Oldtimers uit Cuba vallen in de smaak bij hippe meiden

Concert: De Cubaanse pianist Rubén Gonzáles & band. Gehoord: 28/9 BIMhuis, Amsterdam.

Cuba heeft sinds enige tijd een nieuw export-artikel: oldtimers. Niet de Buicks en Chevrolets uit de jaren veertig en vijftig, die heeft het eiland zelf nog hard nodig, maar musici die toen hun glorietijd beleefden. Zond het staatsimpresariaat eerst vliegtuigen vol damesorkesten in hotpants of spannende avondjurken de wereld rond om de goede naam van Cuba te verspreiden, nu is die eer aan gepensioneerde heren.

De bejaardenorkesten La Vieja Trova en Estudiantina Invasora komen binnenkort opnieuw naar Nederland en het afgelopen weekeinde gaf pianist Rubén Gonzáles (77) twee zaalconcerten met tussendoor een televisie-optreden in 'Reiziger in Muziek'.

In het uitverkochte BIMhuis reikhalsden opvallend veel hippe meiden, blijkbaar op zoek naar de opa van hun dromen; een onverdacht grijs, stram en huiselijk exemplaar. Dit mogelijk ter vervanging van hun eigen grootvaders die, als ze niet op de tennisbaan stonden, telkens joggend de hort op waren als je ze even nodig had.

Gonzáles voelde deze gerontofiele liefde blijkbaar goed aan, want zijn orkest speelde zo mogelijk nog oudmodischer dan op de door Ry Cooder warm aanbevolen cd Introducing..., onlangs uitgebracht op het label World Circuit. Het resultaat was muziek die deed denken aan ansichtkaarten van nachtclub-interieurs uit vervlogen dagen toen 'good old' Batista de zaken op Cuba nog dicteerde. Met gedrapeerde gordijnen, chaises longues en grote potpalmen waartussen mannen in witte pakken zich quasi-achteloos bewegen in de wetenschap dat de dames toch naar hun smachten - dus eerst die sigaar maar eens opgerookt.

De met een pet getooide crooner Ibrahim Ferrer (70 pas) werpt 'Dos Gardenias' in de strijd, bloemen die niet zullen vergaan, zolang de liefde blijft floreren. Trompettist Manuel Mirabal zorgt voor gedragen noten die druipen van het medegevoel. Ach wat mooi, zucht het BIMhuis. Bijna net zo mooi als de doorzichtige figuren die Gonzáles, puntig ondersteund door bassist Orlando López, uit de vleugel tovert in de danzón 'Almendra' en het al even klaterende 'Tumbao'. Dat zijn spel zou lijken op dat van Thelonious Monk, zoals Ry Cooder beweert, is absolute flauwekul. De vergelijking met de roemruchte Jelly 'Roll' Morton (1890-1941) uit New Orleans ligt meer voor de hand, vooral wanneer Gonzáles, zoals in de opmaat naar 'Tres Lindas Cubans', hoekig en ragtime-achtig syncopeert.

Om stipt elf uur is het concert voorbij, ondanks enig geroep om meer. Dus hoopt iedereen op een nieuwe tournee, niet in de laatste plaats de platenbranche. Om, voor het te laat is nog een aflevering te kunnen beleven van het feuilleton 'Van oude menschen, de rages die soms pijlsnel voorbij gaan'.