtelingenwerk dan ook een netwerk van particuliere organisaties en individuen waar illegalen onderdak kunnen krijgen. Groepen als De Fabel van de Illegaal in Leiden, de Werkgroep Vluchtelingen Vrij in Groningen, het Ondersteunings Komitee Vluchtelingen Vrij in Den Haag, het Amsterdamse Autonoom Centrum en het Steunpunt Illegalen in Utrecht vangen hen op. Soms jarenlang.

Ed Hollants van het Amsterdams Autonoom Centrum schat het aantal illegalen dat op het moment in Nederland dankzij particulieren onderdak is, op “honderden, misschien duizend.” Via het Autonoom Centrum krijgen jaarlijks zes uitgeprocedeerde asielzoekers gedurende een half jaar een kamer in woongroepen en, dankzij particuliere giften, 400 gulden leefgeld per maand. “Opvallend veel mensen die we ooit opvingen zijn uiteindelijk niet meer weggaan uit Nederland”, zegt Hollants. Ze worden opnieuw toegelaten tot de procedure om een verblijfsvergunning te krijgen of ze vinden een vriend of vriendin, trouwen en krijgen zo uiteindelijk toch toestemming in Nederland te blijven.

Hollants en Wierenga maakt het “niks uit” of uitgeprocedeerde asielzoekers niet wìllen of niet kùnnen terugkeren naar hun land van herkomst. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) heeft nu juist bepaald dat de overheid niet langer onderdak biedt aan asielzoekers die consequent weigeren mee te werken aan hun uitzetting. Hollants: “We vragen ook niet of iemand om politieke of economische redenen is gevlucht. Als iemand bereid is om hier desnoods zes maanden in vreemdelingendetentie te zitten, dan zegt dat ons genoeg.”

Uitgeprocedeerde asielzoekers, stellen zij evenals Inlia, worden niet zelden voortijdig uit opvangcentra gezet en “op straat gedumpt”. Wierenga: “Er wordt een draaideurmethode op ze toegepast, ze moeten zo gauw mogelijk vertrekken.” Omdat vrouwen die op straat terecht komen het kwetsbaarst zijn, krijgen zij in 's-Hertogenbosch voorrang bij de stichting Vluchtelingen in Nood. Deze heeft een eigen opvanghuis en het Vrouwen Actie Steunpunt, waar Wierenga vrijwilliger is.

Gabbi Wierenga deelt een benauwd zolderkamertje met Noortje, op de vliering daarboven past nog net een matras voor een asielzoekster. Voorts telt het huis drie krappe slaapkamers vol stapelbedden, luiers en kinderspeelgoed en een badkamer met stapels wasgoed. In de woonkamer blijft de telefoon rinkelen: rechtsbijstand, andere opvangcentra, verzoeken om hulp.

Hier staart Suzane Nicolai Antonio (32) uit Angola naar de televisie. Op 7 september moest ze uit het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Rijsbergen vertrekken. Hier beslist Justitie binnen 24 uur of iemand al of niet kans maakt op een verblijfsvergunning; kanslozen moeten weg. “Ze vonden haar verhaal ongegrond”, aldus Wierenga. “Maar ze was zo ziek dat ze nauwelijks haar verhaal kon dòen”. Na bemiddeling van Vluchtelingenwerk kwam Suzane bij Wierenga terecht. Zojuist is ze met Thierry Weerts naar een specialist geweest, die constateerde dat haar ingewanden “een rotzooitje” zijn, dat ze geelzucht en spataderen in haar slokdarm heeft en dat een operatie geboden is.

Wierenga weet nog niet wie die medische kosten zal betalen; ze bekostigt haar opvang van de uitkering die zij en haar vriendin ontvangen, aangevuld met giften van vrouwenorganisaties en kerken. Iedere vluchteling krijgt 20 gulden voor zichzelf en 10 per kind per week.

“Geintje!”, roep Thierry Weerts op de vraag hoeveel illegalen ze al in huis hadden. Tachtig? Honderd? Ze is de tel kwijt. Vluchtelingen in Nood en Gabbi Wierenga boden sinds januari '95 samen onderdak aan 186 uitgeprocedeerde asielzoekers, zegt medewerker Henny Groenen, onder wie 73 vrouwen en 68 kinderen. “Verreweg het grootse gedeelte van die 186 is terug in de procedure gegaan met nieuwe argumenten. Een deel van hen heeft een status gekregen op basis van procedurele fouten, of kreeg verblijf op humanitaire gronden. Dat bewijst wat mij betreft dat het asielbeleid niet deugt”, zegt Groenen.

Het opvanghuis van Vluchtelingen in Nood in 's-Hertogenbosch heet 'Hakuna Matatata', Swahili voor 'even op adem komen'. Fang (30) uit China, verblijft er nu ruim een jaar met haar kinderen Fifi en Yao-Yao, samen met vier andere illegale vrouwen en nog twee kinderen. Het huis staat in een rustige woonwijk. Kinderen hebben wel eens eieren en rotte tomaten tegen de ramen gegooid en aanvankelijk belden enkele buurtbewoners de vreemdelingendienst, zegt Groenen. “Maar nu die deze vrouwen blijkt te tolereren, doet de buurt dat ook.”

Fang (30) werd in haar geboortedorp bij Peking verkracht zegt ze, waarna ze via Siberië en Parijs in Nederland terechtkwam. Een verblijfsvergunning krijgt ze niet, een Chinees paspoort evenmin en terugkeren wil ze helemaal niet. Maar waarom moest Fang een groot land als China verlaten om haar verkrachters te kunnen ontvluchten? “Goeie vraag”, zegt Henny Groenen. “Maar wij zullen hem niet stellen. Wij staan aan de kant van de vluchteling. Zonder voorbehoud.”